Rechtbank 's-Hertogenbosch, 29-11-2012, BY8206, 830549
Rechtbank 's-Hertogenbosch, 29-11-2012, BY8206, 830549
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 29 november 2012
- Datum publicatie
- 11 januari 2013
- ECLI
- ECLI:NL:RBSHE:2012:BY8206
- Zaaknummer
- 830549
Inhoudsindicatie
De zaak betreft een small claim (Verordening (EG) nr. 861/2007).
Na ontvangst van formulier C heeft Wizz Air aangegeven dat de stukken zijn gesteld in een taal die zij niet begrijpt, maar dat zij de Engelse taal wel begrijpt. Daarop hebben eisers het gedinginleidende stuk (niet de producties) vertaald in de Engelse taal. De vertaling is aan Wizz Air toegezonden, waarna Wizz Air wederom heeft aangegeven dat de stukken zijn gesteld in een taal die zij niet begrijpt. De kantonrechter heeft geoordeeld, onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van 8 mei 2008 (NJ 2009/69) dat Wizz Air de stukken ten onrechte heeft geweigerd en dat er geen sprake is van een bijzonder geval.
Uitspraak
RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH
Sector Kanton, locatie Eindhoven
Beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007 in de zaak van:
1. [eiseres 1]
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
3. [eiser 3],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers, hierna [eisers],
gemachtigde: mr. L.J.J. Hoezen van EUclaim BV te Brummen,
t e g e n
Wizz Air Hungary Airlines Ltd.,
gevestigd te Budapest H-1185, Hongarije,
verweerder, hierna Wizz Air,
procederend in persoon.
De procedure
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
a) Het standaard vorderingsformulier A, met producties, van bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening), ingekomen ter griffie op 15 mei 2012.
b) De aangetekende brief van 22 juni 2012 aan Wizz Air waarbij zij in de gelegenheid is gesteld binnen 30 dagen na dagtekening van die brief verweer te voeren tegen de vordering. Bij het schrijven heeft de griffier gevoegd antwoordformulier C met een kopie van vorderingsformulier A met producties en bijlage II van de Betekeningsverordening 1393/2007, waarbij Wizz Air de mogelijk is geboden de stukken te weigeren omdat ze in een taal zijn gesteld die zij niet begrijpt.
c) Bijlage II van de Betekeningsverordening die op 26 juli 2012 door Wizz Air retour is gezonden. Op deze bijlage heeft zij aangegeven de stukken te weigeren omdat ze zijn gesteld in een taal die zij niet begrijpt. Hierbij heeft Wizz Air aangegeven de Hongaarse en de Engelse taal wel te begrijpen.
d) De brief van de kantonrechter van 26 juli 2012 waarin [eisers] wordt verzocht het stuk te vertalen in de Engelse taal.
e) De vertaling van het stuk in de Engelse taal door [eisers] van 1 augustus 2012.
f) De aangetekende brief van de griffier van 9 augustus 2012 aan Wizz Air, met daarbij de vertaling, antwoordformulier C, een kopie van vorderingsformulier A met producties en bijlage II van de Betekeningsverordening.
g) Bijlage II van de Betekeningsverordening die door Wizz Air retour is gezonden en is ingekomen ter griffie op 13 augustus 2012. Op deze bijlage heeft zij aangegeven de stukken te weigeren omdat ze zijn gesteld in een taal die zij niet begrijpt. Hierbij heeft Wizz Air aangegeven de Hongaarse en de Engelse taal wel te begrijpen.
h) De aangetekende brief van de griffier van 5 september 2012 aan Wizz Air, met daarbij de vertaling, antwoordformulier C, een kopie van vorderingsformulier A met producties en bijlage II van de Betekeningsverordening met daarin het verzoek een antwoord in te dienen.
Vordering
[eisers] leggen het navolgende aan hun vordering ten grondslag. Zij hadden met Wizz Air een vervoersovereenkomst gesloten inhoudende dat Wizz Air hen op 8 juni 2010 om 12.35 uur (lokale tijd) zou vervoeren van Eindhoven Airport te Eindhoven, Nederland naar Ferihegy Airport, Budapest te Hongarije met vlucht W6 228 waar zij om 14.25 uur (lokale tijd) zouden aankomen. Uiteindelijk zijn [eisers] op 8 juni 2010 om 16.26 uur vertrokken en om 18.01 uur aangekomen op Ferihegy Airport. [eisers] hebben een vertraging opgelopen van 3 uur en 36 minuten. De afstand van de vlucht bedroeg 1095 kilometer.
Op grond van Verordening 261/2004, in combinatie met het Sturgeon-arrest hebben [eisers] recht op financiële compensatie van € 250,00 per passagier, zijnde € 750,00 in totaal voor drie passagiers. Wizz Air weigert [eisers] financieel te compenseren, zodat [eisers] zich genoodzaakt zagen onderhavige procedure te starten. Naast de hoofdsom vorderen [eisers] van Wizz Air betaling van rente en van de proceskosten.
