Home

Rechtbank Rotterdam, 08-01-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:429, C/10/675746 / HA ZA 24-246

Rechtbank Rotterdam, 08-01-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:429, C/10/675746 / HA ZA 24-246

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
8 januari 2025
Datum publicatie
17 januari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:429
Zaaknummer
C/10/675746 / HA ZA 24-246

Inhoudsindicatie

Conflict binnen een (klein) kerkgenootschap. In geschil is of de gedaagde partijen lid zijn van de Raad van het kerkgenootschap. Eiser vindt van niet, maar de rechtbank is het niet met hem eens. Eiser meent verder dat de gedaagden hun rol als bestuurder slecht vervullen. Ook dat standpunt verwerpt de rechtbank. Daarbij komt aan de orde dat het gaat om een kerkgenootschap en dat de rechter terughoudend moet zijn met een oordeel over de keuzes die binnen dat genootschap worden gemaakt.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/675746 / HA ZA 24-246

Vonnis van 8 januari 2025

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te Rotterdam,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. M. Sweerts te Rotterdam,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te Alblasserdam,

2. [gedaagde 2],

wonende te Alblasserdam,

3. [gedaagde 3],

wonende te Apeldoorn,

4. [gedaagde 4],

wonende te Alblasserdam,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. H.J. Hulsbergen te Barendrecht.

Eiser in conventie zal hierna worden aangeduid als [eiser] . Gedaagden in conventie zullen hierna gezamenlijk [gedaagden] genoemd worden. Afzonderlijk zullen zij worden aangeduid als [gedaagde 1] (gedaagde 1), [gedaagde 2] (gedaagde 2), [gedaagde 3] (gedaagde 3) en [gedaagde 4] (gedaagde 4).

1 De kern van de zaak en het procesverloop

1.1.

Deze zaak gaat over een conflict binnen een (klein) kerkgenootschap. De vraag is of de gedaagde partijen lid zijn van de Raad van het kerkgenootschap. Eiser vindt van niet, maar de rechtbank is het niet met hem eens. Eiser meent verder dat de gedaagden hun rol als bestuurder slecht vervullen. Ook dat standpunt verwerpt de rechtbank. Daarbij komt aan de orde dat het hier gaat om een kerkgenootschap en dat de rechter terughoudend moet zijn met een oordeel over de keuzes die binnen dat genootschap worden gemaakt. In hun tegeneis willen gedaagden dat het eiser wordt verboden om bepaalde dingen te zeggen of te doen. Die tegeneis wordt ook afgewezen, omdat niet voldaan is aan de strenge eisen voor het inperken van het recht op vrijheid van meningsuiting.

1.2.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 12 maart 2024, met producties 1 – 23;

-

de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties 1 – 17;

-

de oproepingsbrief van de rechtbank van 17 juni 2024;

-

de brief van de rechtbank van 1 oktober 2024 met een zittingsagenda;

-

de brief van de zijde van gedaagden van 25 oktober 2024 met productie 118;

-

de conclusie van antwoord in reconventie;

-

de akte vermeerdering van eis in reconventie;

-

de mondelinge behandeling gehouden op 8 november 2024;

-

de spreekaantekeningen van mr. M. Sweerts;

-

de spreekaantekeningen van mr. H.J. Hulsbergen.

1.3.

Na de mondelinge behandeling is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Het kerkgenootschap [naam kerkgenootschap] (hierna: [naam kerkgenootschap]) is een kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2:2 BW.

2.2.

De interne verhoudingen binnen [naam kerkgenootschap] worden gereguleerd door de regels en bepalingen zoals vastgelegd in de (gewijzigde) statuten van 14 december 2009 (hierna: de Statuten). In aanvulling op de Statuten zijn nadere regels vastgesteld in het Aanvullend Reglement behorende bij de Statuten d.d. 28 november 2011 (hierna: Aanvullend Reglement) en een zogenaamd Praktisch Huishoudelijk Reglement d.d. 28 november 2011 (hierna: Huishoudelijk Reglement).

2.3.

Uit de Statuten volgt dat [naam kerkgenootschap] bestaat uit een raad van de gemeenschap (hierna: de Raad), een bestuur dat is samengesteld uit bepaalde leden van de Raad (hierna: het Bestuur) en een algemene ledenvergadering (hierna: ALV). De ALV is het controlerende orgaan binnen [naam kerkgenootschap].

2.4.

[eiser] is (voormalig) lid van [naam kerkgenootschap]. [gedaagden] presenteren zich, volgens [eiser] ten onrechte, als lid van de Raad en/of het Bestuur van [naam kerkgenootschap].

