Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-12-2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:6246, C/02/365220 / KG ZA 19-665
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-12-2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:6246, C/02/365220 / KG ZA 19-665
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 december 2019
- Datum publicatie
- 27 maart 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2019:6246
- Zaaknummer
- C/02/365220 / KG ZA 19-665
Inhoudsindicatie
aanbestedingsrecht. Aan vormvrije aanbiedingsbrief geen strenge eisen stellen. Het niet vermelden van de regio in de aanbiedingsbrief is een geringe omissie die zich voor herstel leent.
Geen schending van transparantiebeginsel en gelijkheid.
Uitspraak
vonnis
Locatie Breda
Cluster II Handelszaken
zaaknummer / rolnummer: C/02/365220 / KG ZA 19-665
Vonnis in kort geding van 18 december 2019
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEMO BV,
gevestigd te Bergen op Zoom,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. E.F. Gomes te Bergen op Zoom,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENSCHAPPELIJKE GEZONDHEIDSDIENST ZEELAND,
zetelend te Goes,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. I. van der Hoeven.
en
SAMENWERKINGSVERBAND DE BRUG JEUGDHULP ZEELAND,
zijnde een samenwerking tussen:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BASIC TRUST B.V.,
Statutair gevestigd te Dordrecht,
2. [verweerster 2] h.o.d.n. KINDER- EN JEUGPSYGHOLOGIE DOK018;
wonende te [woonplaats] ,
3. [verweerster 3] , h.o.d.n. PSYCHOLOGISCH BUREAU DE WINTER,
wonende te [woonplaats] ,
4. [verweerster 4] , h.o.d.n. EIGENWIJZ! PRAKTIJK VOOR KINDER- EN JEUGDPSYCHOLOGIE,
wonende te [woonplaats] ,
5. de maatschap MAATSCHAP [naam] , KINDER EN JEUGDPSYCHOLOGIE,
statutair gevestigd te Vlissingen,
6. de stichting STICHING KINDERPLEIN,
gevestigd te Rotterdam,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LANDELIJK VERBOND GEZINSHUIZEN C.O. B.V.,
statutair gevestigd te ’s-Gravenhage,
8. de vennootschap onder firma PI-SPELLO V.O.F.,
gevestigd te Goes,
9. [verweerster 9] , h.o.d.n. PRAKTIJK LEF,
wonende te [woonplaats] ,
10. [verweerster 10] , h.o.d.n. ORTHOPEDAGOGIEK DE KORTE,
wonende te [woonplaats] ,
11. [verweerder 11] , h.o.d.n. STUDIUM ZEELAND,
wonende te ’ [woonplaats] ,
12. de maatschap MAATSCHAP TOL ZEELAND,
gevestigd te Oostburg,
eisers in het incident,
verweerders in de hoofdzaak,
advocaat: mr. E.J. van der Doe,
Partijen zullen hierna “Memo”, “Jeugdhulp Zeeland” en “De Brug” genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 13 november 2019 met producties 1 t/m 22;
- -
-
de incidentele conclusie tot tussenkomst althans voeging van De Brug;
- -
-
de brief van mr. Van der Doe van 4 december 2019, met productie 1;
- -
-
de mondelinge behandeling en de ter gelegenheid daarvan door De Brug overgelegde akte van eis in het incident;
- -
-
de pleitnota van Memo;
- -
-
de pleitnota van Jeugdhulp Zeeland;
- -
-
de pleitnota van De Brug.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Het geschil
In de hoofdzaak:
Memo vordert als voorlopige voorziening:
primair:
Jeugdhulp Zeeland te veroordelen het besluit om de inschrijving van Memo uit te sluiten binnen 14 dagen na dit vonnis in te trekken, alsook de gunningsbeslissing(en) waarin de inschrijving van Memo niet is betrokken, alsmede Memo in de gelegenheid te stellen haar aanbiedingsbrief aan te vullen met de ontbrekende informatie en de inschrijving van Memo te beoordelen voor zover dat nog niet mocht hebben plaatsgevonden en eventueel de overige inschrijvingen te herbeoordelen, alsmede, voor zover Jeugdhulp Zeeland de opdracht nog wenst te gunnen, een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, althans, de (voorlopige) gunningsbeslissingen voor