Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-11-2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:7312, C/02/335695 / KG ZA 17-622
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-11-2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:7312, C/02/335695 / KG ZA 17-622
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 13 november 2017
- Datum publicatie
- 14 november 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2017:7312
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:4534
- Zaaknummer
- C/02/335695 / KG ZA 17-622
Inhoudsindicatie
Bij een aanbesteding voor GGZ Jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet dient de aanbestedende gemeente artikel 1.10 Aanbestedingswet, het proportionaliteits-, zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel, als ook de eisen die de Jeugdwet aan het college van B en W en aan de zorgverlenende instanties stelt in acht te worden genomen en door de rechter bij de beoordeling in aanmerking te worden genomen. In dit geval heeft de gemeente niet zorgvuldig gehandeld doordat zij de bijzondere positie die een grote zorgverlenende instantie als GGz Breburg in het veld van zorgaanbieders inneemt onvoldoende heeft onderkend bij het vaststellen van de tarieven waarvoor de aanbestede diensten moeten worden verricht. Een verweer van de gemeente, inhoudende dat zij wel zorgvuldig en proportioneel heeft gehandeld dient voor een rechter controleerbaar te zijn. Daarom dient een gemeente stukken over te leggen die haar stellingen controleerbaar maken. Dat stukken concurrentiegevoelige informatie bevatten doet daar niet aan af omdat aan de rechter om geheimhouding kan worden gevraagd.
Uitspraak
vonnis
Locatie Breda
Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/335695 / KG ZA 17-622
Vonnis in kort geding van 13 november 2017
in de zaak van
de stichting
STICHTING GGZ BREBURG GROEP,
gevestigd te Tilburg,
eiseres,
advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Rijswijk,
en
[Interveniënt] ,
gevestigd te ’ [plaats A] ,
interveniërende partij,
advocaat mr. J.A.M. van Heijningen te ’s-Hertogenbosch.
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE TILBURG,
zetelend te Tilburg,
gedaagde,
advocaat mr. N.A.D. Groot te Brussel, België,
Partijen zullen hierna GGz Breburg, [Interveniënt] en de gemeente genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van GGz Breburg
- -
-
de akte van GGz Breburg houdende producties
- -
-
de brief van GGz Breburg met ontbrekende producties 6 en 12 en nadere producties 21 en 22
- -
-
de incidentele conclusie tot voeging en tussenkomst van [Interveniënt]
- -
-
de brief van [Interveniënt] met producties 1 en 2
- -
-
de akte van de gemeente met producties 1 t/m 3
- -
-
de brief van de gemeente met producties 4 en 5
- -
-
de mondelinge behandeling op 30 oktober 2017
- -
-
de pleitnota van GGz Breburg
- -
-
de pleitnota van [Interveniënt]
- -
-
de pleitnota’s van de gemeente.
[Interveniënt] vordert, na wijziging van eis, primair als zelfstandige partij in dit kort geding tussen te mogen komen en subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van GGz Breburg.
De voorzieningenrechter heeft ter zitting het primair ingestelde verzoek tot tussenkomst afgewezen, omdat onvoldoende gesteld of gebleken is dat [Interveniënt] een zelfstandig vorderingsrecht pretendeert.
Tegen de subsidiair gevorderde voeging heeft de gemeente als verweer aangevoerd dat [Interveniënt] geen belang heeft bij voeging aan de zijde van GGz Breburg, omdat zij niet heeft ingeschreven op de vier soorten van dienstverlening waarvan de tarieven thans door GGz Breburg ter discussie worden gesteld, maar slechts op drie andere soorten van dienstverlening die in het onderhavige kort geding niet aan de orde zijn.
De voorzieningenrechter gaat aan dit verweer voorbij. Voor het aannemen van een belang bij een verzoek tot voeging is voldoende dat een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde de derde zich wenst te voegen, de rechtspositie van de derde nadelig kan beïnvloeden. [Interveniënt] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat haar rechtspositie nadelig kan worden beïnvloed indien de vordering van GGz Breburg wordt afgewezen, door te stellen dat zij in dat geval niet meer alsnog kan inschrijven op de vier soorten van dienstverlening die thans onderwerp van debat zijn en wel tegen hogere tarieven zoals door GGz Breburg in dit geding wordt bepleit. [Interveniënt] wordt dan ook toegelaten om zich te voegen aan de zijde van GGz Breburg.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Het geschil
GGz Breburg vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1. Primair:
( i) de gemeente verbiedt op basis van de onderhavige aanbestedingsprocedure ‘Inkoop Hoogspecialistische Jeugdhulp’ overeenkomsten te sluiten;
(ii) de gemeente gebiedt om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, de in bijlage 2 opgenomen tarieven aan te passen, een en ander met in achtneming van dit vonnis, en potentiële inschrijvers de benodigde transparantie te verschaffen en een redelijke termijn te gunnen om in te schrijven op de onderhavige aanbesteding, voor zover de gemeente de opdracht nog altijd wenst te gunnen.
