Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31-08-2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:5109, C/02/346043 / KG ZA 18-366

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31-08-2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:5109, C/02/346043 / KG ZA 18-366

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
31 augustus 2018
Datum publicatie
1 oktober 2018
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2018:5109
Zaaknummer
C/02/346043 / KG ZA 18-366

Inhoudsindicatie

kort geding. Vraag of uitingen op Georgische TV-zender Rustavi 2 en internet onrechtmatig zijn; botsing recht op privacy en vrijheid van meningsuiting (artikel 8 en 10 EVRM).

Uitspraak

vonnis

Cluster II Handelszaken

Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/346043 / KG ZA 18-366

Vonnis in kort geding van 31 augustus 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te Londen, Verenigd Koninkrijk,

eiser,

advocaat mr. G. te Winkel te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te Terneuzen,

gedaagde,

advocaat mr. O. Hammerstein te Amsterdam.

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 21 juni 2018 met producties;

-

de brief van mr. Te Winkel van 13 augustus 2018 met een aanvullende productie;

-

de mondelinge behandeling op 16 augustus 2018 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnotities.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is een Amerikaans staatsburger van Georgische komaf, wonende in Londen en veelal verblijvende in Georgië. Hij is een van de oprichters en lid van de raad van advies van Hunnewell Partners Georgia LLP (hierna: Hunnewell), een groot investeringsfonds in Georgië. Hunnewell is (meerderheids)aandeelhouder in Liberty Bank, een bank in Georgië. [eiser] is voorzitter van de raad van commissarissen van Liberty Bank. Hij is eigenaar geweest van, althans heeft een belang gehad in de Georgische bank Standard Bank. Hij was en is werkzaam voor (de familie van) de in 2008 overleden Georgische zakenman [naam 1] en is betrokken bij Salford Capital, de rechtspersoon die door [naam 1] werd gebruikt voor zijn investeringen.

2.2.

[gedaagde] is van 1995 tot 2000 in Georgië parlementslid geweest. In 2000/2001 was hij Minister van Justitie. In 2001 heeft hij een politieke (oppositie)partij opgericht, de ‘Verenigde Nationale Beweging’ (‘United National Movement’), aan welke partij hij nog steeds is verbonden. In de periode 2004-2013 was [gedaagde] President van Georgië. In 2015 is hij geïnstalleerd als gouverneur van de Oekraïense regio Odessa en heeft hij het Oekraïens staatsburgerschap verkregen, waarna hem het Georgische staatsburgerschap eind 2015 is ontnomen. Eind 2016 is [gedaagde] als gouverneur van Odessa teruggetreden, waarna hij (ook) het Oekraïens staatsburgerschap heeft verloren. Sinds 14 februari 2018 verblijft [gedaagde] officieel in Nederland. Hij is politiek actief in Georgië.

2.3.

Op 14 april 2018, 21 april 2018 en 24 april 2018 heeft [gedaagde] een interview gegeven op Rustavi 2, een TV-zender in Georgië. In deze interviews, die ook zijn gepubliceerd op de website van Rustavi 2 en op Facebook, heeft [gedaagde] het volgende gezegd (overgenomen uit de als producties 1, 2 en 3 bij dagvaarding overgelegde Engelse vertalingen):

Interview 14 april 2018

Interview 21 april 2018

Interview 24 april 2018

(...)

(...)

(...)

2.4.

De advocaat van [eiser] heeft [gedaagde] bij brief van 14 mei 2018 onder aanzegging van rechtsmaatregelen gesommeerd om – samengevat – zich te onthouden van het publiceren van lasterlijke uitlatingen over [eiser], al het redelijkerwijs mogelijke te doen om reeds op Facebook en internet aanwezige publicaties te verwijderen en de beschuldigen te rectificeren.

2.5.

Op 27 mei 2018 is [gedaagde] geïnterviewd in de talkshow ‘Weekly Accents’, een politiek-analytische online talkshow uit Georgië. In dit interview heeft [gedaagde] onder meer het volgende gezegd (overgenomen uit de als productie 4 bij dagvaarding overgelegde Engelse vertaling):

(...)