2.5.

In de Statuten is – voor zover hier relevant – het volgende opgenomen:

“(...)Artikel 4

Lidmaatschap

1. Leden zijn zij die te kennen hebben gegeven deel te willen uitmaken van de

gemeenschap en als lid zijn toegelaten door de Raad van de gemeenschap.

2. Om als lid te worden toegelaten dient de betrokkene te voldoen aan de volgende voorwaarden:

- in te stemmen met de statuten en het huishoudelijk reglement van de gemeenschap;

- het trouw bijwonen van de samenkomsten van de gemeenschap;

- het geregeld naar vermogen financieel bijdragen aan de gemeenschap;

- erkenning van de leiding van de Raad.

(...)

5. Het lidmaatschap eindigt:

- door overlijden;

- op verzoek van het lid;

- door het royeren van een lid door de Raad – na vermaning – indien het lid niet meer voldoet aan de voorwaarden die aan het lidmaatschap zijn gesteld.

Een geroyeerd lid heeft de mogelijkheid om vier weken nadat het besluit tot

royement per aangetekend schrijven aan hem ter kennis is gebracht, in

beroep te gaan bij de algemene ledenvergadering. (...)

Artikel 5

Het geestelijk- en praktisch functioneren van de gemeenschap

(...)

2. Met het oog op de orde in de gemeenschap is voor de onderscheiden delen van

het lichaam de volgende orde aangebracht:

- de Algemene Ledenvergadering

- de Raad, samengesteld uit bestuur, oudsten en diakenen.

De Algemene Ledenvergadering is het controlerend orgaan van de Raad.

De Raad is verantwoording verschuldigd aan de Algemene Ledenvergadering.

3. Binnen de Raad:

- behartigt het Bestuur de algemene bestuurstaken, waaronder de juridische

vertegenwoordiging van de gemeenschap;

- behartigen de oudsten de geestelijke belangen van de gemeenschap; en

- behartigen de diakenen de praktische- en sociale belangen van de gemeenschap.

4. Binnen de Raad kan een bestuurslid, een oudste of een diaken meerdere functies bekleden.

5. De verdeling van de taken en de verantwoordelijkheden van de leden van de Raad zal in een afzonderlijk reglement vastgelegd worden.

Artikel 6

De Raad

1. De Raad bestaat uit een oneven aantal personen, ten minste vijf en ten hoogste elf, die uit hun midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester benoemen. De oudsten en de diakenen van de gemeenschap zijn van rechtswege lid van de Raad.

2. De voorzitter, secretaris en penningmeester vormen, tezamen met maximaal twee andere leden van de Raad, het Bestuur.

3. De leden van de Raad worden door de algemene ledenvergadering benoemd uit de leden van de gemeenschap. De algemene ledenvergadering stelt het aantal leden van de Raad vast.

4. Leden van de Raad kunnen te allen tijde, onder opgaaf van redenen, door de algemene ledenvergadering worden geschorst en ontslagen. De algemene ledenvergadering besluit tot schorsing of ontslag met een meerderheid van twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen. (...)

5. Leden van de Raad worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Onder een jaar wordt te dezen verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse algemene ledenvergaderingen, waarbij een eventuele tussentijdse algemene ledenvergadering niet wordt meegerekend. De leden van de Raad treden af volgens een door de Raad op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend lid van de Raad is onmiddellijk herbenoembaar.

6. Indien moet worden voorzien in de benoeming van een lid van de Raad, maakt de Raad dit schriftelijk kenbaar aan de leden, waarbij de leden worden uitgenodigd om binnen een termijn van drie weken na de bekendmaking leden voor te dragen voor benoeming. De wijze van benoeming zal bij afzonderlijk reglement worden geregeld.

7. Indien het aantal leden van de Raad beneden het in lid 1 vermelde minimum is gedaald, blijft de Raad niettemin bevoegd. (...)

Artikel 7

Einde lidmaatschap van de Raad

Het lidmaatschap van de Raad eindigt:

a. bij overlijden;

b. door bedanken;

c. bij het einde van het lidmaatschap van de gemeenschap;

d. door ontslag door de algemene ledenvergadering;

e. door ontheffing door de overige leden van de Raad (...).

(...)

Artikel 9

Vertegenwoordiging

1. Het bestuur - als onderdeel van de Raad - vertegenwoordigt de gemeenschap in en buiten rechte.

2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris of de penningmeester, dan wel de secretaris tezamen met de penningmeester.