Subsidiair:
( i) de gemeente verbiedt op basis van de onderhavige aanbestedingsprocedure ‘Inkoop Hoogspecialistische Jeugdhulp’ overeenkomsten te sluiten;
(ii) de gemeente gebiedt de onderhavige aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis voor de onderhavige opdracht een heraanbesteding te organiseren, voor zover de gemeente de opdracht nog altijd wenst te gunnen.
Meer subsidiair:
elke voorziening te treffen die de voorzieningenrechter passend acht en die recht doet aan de belangen van GGz Breburg.
2. De gemeente veroordeelt tot betaling aan GGz Breburg:(i) aan nakosten als bedoeld in artikel 237 Lid 4 Rv een bedrag van € 131 zonder betekening, verhoogd met een bedrag van € 68 in geval van betekening, met bepaling dat als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd;
(ii) de kosten van deze procedure met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd.
De gemeente voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
3 De feiten
Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:
-
Met ingang van 2018 contracteren gemeenten specialistische jeugd-GGZ (dit is: geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen) niet meer met behulp van de DBC-systematiek. De gemeente heeft ervoor gekozen om vanaf 2018 behandelingen binnen de specialistische jeugd-GGZ te betalen op basis van de werkelijk bestede tijd, aangeduid als de ‘inspanningsvariant’.
-
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in mei 2017 een ‘Handreiking ter ondersteuning bij de overgang van de DBC-systematiek naar een ander vorm van bekostiging’ (hierna: de Handreiking) opgesteld die beoogt gemeenten en aanbieders te ondersteunen bij de implementatie van een nieuwe bekostigingswijze voor de jeugd-GGZ. In de handreiking is actuele informatie opgenomen over de productcodes voor inkoopafspraken met de inspanningsgerichte uitvoeringsvariant en nieuwe informatie, bruikbaar voor het onderbouwen van tarieven.
-
De gemeente is op 21 juli 2017 een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart met als doel voor het jaar 2018 (en optioneel 2019 en 2020) Hoogspecialistische Jeugdhulp in te kopen ten behoeve van de Regio Hart van Brabant gemeenten. Dit zijn de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk.
-
Voorafgaand aan het uitschrijven van deze aanbesteding heeft de gemeente overleg gehad met GGz Breburg en andere instellingen over de hoogte van de tarievenin het geval van bekostiging via de arrangementen in 2019, zonder dat al concrete tarieven voor dat jaar zijn afgesproken. Over de hoogte van de tarieven voor het jaar 2018, waarin sprake is van een tussenfase waarbij nog wordt uitgegaan van bekostiging door middel van productcodes heeft de gemeente niet met de zorginstellingen overlegd.
-
De aanbesteding is vormgegeven in het zogenaamde ‘Zeeuwse Model’. Kort samengevat houdt de aanbesteding in dat met alle zorgaanbieders een overeenkomst wordt aangegaan, als zij voldoen aan de gestelde geschiktheidseisen en de eisen aan de technische bekwaamheid en er geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn. Daarbij geldt dat de Hoogspecialistische Jeugdhulp moet worden uitgevoerd tegen door de gemeente vooraf vastgestelde tarieven, die niet onderhandelbaar zijn. De overeenkomst biedt géén afnamegarantie voor de opdrachtnemers, maar wel de mogelijkheid om via Zorg in Natura Hoogspecialistische Jeugdhulp aan te bieden in de regio Hart van Brabant.De gemeente heeft in bijlage 2 bij het aanbestedingsdocument de tarieven per productcode (type dienstverlening) vermeld waarvoor de Hoogspecialistische Jeugdhulp dient te worden uitgevoerd in 2018.