2.6.

In oktober 2018 zullen in Georgië presidentsverkiezingen plaatsvinden.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. a) [gedaagde] beveelt zich te onthouden van toekomstige uitlatingen over [eiser] waarin wordt gesteld of gesuggereerd dat hij een oplichter zou zijn, onderdeel van de maffia zou zijn of de overname van (het meerderheidsbelang van) Société Générale (in Bank Republic) door TBC Bank zou hebben bewerkstelligd;

b) [gedaagde] beveelt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis de gewraakte uitzendingen en alle verwijzingen daarnaar van Facebook te verwijderen en verwijderd te houden, een en ander op straffe van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 10.000,00 per dag (elk deel van een dag als een hele gerekend) dat [gedaagde] niet aan dit gebod voldoet;

c) [gedaagde] beveelt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis zich naar zijn beste kunnen in te spannen de gewraakte uitzendingen en alle verwijzingen daarnaar van de website van Rustavi 2, Youtube en andere mogelijke kanalen te laten verwijderen en verwijderd te houden, een en ander op straffe van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 10.000,00 per dag (elk deel van een dag als een hele gerekend) dat [gedaagde] niet aan dit gebod voldoet;

d) [gedaagde] beveelt om uiterlijk twee dagen na betekening van het vonnis de volgende rectificatie op zijn Facebook wall en op elke andere website of kanaal dat hij beheert te plaatsen, en gedurende ten minste 60 dagen daar zal houden, zonder enig verder commentaar, in zowel de Engelse als in de Georgische taal:

e) [gedaagde] beveelt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis bij de exploitanten van de zoekmachines Google, Yahoo, Bing en Internet Archive een verzoek in te dienen tot het verwijderen en verwijderd houden van de gewraakte berichtgeving, de begeleidende artikelen en de verwijzingen daarnaar op social media, een en ander op straffe van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 10.000,00 per dag (elk deel van een dag als een hele gerekend) dat [gedaagde] niet aan dit gebod voldoet;

f) [gedaagde] zal veroordelen – samengevat – in de kosten van dit geding waaronder de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

[eiser] grondt zijn vordering op onrechtmatige daad en beroept zich op artikel 8 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Hij stelt dat de beschuldigingen door [gedaagde] in de interviews van 14 april 2018, 21 april 2018, 24 april 2018 en 27 mei 2018 (zie hiervoor onder 2.3. en 2.5., hierna: de interviews), die terug te zien zijn via diverse sociale media, (onder meer) inhoudende dat hij een ‘international con man’, een ‘scammer’ en een ‘Alphonse’ (volgens [eiser] een ‘gigolo’) zou zijn, dat hij tot de bankenmaffia behoort, de Georgische bevolking en de vrouw van [naam 1] heeft bestolen en heeft bewerkstelligd dat (het meerderheidsbelang van) Société Génerale (in Bank Republic) door andere banken is overgenomen, ongefundeerd zijn en een inbreuk vormen op zijn persoonlijke levenssfeer en zijn reputatie aantasten. Hij wijst erop dat de televisiezender Rustavi 2 een enorm bereik heeft en wijst op de hoge kijkcijfers van de uitgezonden programma’s. Volgens [eiser] gelden de beschuldigingen dat hij een ‘international con man’ en een ‘international scammer’ is, als beschuldigingen van een strafbaar feit, te weten oplichting of bedrog (art. 326 Wetboek van Strafrecht). Ook de beschuldigingen dat hij tot de maffia behoort en dat hij een ‘robber’ is, kwalificeren als beschuldigingen van strafbare feiten, namelijk het deelnemen aan een criminele organisatie (art. 140 Wetboek van Strafrecht) en diefstal (art. 310 Wetboek van Strafrecht), aldus [eiser].

3.3.

Volgens [gedaagde] heeft [eiser] geen spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen. [gedaagde] betwist dat hij onrechtmatig heeft gehandeld en dat [eiser] schade lijdt als gevolg van zijn uitlatingen. Hij beroept zich op het recht op een vrije meningsuiting.

4 De beoordeling

5 De beslissing