(...)

Artikel 13

Bijeenroepen van een algemene ledenvergadering

1. Algemene ledenvergaderingen worden door de Raad bijeengeroepen zo dikwijls zij dit wenselijk oordeelt of daartoe op grond van de wet verplicht is.

2. Op schriftelijk verzoek van ten minste één/tiende gedeelte van de stemgerechtigde leden van de gemeenschap is de Raad verplicht tot het bijeenroepen van een algemene ledenvergadering, te houden binnen vier weken na indiening van het verzoek. Indien aan een verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot de bijeenroeping van de algemene ledenvergadering overgaan op de wijze als in lid 3 bepaald of door

middel van een advertentie in ten minste één in Alblasserdam veel gelezen dagblad. (...).

(...)

Artikel 18

Ontbinding en vereffening

(...)

2. De algemene ledenvergadering stelt (...) de bestemming vast voor het batig saldo, en wel zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de gemeenschap.

3. De vereffening geschiedt door de Raad.

(....).”

2.6.

In het Aanvullend Reglement is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:

“(...)Artikel 6 De Raad.

(....)

* De Raad ontvangt (schriftelijke) informatie over de ontstane vacature.

* Alle leden van de gemeenschap worden na ontvangst van de genoemde (schriftelijke) informatie, door het Bestuur schriftelijk op de hoogte gesteld van de ontstane vacature;

* Via de in de vorige alinea vermelde brief worden de leden van de gemeenschap in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van drie weken na dagtekening van de bekendmaking, schriftelijk een nieuw lid van de Raad voor te dragen;

* het Bestuur belegt, uiterlijk twee maanden na dagtekening van de (schriftelijke) opzegging, een algemene ledenvergadering waarin de opvolger van het afgetreden lid van de Raad, wordt voorgesteld;

* Aansluitend op de genoemde algemene vergadering hebben de leden gedurende één maand de gelegenheid, via de secretaris van het Bestuur, schriftelijk onderbouwd, bezwaar te maken tegen de voorgenomen benoeming.

* De eventueel ingebracht bezwaren worden door de Raad beoordeeld en daarna ter kennis gebracht van de algemeen ledenvergadering, waarna door de algemeen ledenvergadering definitief een besluit wordt genomen.

* Indien er geen bezwaren worden ingebracht, dan is het lidmaatschap van de Raad direct van kracht.

(...)”

2.7.

Bij brief van 21 februari 2017 heeft [gedaagde 1] de leden geïnformeerd over vacatures binnen de Raad. In die brief staat onder meer:

“(...)Betreft: voordracht raadsleden.

Vanuit de gemeente zijn twee mensen voorgedragen voor de vacatures in de raad.

Deze twee namen zijn: voor bestuurslid [naam 1] en voor oudste [gedaagde 2]

De leden kunnen tot 21 maart 2017 hiertegen bezwaar maken. Dit volgens artikel 6

alinea 5 van het aanvullend reglement bij de statuten. Bezwaren, met opgave van de

reden, kunt u schriftelijk of per e-mail bij de secretaris indienen. (...)”

2.8.

De notulen van de ALV van 10 april 2017 vermelden onder meer:

“ (...) 4. Bestuurszaken:(...)Penningmeester: [gedaagde 2] is bereid om penningmeester te worden en de Raad heeft [gedaagde 3] als 2e penningmeester voorgedragen. [gedaagde 3] heeft hierin toegestemd en de leden hebben een maand de tijd om bezwaar te maken. Het is de bedoeling dat [gedaagde 3] het werk van [gedaagde 2] achter de schermen doen, zodat [gedaagde 2] niet de volledige taak behoeft uit te voeren. Statutair zitten we dan weer op een oneven aantal raadsleden (...).”

2.9.

In een e-mailbericht van 28 mei 2021 van [gedaagde 1] aan de leden van [naam kerkgenootschap] staat voor zover hier relevant:

“(...)Leden,

Afgelopen zondag is medegedeeld dat [naam 1] per direct zijn functie als bestuurslid heeft

neergelegd. Hierdoor is er een vacature ontstaan. Om deze weer op te vullen, verzoeken wij U om voor 13 juni a.s. namen voor te dragen voor de functie. Deze kunt u via de mail of persoonlijk doorgeven aan [gedaagde 1] (...).”

2.10.

De notulen van de ALV van 28 juni 2021 vermelden onder meer:

“(...) 4. Bestuursverkiezing.