-
GGz Breburg en andere potentiële inschrijvers hebben over de in bijlage 2 vermelde tarieven de navolgende vragen gesteld, die door de gemeente in twee Nota’s van Inlichtingen als volgt zijn beantwoord:Nota van Inlichtingen 1:164(...) De tarieven voor Jeugd-GGZ zijn disproportioneel laag en niet reëel. In de week van 14 augustus stond op Skipr vermeld dat gemeenten volgens de VNG transparant moeten zijn over de kostprijs. (...) Vraag 1: Kan de gemeente aangeven hoe ze tot de kostprijs is gekomen die als basis voor de tarieven geldt? Vraag 2: gezien het feit dat de tarieven ver onder de vastgestelde en ook onze kostprijs zijn verzoeken wij u met klem om wel hierover te kunnen onderhandelen. Antwoord gemeente: Over de tarieven kan niet worden onderhandeld. De codes voor basis-GGZ en voor GGZ-verblijf blijven in 2018 bestaan. De tarieven zijn hiervoor gebaseerd op de tarieven 2017 met een indexering. In plaats van de DBC’s uit 2017 komen er per 2018 nieuwe tarieven, namelijk één voor Behandeling, en één voor diagnostiek. Het uurtarief is berekend op basis van de handreiking VNG.174(...) Opdrachtgever hanteert vaste tarieven per product. Deze zijn door de opdrachtgever vastgesteld en niet onderhandelbaar. Dit maakt dat de tarieven disproportioneel laag en niet reëel zijn.Vragen: Wij verzoeken u met klem om de tarieven naar boven bij te stellen. In de bijlage vindt u een lijst met NZA tarieven die landelijk zijn vastgesteld en reëel zijn om genoemde dienstverlening te leveren. Kunt u bevestigen dat u bereid bent de tarieven naar reële tarieven bij te stellen? Antwoord gemeente: Nee, wij gaan de tarieven niet bijstellen. Over de tarieven kan niet worden onderhandeld.175Voor de tarieven voor de Jeugd-GGZ voor verblijf constateren wij dat deze fors afwijken in negatieve zin van de tarieven zoals vastgesteld door de NZa voor de GGZ voor volwassenen en hierdoor niet langer kostendekkend zijn. De NZa stelt zijn tarieven vast op basis van uitgebreid onderzoek en zijn reëel om genoemde dienstverlening te leveren.Vragen: Wij verzoeken u met klem om de tarieven naar boven bij te stellen. In de bijlage vindt u een lijst met NZA tarieven. Kunt u bevestigen dat u bereid bent de tarieven voor verblijf naar reële tarieven bij te stellen? Antwoord gemeente: GGZ zorg voor volwassenen is hier niet van toepassing. Nee, wij gaan de tarieven niet bijstellen. Over de tarieven kan niet worden onderhandeld.176Voor GGZ-behandeling is een uurtarief genoemd van € 94,05. Dit ligt A) ver onder de door de NZa berekende kostprijzen voor behandeling in de GGZ en B) fors lager dan de andere genoemde tarieven voor behandeling PG, VG en SOM (pag.2): € 105,16.Vraag: Op basis waarvan is het verschil in tarief tot stand gekomen? Wij vragen u met klem de GGZ tarieven naar boven bij te stellen.Antwoord gemeente: De codes voor basis-GGZ en voor GGZ-verblijf blijven in 2018 bestaan. De tarieven hiervoor zijn gebaseerd op de tarieven 2017 met een indexering. In plaats van de DBC’s uit 2017 komen er per 2018 nieuwe tarieven, namelijk één voor Behandeling, en één voor diagnostiek. Het uurtarief is berekend op basis van de handreiking VNG.178Er is geen tarief voor consultatie opgenomen. De inzet hiervan kan juist de kosten van hoog specialistische zorg (GGZ) verlagen. Ons voorstel is dat toe te voegen. Gaat de gemeente hiermee akkoord?Antwoord gemeente: Nee. Gemeenten gaan er van uit dat een incidentele consultatievraag onderdeel is van de dienstverlening die een aanbieder levert zonder betaling. Er worden geen nieuwe producten met bijbehorende tarieven en definities toegevoegd, aangezien de bijgevoegde producten naar onze mening voldoende volledig zijn. Nota van Inlichtingen 2:72Graag ontvangen wij alle onderzoeksrapporten geschoond van bedrijfsgevoelige informatie en inhoudelijke informatie over de wijze waarop de gemeente de tarieven voor segment 3 heeft vastgesteld. Is de gemeente daartoe bereid?Antwoord gemeente: Een nota van inlichtingen is bedoeld om belangstellenden van de informatie te voorzien op basis waarvan deze de afweging kunnen maken of men daadwerkelijk kan en wil inschrijven Deze vraag valt buiten dit kader omdat het aan de aanbestedende dienst is om te bepalen welke prijs zij bereid is om te betalen. Dat hier een onderzoek aan ten grondslag ligt maakt naar onze mening nog niet dat u dit onderzoek nodig heeft om in te schrijven. Het is aan de belangstellende om te bepalen of hij voor de voorschreven prijs de dienst kan verrichten. 87De tarieven zijn wat ons betreft vastgesteld onder de kostprijs. Wanneer we een benchmark zouden uitvoeren, komen wij tot de constatering dat de tarieven onder kostprijs door de gemeente zijn vastgesteld. Dit is disproportioneel. U kunt niet verlangen dat een zorgaanbieder onder de kostprijs zorg gaat verlenen. Wij verzoeken u nogmaals met klem om de tarieven naar boven bij te stellen, waarbij u de NZa tarieven en de handreiking VNG bekostiging jeugd GGZ inspanningsgericht, waarin een kostprijs als basis wordt genoemd, als uitgangspunt neemt.Antwoord gemeente: Wij hebben de handreiking VNG als basis voor de kostprijsberekening gehanteerd. Wij gaan de tarieven niet bijstellen.88Voor wat betreft verblijf is jeugd GGZ vergelijkbaar met volwassenen GGZ. In het verleden waren de NZa tarieven voor verblijf voor jeugd GGZ gelijkgesteld aan de tarieven van de volwassenen GGZ. De aard van de verblijfszorg is niet gewijzigd na de transitie van de jeugd naar de gemeente. We verzoeken u met klem de disproportioneel lage tarieven naar boven bij te stellen en u te conformeren aan de tarieven zoals vastgesteld door de NZa, eventueel toegepast met reeds voorgestelde korting. Zie hiervoor de beleidsregel van de NZa: TB/REG-18606-01.Antwoord gemeente: Nee, wij gaan de tarieven niet bijstellen. Over de tarieven kan niet worden onderhandeld.89In de handreiking VNG, waarnaar u refereert in uw reactie, hebben wij geconstateerd dat er ook een product wordt voorgesteld voor Hoog specialistische behandeling met productcode 54003. Wij verzoeken u met klem om dit product over te nemen in uw productcodeslijst met een proportioneel tarief, passend bij de Hoogspecialistische GGZ. Gaat u hiermee akkoord? Indien u hiermee niet akkoord gaat, verzoeken wij u om hier een toelichting op te geven. En zoals reeds opgemerkt is het tarief voor specialistische behandeling 54002 onder de kostprijs en daarmee disproportioneel. Ook heeft u geen inzicht gegeven in de opbouw van de tarieven. In de handreiking van de VNG, waaraan u refereert, is bij berekening van de tarieven door de VNG aangegeven dat u in uw berekening de volgende elementen moet meenemen: functiemix van de behandelaren, bruto salaris behandelaar, toegerekende overige kosten, netto tijd beschikbaar voor cliënten (uur/jaar). Kunt u aangeven hoe u in uw berekening van tarieven deze onderdelen heeft meegenomen bij de totstandkoming? Kunt u bevestigen dat zowel de cliëntgebonden indirecte tijd kan worden gedeclareerd, zoals ook opgenomen in de VNG handreiking bekostiging jeugd GGZ pag. 27 spelregels tijdschrijven.Antwoord gemeente: Wij hebben ervoor gekozen om één gemiddeld tarief voor behandeling, en één voor diagnostiek in te voeren. We gaan daarom niet akkoord met het toevoegen van een extra code. Bij de berekening van het tarief zijn functiemix van behandelaren, bruto salaris behandelaar, toegerekende overige kosten en netto tijd beschikbaar voor cliënten (uur/jaar) meegenomen. Wij hanteren de spelregels tijdschrijven zoals genoemd in de handreiking, zoals vermeld in het PvE bij eis 8. Betreft: Consultatie91U stelt dat het een incidentele vraag betreft. Hier zijn wij het niet mee eens. Wij hebben geconstateerd dat we structureel ‘dagelijks’ consultatievragen krijgen. Dit sluit ook aan bij de transformatiegedachten die zowel u en wij beogen. Wij verzoeken u met klem om uw mening te herzien en alsnog een tarief voor consultatie toe te voegen, met een proportioneel tarief. Antwoord gemeente: Nee. Gemeenten gaan er van uit dat een incidentele consultatievraag onderdeel is van de dienstverlening die een aanbieder levert zonder betaling. Er kunnen geen nieuwe producten en tarieven worden toegevoegd in deze aanbestedingsprocedure.
-
GGz Breburg heeft tijdig haar inschrijving voor meerdere productcodes ingediend en heeft binnen de daarvoor gestelde termijn aangegeven dat zij onderhavig kort geding aanhangig zal maken om te bewerkstelligen dat de gemeente extra tarieven toevoegt voor ‘Jeugdbehandeling Hoogspecialistisch’ en ‘Consultatie’ èn dat de navolgende in bijlage 2 bij de aanbesteding vermelde tarieven:
Jeugd GGZ (specialistisch):Jeugd-ggz-behandeling (specialistisch) 54002 per uur € 94,05Jeugd-ggz-diagnostiek 54004 per uur € 104,60
Jeugd GGZ Verblijf:Deelprestatie verblijf E (intensieve verzorging) per etmaal € 325,08Deelprestatie verblijf F (Extra intensieve verzorging) per etmaal € 363,83
naar boven worden bijgesteld tot proportionele tarieven.
RebelGroup Executives BV (hierna: Rebel) heeft op 25 oktober 2017 van de gemeente een verzoek gekregen om een quick scan uit te voeren naar de tariefberekening van de specialistische jeugd GGZ mede in het licht van de kostprijsberekening die GGz Breburg heeft gemaakt. Op 27 oktober 2017 heeft Rebel een memo uitgebracht met een omvang van 7 pagina’s.