Rechtbank Rotterdam, 16-07-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:8916, C/10/689161 / HA ZA 24-952
Rechtbank Rotterdam, 16-07-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:8916, C/10/689161 / HA ZA 24-952
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 16 juli 2025
- Datum publicatie
- 28 juli 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:8916
- Zaaknummer
- C/10/689161 / HA ZA 24-952
Inhoudsindicatie
Eiseres vordert van gedaagden schadevergoeding omdat zij tegenover de vennootschap een non-concurrentiebeding, opgenomen in een aandeelhoudersovereenkomst, zouden hebben geschonden en omdat gedaagden zouden hebben gehandeld in strijd met artikel 2:8 en 2:9 BW. Eiseres heeft deze vordering overgenomen van (de curator van) de vennootschap. Gedaagden menen dat de vennootschap geen beroep toekomt op het non-concurrentiebeding, dat de aandeelhoudersovereenkomst is geëindigd en dat geen nieuwe aandeelhoudersovereenkomst tot stand is gekomen en zij betwisten dat sprake is van schending van het non-concurrentiebeding of van artikel 2:8 BW of 2:9 BW. De rechtbank wijst de vorderingen af.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/689161 / HA ZA 24-952
Vonnis van 16 juli 2025
in de zaak van
GEROMAR HOLDING B.V.,
gevestigd in Rhoon,
eiseres,
advocaat mr. P. Beerda te Rotterdam,
tegen
1 [persoon A] ,
wonend in [woonplaats] ,
2. LINRO SHIPPING B.V.,
gevestigd in Rhoon,
gedaagden,
advocaat mr. O. Huisman te Rotterdam.
Partijen worden hierna Geromar en [persoon A] en Linro genoemd.
1 De zaak in het kort
Geromar vordert van [persoon A] en Linro schadevergoeding omdat zij tegenover Steder Group Agencies B.V. (hierna: SGA) een non-concurrentiebeding, opgenomen in een aandeelhoudersovereenkomst, zouden hebben geschonden en omdat [persoon A] en Linro zouden hebben gehandeld in strijd met artikel 2:8 en 2:9 BW. Geromar heeft deze vordering overgenomen van (de curator van) SGA. [persoon A] en Linro menen dat SGA geen beroep toekomt op het non-concurrentiebeding, dat de aandeelhoudersovereenkomst is geëindigd en dat geen nieuwe aandeelhoudersovereenkomst tot stand is gekomen en zij betwisten dat sprake is van schending van het non-concurrentiebeding of van artikel 2:8 BW of artikel 2:9 BW. De rechtbank wijst de vorderingen af en legt in dit vonnis uit hoe zij tot die beslissing is gekomen.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 1 november 2024, met producties 1 tot en met 13;
- -
-
de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 24;
- -
-
de oproepingsbrief van 23 januari 2025 van de rechtbank voor de mondelinge behandeling op 13 mei 2025;
- -
-
de brief van 3 april 2025 van de rechtbank met een zittingsagenda voor de mondelinge behandeling;
- -
-
de spreekaantekeningen van partijen voor de mondelinge behandeling;
- -
-
de mondelinge behandeling van 13 mei 2025.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank een datum bepaald waarop er vonnis wordt gewezen.