Aftredend zijn: [gedaagde 2] en [gedaagde 3] . [naam 1] was aftredend, maar heeft tussentijd zijn werk als bestuurslid beëindigd. [gedaagde 2] is herkozen als oudste, hij is als 1e penningmeester gestopt. [gedaagde 3] is ook herkozen en neemt de taak als le penningmeester over van [gedaagde 2] . Voor de vervanging van [naam 1] konden de leden mensen voordragen. Unaniem is [gedaagde 4] voorgedragen. Zij heeft toegestemd om de taak als bestuurslid te aanvaarden en omdat er geen andere kandidaten zijn en iedereen haar heeft voorgedragen, komt zij meteen in het bestuur zonder de tijd in acht te nemen om bezwaar te maken. [naam 2] vraagt of [gedaagde 3] al het werk van penningmeester nu overneemt. Het antwoord is ja; de bevoegdheden zijn inmiddels geregeld.(...)”

2.11.

De Raad bestond in 2022, in ieder geval tot 27 november, uit [naam 3] (de vader van [eiser] ) als voorzitter, [gedaagde 1] als secretaris, [gedaagde 4] , [gedaagde 3] en [gedaagde 2] , althans daarvan werd door alle betrokkenen destijds uitgegaan.

2.12.

Door een beperkte nieuwe aanwas, opzegging en overlijden van leden loopt het ledenaantal van [naam kerkgenootschap] al jarenlang terug. Om die reden wordt sinds in ieder geval 2016 binnen [naam kerkgenootschap] gesproken over de vraag of het kerkgenootschap al dan niet moet worden opgeheven. In 2019 is vanwege de terugloop besloten nog maar één ALV per jaar te houden in plaats van twee per jaar. Eind 2022 waren er nog 19 leden.

2.13.

Tijdens de ALV van 28 juni 2021 is besloten dat het bestuur de opties op papier zou zetten voor het afstoten van het kerkgebouw en de wijze waarop moet worden omgegaan met de opbrengst en om dit met de leden te bespreken. Een jaar later is tijdens de ALV van 30 mei 2022 besloten een enquête onder de leden te houden over de toekomst van [naam kerkgenootschap]: twee bestuursleden zouden bij de leden thuis komen om een vragenlijst in te vullen. Die enquête is uitgevoerd door [gedaagde 4] en [gedaagde 2] . [eiser] heeft aan de enquête meegedaan.

2.14.

Op 7 november 2022 hebben [gedaagden] de vader van [eiser] verzocht om aan te blijven als voorzitter. Hij heeft hiermee ingestemd. Op 27 november 2022 zijn er in dit verband stembriefjes verzonden door [gedaagde 1] aan de leden van [naam kerkgenootschap].

2.15.

De uitkomsten van de onder 2.13 genoemde enquête hebben in november/december 2022 geleid tot verdeeldheid binnen de Raad tussen [gedaagden] enerzijds en de vader van [eiser] anderzijds.

2.16.

Op 19 december 2022 heeft [gedaagde 1] de vader van [eiser] geïnformeerd over de uitslag van de stemming voor zijn herverkiezing als voorzitter. Volgens [gedaagde 1] blijkt uit die stemming dat de meerderheid van de leden de vader van [eiser] niet heeft herkozen als voorzitter.

2.17.

In het voorjaar van 2023 heeft [naam 4] , een functionaris van de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten (hierna: [naam 4] respectievelijk de VPE), een bemiddelingstraject met [gedaagden] en [naam 3] gestart. Dat heeft niet geleid tot een oplossing.

2.18.

Op 11 mei 2023 heeft er een (bijeenkomst aangeduid als) ALV plaatsgevonden. Er waren 10 van de 19 leden aanwezig; twee afwezigen hadden een volmacht afgegeven. Er is toen unaniem (met 12 stemmen) besloten tot ontbinding van [naam kerkgenootschap], tot verkoop van het kerkgebouw en tot aanwijzing van de Raad als vereffenaar. Ook is besloten om € 100.000,00 over te maken naar Stichting VPE-Zending (hierna: VPE-Zending). Tijdens de vergadering is [gedaagde 4] door [gedaagden] aangewezen als voorzitter van de Raad.

2.19.

Op 3 juli 2023 hebben [naam kerkgenootschap] en [gedaagden] als eisers de vader van [eiser] in kort geding gedagvaard. Op 15 augustus 2023 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank vonnis gewezen (ECLI:NL:RBROT:2023:7249). De vader van [eiser] heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

2.20.

Een brief van 18 juni 2024 aan [eiser] vermeldt dat hij is geroyeerd als lid van [naam kerkgenootschap].

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing