Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-03-2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:1960, C/02/262623 / HA ZA 13-269 en C/02/265941 / HA ZA 13-474

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-03-2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:1960, C/02/262623 / HA ZA 13-269 en C/02/265941 / HA ZA 13-474

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 maart 2014
Datum publicatie
16 december 2014
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2014:1960
Zaaknummer
C/02/262623 / HA ZA 13-269 en C/02/265941 / HA ZA 13-474
Relevante informatie
Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025], Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 26, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 68

Inhoudsindicatie

Faillissementsgeschil over de vraag of opruimingskosten boedelkosten zijn. Rechtbank maakt onderscheid overeenkomstig arrest Koot Beheer/Tideman q.q. Rechtbank gaat ook in op verhouding beslissen van ABRvS en de civiele rechter met betrekking tot opruimverplichtingen.

Rechtbank motiveert waarom geen prejudiciele vraag aan HR wordt gesteld. Crediteur die vordering tegen curatoren instelt. Niet ontvankelijk verklaard (art. 69 Fw).

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

Middelburg

zaaknummers / rolnummers: C/02/262623 / HA ZA 13-269 en C/02/265941 / HA ZA 13-474

Vonnis van 19 maart 2014

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/02/262623 / HA ZA 13-269 van

de vennootschap naar het recht van het Groothertogdom LuxemburgAIMG S.À.R.L.,

gevestigd te Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg,

eiseres,

advocaat mr. A.N. Stoop te Amsterdam,

tegen

wonende te Middelburg,

2. MR. R. VAN DEN BOS,

wonende te Zeist,

3. MR. F.T. HIEMSTRA,

wonende te Middelburg,

gedrieën handelend in hoedanigheid van curatoren in het faillissement van Thermphos International B.V.,

gedaagden,

advocaat mr. J.B. de Meester te Middelburg,

4. de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE ZEELAND,

zetelend te Middelburg,

gedaagde,

advocaat mr. R. van de Klashorst en mr. J.H. van der Weide te ‘s-Gravenhage,

5. de publiekrechtelijke rechtspersoon

STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelend te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. R. van de Klashorst en mr. J.H. van der Weide te ’s-Gravenhage,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/02/265941 / HA ZA 13-474 van

1 MR. R. VAN DEN BOS,

wonende te Zeist,

2. MR. S.M.W.L. VAN BOVEN,

wonende te Middelburg,

3. MR. F.T. HIEMSTRA, wonende te Middelburg,

ten deze gedrieën handelend in hoedanigheid van curatoren in het faillissement van

Thermphos International B.V.,

gevestigd te Vlissingen,

eiseres,

advocaat mr. J.B. de Meester te Middelburg,

tegen

1. de vennootschap naar het recht van het Groothertogdom Luxemburg

AIMG S.À.R.L.,

gevestigd te Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg,

gedaagde,

advocaat mr. A.N. Stoop te Amsterdam,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE ZEELAND,

zetelend te Middelburg,

gedaagde,

advocaten mr. R. van de Klashorst en mr. J.H. van der Weide te ‘s-Gravenhage,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelend te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaten mr. R. van de Klashorst en mr. J.H. van der Weide te ‘s Gravenhage,

en

de naamloze vennootschap

N.V. ZEELAND SEAPORTS,

gevestigd te Terneuzen,

gevoegde partij aan de zijde van de Provincie Zeeland en de Staat,

advocaat mr. A. van Hees te Amsterdam.

Partijen zullen hierna AIMG, de curatoren (gedaagden sub 1, 2 en 3 in de zaak met rolnummer 13-269, eisers in de zaak met rolnummer 13-474 gezamenlijk), de Provincie, de Staat en ZSP worden genoemd.

1 De procedure

In de zaak met rolnummer 13-269 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 22 januari 2014

-

de akte uitlating van de zijde van de curatoren

-

het verzoek van AIMG om vonnis te wijzen, gedaan bij B-formulier ter rolle van 5 februari 2014

-

het verzoek van de Provincie en de Staat gedaan bij B-formulier ter rolle van 5 februari 2014.

Bij tussenvonnis van 22 januari 2014 zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of zij een comparitie dan wel nadere conclusiewisseling wenselijk achten, dan wel kenbaar te maken dat zij in onderling overleg direct vonnis vragen.AIMG en de Provincie en de Staat hebben verzocht vonnis te wijzen. De curatoren hebben meegedeeld, gelet op de discussie in de met onderhavige zaak gevoegde procedure, geen behoefte te hebben aan nadere proceshandelingen in onderhavige procedure en niet in te zien waarom (een van) partijen nog behoefte zou kunnen hebben aan een vonnis in onderhavige procedure met rolnummer 13-269. Zij verzetten zich echter niet tegen het wijzen van vonnis.

Nu AIMG en de Provincie en de Staat hebben verzocht vonnis te wijzen en de curatoren zich daartegen niet verzetten, zal vonnis worden gewezen in de zaak met rolnummer 13-269, welk vonnis is bepaald op heden.

In de zaak met rolnummer 13-474 1.2. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:- het (tussen)vonnis (in incident) van 4 september 2013

- de mondelinge behandeling van 15 oktober 2013

- de akte houdende productie van de zijde van de curatoren, genomen ter zitting van 15 oktober 2013

- het proces-verbaal van de zitting van 15 oktober 2013

- de pleitnota van de zijde van de curatoren met producties

- de pleitnota van de zijde van AIMG

- de pleitnota van de zijde van de Provincie en de Staat met producties

- de notities schriftelijk pleidooi van de zijde van ZSP.

De zaak is behandeld ter gelegenheid van het pleidooi in de incidenten in de zaak met rolnummer 13-269 op 15 oktober 2013. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling zijn procedureafspraken gemaakt. Er is onder andere overeengekomen dat partijen verder procederen door middel van het indienen van een pleitnota, waarin zij tevens reageren op elkaars standpunten, en waarmee zij afzien van re- en dupliek dan wel een comparitie na antwoord. In afwachting van het verloop van de procedure met rolnummer 13-269, waarmee de procedure met rolnummer 13-474 is gevoegd, is het vonnis bepaald op heden.

2.De feitenIn de zaken met rolnummers 13-269 en 13-474 2.1.Thermphos International B.V. (TI) produceert fosfor voor verschillende toepassingen en drijft een fabriek op het industrieterrein Vlissingen-Oost.

2.2.

In verband met de productie van fosfor op het terrein in Vlissingen is aan TI een aantal vergunningen verleend op basis van de Wet milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (“de milieuvergunningen”). Daarnaast is aan TI in verband met het vrijkomen van radioactief materiaal tijdens het productieproces een vergunning verleend op basis van artikel 29 van de Kernenergiewet (de “KEW-vergunning”).

2.3.

Op 21 november 2012 is TI door deze rechtbank in staat van faillissement verklaard. Mr. Van Boven, mr. Van den Bos en mr. Hiemstra zijn tezamen benoemd als curatoren.

2.4.

Na faillissementsdatum hebben de curatoren de activiteiten van TI enige tijd voortgezet, waaronder de productie en verkoop van fosfor, en nadien de activiteiten geleidelijk afgebouwd.

2.5.

Het terrein waarop TI haar activiteiten ontplooide - fosfor produceerde - is door haar op 18 juli 2003 middels een “sale-and-lease-back” overeenkomst geleverd aan ZSP, onder voorbehoud van een recht van erfpacht en een recht van opstal.

2.6.

Het terrein is verontreinigd met een laag zware metalen. Op het terrein bevinden zich door TI aangebrachte opstallen, waaronder de productie-installaties en tanks met een grote hoeveelheid radioactief slib. In ieder geval na bedrijfsbeëindiging ontstaan verplichtingen op grond waarvan het terrein zal moeten worden ontmanteld, gesaneerd en opgeruimd, de opruimverplichtingen. De kosten die gemoeid zullen zijn met het ontmantelen en saneren van het terrein bedragen, blijkens een in opdracht van de curatoren door een extern onderzoeksbureau uitgebracht rapport, omstreeks 79-90 miljoen euro. Het vrije boedelactief is beduidend lager.

2.7.

AIMG heeft de afgelopen jaren voor circa 43 miljoen euro aan leningen aan TI verstrekt en is in die hoedanigheid op dit moment de grootste schuldeiser van TI. Haar vordering op TI bedraagt thans circa 50 miljoen euro.

2.8.

Bij brief van 26 september 2013 heeft de Minister van Economische Zaken de curatoren zijn voornemen kenbaar gemaakt tot het opleggen van een last onder dwangsom in verband met overtreding van het Besluit Stralingsbescherming.

Bij brief van 1 oktober 2013 heeft de Provincie de curatoren haar voornemen kenbaar gemaakt tot het opleggen van een last onder dwangsom in verband met niet vergunde opslag van veegzand. Bij brief van 29 oktober 2013 is het besluit tot het opleggen van de betreffende last onder dwangsom aan de curatoren meegedeeld.

Bij brief van 3 oktober 2013 heeft de Provincie de curatoren haar voornemen kenbaar gemaakt tot het opleggen van een last onder dwangsom in verband met overtredingen met betrekking tot diverse voorschriften die gelden voor de inrichting.

3.Het geschilIn de zaak met rolnummer 13-269 3.1.AIMG vordert: I. te verklaren voor recht (via het stellen van een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad) dat de opruimkosten, in de ruimste zin des woords, waaronder wordt begrepen (i) de kosten die gedaagden sub 1 t/m 3 als curatoren in het faillissement van TI moeten maken of betalen om te voldoen aan bestuursrechtelijke aanschrijvingen en bevelen die verband houden met het bedrijfsterrein van TI, de activiteiten die daarop hebben plaatsgevonden en/of de daarop betrekking hebbende vergunningen, alsmede (ii) de bestuurlijke boetes, dwangsommen en kosten van toegepaste bestuursdwang die verband houden met het voorgaande, niet kwalificeren als boedelschulden in het faillissement van TI;

4.De beoordeling

5 De beslissing