Verweer
Er is geen verweer gevoerd door Wizz Air.
De beoordeling
1. De Europese procedure voor geringe vorderingen is - zakelijk weergegeven - in grensoverschrijdende gevallen van toepassing in burgerlijke en handelszaken, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier ter griffie van de rechtbank wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan € 2.000,00, en zowel verzoeker als verweerder in een lidstaat wonen waarvoor de verordening geldt (artikel 2 lid 3 Verordening), een en ander behoudens de in artikel 2 lid 2 van de Verordening genoemde uitzonderingen.
2. De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Verordening valt, nu [eisers] in Nederland wonen en Wizz Air in Hongarije gevestigd is, waarbij beide landen lidstaten zijn waarvoor de Verordening geldt.
3. Voorts dient de kantonrechter aan de hand van de Verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken EG/44/2001(hierna EEX-Vo) te bepalen of hij als Nederlandse rechter bevoegd is, nu een aparte bevoegdheidsregeling in de Verordening ontbreekt.
4. De kantonrechter is bevoegd als Nederlandse rechter van de vordering kennis te nemen op grond van artikel 5 lid 1 sub b tweede streepje EEX-Vo. Zie ook LJN BJ2979, Hof van Justitie van de EG/EU, 09-07-2009, C-204/08 (Rehder-arrest), waarin is bepaald dat artikel 5, punt 1, sub b, tweede streepje EEX-Vo zó moet worden uitgelegd dat in het geval van luchtvervoer van personen van een lidstaat naar een andere lidstaat op grond van een overeenkomst die is gesloten met één enkele luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, het gerecht dat bevoegd is om kennis te nemen van een vordering tot compensatie gebaseerd op die vervoerovereenkomst en Verordening EG (261/2004), naar keuze van eiser het gerecht is in het rechtsgebied waarvan zich de plaats van vertrek of de plaats van aankomst van het vliegtuig bevindt, zoals deze plaatsen in die overeenkomst zijn overeengekomen.
5. De kantonrechter is de relatief bevoegde rechter nu de overeengekomen plaats van vertrek Airport Eindhoven te Eindhoven de bevoegde rechter aanwijst, namelijk te Eindhoven.
6. De kantonrechter overweegt voorts het volgende.
Ingevolge artikel 8 lid 1 Betekeningsverordening kan degene voor wie het stuk is bestemd weigeren het stuk waarvan betekening moet worden verricht in ontvangst te nemen op het ogenblik van de betekening, indien het niet is gesteld in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een taal die hij begrijpt of (één van) de officiële ta(a)l(en) van de aangezochte lidstaat. Uit punt 10 van de considerans van de Betekeningsverordening blijkt dat de mogelijkheid de betekening of kennisgeving van stukken te weigeren, tot buitengewone gevallen worden beperkt, om de doeltreffendheid van de verordening te waarborgen. Daarom moet niet te snel worden aangenomen dat Wizz Air het stuk (vorderingsformulier A) terecht heeft geweigerd, maar moet sprake zijn van een buitengewoon geval.
In navolging van het arrest van het Hof van Justitie van 8 mei 2008 (NJ 2009/69) dient de kantonrechter te onderzoeken of, in dit geval, Wizz Air de Engelse taal begrijpt of zou kunnen begrijpen.
Wizz Air heeft op bijlage II van de Betekeningsverordening aangegeven dat zij de Engelse taal begrijpt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Wizz Air het in het Engels vertaalde vorderingsformulier A dan ook ten onrechte geweigerd. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van een buitengewoon geval. Wizz Air heeft de haar geboden gelegenheid verweer te voeren tegen de vordering aan zich voorbij laten gaan.
7. De vordering zal, niet zijnde onrechtmatig of ongegrond, worden toegewezen, behoudens het navolgende.
8. [eisers] vorderen een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Uit de bij het verzoek overgelegde stukken is de kantonrechter niet gebleken dat de gemachtigde van [eisers] meer werkzaamheden heeft verricht, dan die werkzaamheden die behoren bij de instructie van het dossier en ter voorbereiding van het geding. Voor de kosten van die werkzaamheden is een bedrag in de proceskosten opgenomen. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen.
9. Wizz Air zal als de meest in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de proceskosten.
10. Op verzoek van [eisers] zal een certificaat betreffende een beslissing in de Europese procedure voor geringe vorderingen (formulier D van bijlage IV van de Verordening) aan deze beschikking worden gehecht.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt Wizz Air om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 750,00, te vermeerdere met de wettelijke rente hierover vanaf 8 juni 2010 tot aan de dag van voldoening;
veroordeelt Wizz Air in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eisers] gevallen en tot op heden vastgesteld op een bedrag van € 207,00 wegens griffierecht en een bedrag van € 100,00 wegens het salaris van de gemachtigde van [eisers];
wijst af hetgeen meer of anders gevorderd is.
Gewezen door mr. P.P.M. Rousseau, kantonrechter, en op 29 november 2012 uitgesproken op de openbare terechtzitting.