Home

Rechtbank 's-Hertogenbosch, 02-02-2012, BV7392, AWB 11-2472

Rechtbank 's-Hertogenbosch, 02-02-2012, BV7392, AWB 11-2472

Gegevens

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
2 februari 2012
Datum publicatie
1 maart 2012
ECLI
ECLI:NL:RBSHE:2012:BV7392
Zaaknummer
AWB 11-2472

Inhoudsindicatie

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Bewijslast rust op de heffingsambtenaar. Foto voorruit voertuig, op ambtseed opgemaakt proces-verbaal parkeercontroleur en toelichting werkwijze bij parkeercontroles in onderhavig geval voldoende. Achteraf overgelegd betalingsbewijs onvoldoende. Vanwege handel in parkeerkaartjes meer nodig om de rechtbank ervan te overtuigen dat eiser aan zijn betalingsverplichting had voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 11/2472

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 2 februari 2012 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser,

en

het hoofd van de sector Publiekszaken van de gemeente Eindhoven, verweerder.

(gemachtigde: mr. B. de Smit).

<b>Procesverloop</b>

Verweerder heeft op 5 mei 2011 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, ten bedrage van € 51,20 (onder nummer 050511 2016 92954). Bij uitspraak op bezwaar van 14 juni 2011 heeft verweerder de naheffingsaanslag gehandhaafd.

Eiser heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 februari 2012, waar eiser is verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

<b>Beslissing</b>

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

<b>Feiten</b>

Op basis van de gedingstukken staat vast dat het voertuig van eiser met het kenteken [kenteken] op 5 mei 2011 om 20.16 uur stond geparkeerd op een openbare parkeerplaats aan de Raiffeisenstraat te Eindhoven. Eiser was op dat moment parkeerbelasting verschuldigd voor het parkeren op die plaats. In het voertuig heeft de parkeercontroleur op het moment van controle een betalingsbewijs voor de verschuldigde parkeerbelasting aangetroffen met als geldigheidsduur: 5 mei 2011, 17.24 uur – 19.18 uur (kaartnummer 6094).

<b>Overwegingen</b>

De bewijslast dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, rust op verweerder.

De verklaring van de parkeercontroleur over hetgeen hij heeft waargenomen, kan in het algemeen als toereikend bewijs dienen, maar geldt niet als onweerlegbaar bewijs. De belastingplichtige heeft de mogelijkheid tegenbewijs te leveren, waarbij de vrije bewijsleer geldt, hetgeen inhoudt dat partijen vrij zijn in de keuze van de bewijsmiddelen en de rechter vrij is in de waardering daarvan.

Verweerder heeft als bewijsstuk ingebracht een foto van de voorruit van het voertuig van eiser, waarop het door de parkeercontroleur aangetroffen betalingsbewijs met als eindtijd 19.18 uur en de naheffingsaanslag parkeerbelasting zijn te zien. De tekst van de naheffingsaanslag verwijst naar kaartnummer 6094, begintijd 17.24 uur, eindtijd 19.18 uur.

Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder een door de parkeercontroleur op ambtseed opgemaakt proces-verbaal overgelegd. In dat proces-verbaal verklaart de parkeercontroleur, voor zover thans relevant, dat zij op donderdag 5 mei 2011 omstreeks 20.16 uur in de Raiffeisenstraat in Eindhoven een voertuig voorzien van kenteken [kenteken] geparkeerd zag staan. Verder verklaart zij dat het voertuig een betaalkaartje achter de voorruit had liggen, geldig tot 19.18 uur.

Voorts heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting aangegeven wat de werkwijze bij parkeercontroles in de gemeente Eindhoven is. Deze werkwijze houdt onder meer in dat een controle altijd door een koppel van twee controleurs wordt uitgevoerd en dat uit oogpunt van een zorgvuldige controle parkeercontroleurs aan beide kanten van de auto gaan staan om ervoor te zorgen dat het voertuig wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van een parkeerkaartje.

Eiser heeft tegenover de bewijsstukken en toelichting van verweerder zijn eigen verklaring gesteld, inhoudende dat hij vóór de controle een tweede betalingsbewijs in het voertuig heeft gelegd. Eiser heeft een kopie van dit tweede betalingsbewijs bij de stukken doen voegen (kaartnummer 6091). Eiser heeft voorts verklaard dat het eerste betalingsbewijs (zijnde het parkeerkaartje dat door de parkeercontroleurs is aangetroffen, kaartnummer 6094) links op het dashboard lag en het tweede betalingsbewijs, dat hij later heeft overgelegd (kaartnummer 6091), rechts op het dashboard lag. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat de parkeercontroleurs het door hem overgelegde tweede parkeerkaartje tijdens de controle over het hoofd hebben gezien. Gelet op voormelde werkwijze van de parkeercontroleurs is het naar het oordeel van de rechtbank onaannemelijk dat zij een betalingsbewijs op het dashboard, zijnde de gebruikelijke plaats van aantreffen, niet zien.

Verweerder heeft zich dus op het standpunt mogen stellen dat eiser op het moment van de controle niet beschikte over een geldig betalingsbewijs voor de verschuldigde parkeerbelasting.

Naar het oordeel van de rechtbank bewijst het door eiser achteraf overgelegde betalingsbewijs met nummer 6091 niet dat eiser op het moment van de parkeercontrole had voldaan aan zijn verplichting tot betaling van parkeerbelasting. Het is een feit van algemene bekendheid dat op een plaats voor betaald parkeren waar men werkt met parkeerkaartjes in de regel zonder veel moeite een geldig betalingsbewijs kan worden gevonden dan wel van een derde kan worden verkregen. Het is de rechtbank bovendien ambtshalve bekend dat een levendige handel bestaat in gebruikte parkeerkaartjes. De enkele verklaring van eiser dat ten tijde van de parkeercontrole het tweede betalingsbewijs zichtbaar in zijn voertuig aanwezig was, hoefde voor verweerder dan ook geen aanleiding te zijn om zijn standpunt te wijzigen. Daarmee is niet gezegd dat eiser het door hem overgelegde parkeerkaartje op voormelde wijze heeft verkregen. Wel betekent dit dat meer nodig is dan het enkel achteraf overleggen van een parkeerkaartje om de rechtbank ervan te overtuigen dat eiser ten tijde van de parkeercontrole aan zijn betalingsverplichting had voldaan.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de naheffingsaanslag kon worden gehandhaafd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M. Tadic, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W.A. Kap-Knippels, griffier, op 2 februari 2012.

griffier rechter

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

<small><i><b>Rechtsmiddel</b>

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201CZ te ’s-Hertogenbosch. Partijen kunnen ook beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Dit is echter alleen mogelijk indien de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.</i></small>