Perceel 3a, waaronder de voorlopige gunningsbeslissing(en) d.d. 25 oktober 2019 en/of 11 november 2019 waarin de inschrijving van Memo van verdere deelname is uitgesloten, binnen 14 dagen na dit vonnis in te trekken althans te herzien en de ontvangen inschrijvingen opnieuw te beoordelen en daarbij als uitgangspunt te nemen dat de inschrijving van Memo compleet en geldig is en voldoet aan de toetsingscriteria, althans om Memo in de gelegenheid te stellen om de kennelijke omissie te herstellen door haar aanbiedingsbrief aan te vullen met de ontbrekende informatie;
subsidiair:
Jeugdhulp Zeeland te veroordelen de (voorlopige) gunningsbeslissingen voor Perceel 3a, waaronder de voorlopige gunningsbeslissing(en) d.d. 25 oktober 2019 en/of 11 november 2019 waarin de inschrijving van memo van verder deelname is uitgesloten, binnen 14 dagen na dit vonnis in te trekken althans te herzien en over te gaan tot heraanbesteding;
meer subsidiair:
Jeugdhulp Zeeland te verbieden de aanbestedende overeenkomst(en) definitief te gunnen of te sluiten totdat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, danwel dit vonnis is bekrachtigd door het gerechtshof en dat arrest in kracht van gewijsde is gegaan;
primair, subsidiair en meer subsidiair: Jeugdhulp Zeeland te veroordelen tot het betalen van een dwangsom van € 5.000,= per dag of gedeelte daarvan dat zij met het gevorderde in gebreke blijft, en met veroordeling van Jeugdhulp Zeeland in de kosten van dit geding, te vermeerderen met wettelijke rente.
Jeugdhulp Zeeland en De Brug hebben verweer gevoerd.
in het incident:
De Brug vordert primair dat zij wordt toegelaten als tussenkomende partij in de onderhavige procedure en subsidiair dat het haar wordt toegestaan zich te voegen aan de zijde van Jeugdhulp Zeeland, met veroordeling van Memo in de kosten van het incident.
Indien het verzoek wordt toegewezen vordert De Brug in de hoofdzaak primair (bij tussenkomst) Jeugdhulp Zeeland te gebieden dat zij haar gunningsvoornemen gestand doet en de aanbestedingsprocedure onverkort voortzet, dat de vorderingen van Memo worden afgewezen en Memo te gebieden dat zij zal gehengen en gedogen dat Jeugdhulp Zeeland haar voorlopige gunningsbeslissing gestand kan doen en de aanbestedingsprocedure onverwijld en onverstoord afrondt en subsidiair (bij voeging) de vorderingen van Memo af te wijzen.
Memo heeft zich ten aanzien van de incidentele vordering en de vorderingen die De Brug in de hoofdzaak wenst in te stellen verweer gevoerd. Jeugdhulp Zeeland heeft geen verweer gevoerd tegen de vorderingen die de Brug zowel in het incident als in de hoofdzaak wenst in te stellen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
3 De beoordeling
Memo stelt zich op het standpunt dat De Brug in het incident de eis in de hoofdzaak in het incident te laat heeft ingesteld en dat zij geen belang heeft bij haar vorderingen. Volgens Memo is De Brug bij de gunning niet als laatste in rangorde geëindigd en betekent een toelating van Memo tot de procedure niet dat De Brug daarmee de voorlopige gunning zou verliezen.
In het lichaam van de incidentele conclusie van het verzoek tot tussenkomst althans voeging was opgenomen welke vorderingen De Brug beoogde in te stellen tegen Memo en Jeugdhulp Zeeland. Hoewel de vorderingen eerst ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, door het aldaar overleggen van de akte van eis in het incident, zijn ingesteld is Memo naar het oordeel van de voorzieningenrechter daardoor niet in haar verdediging geschaad.
De voorzieningenrechter heeft de door De Brug verzochte tussenkomst toegestaan, omdat zij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een belang heeft om benadeling of verlies van een recht te voorkomen. De Brug heeft in dit verband verklaard dat zij niet weet op welke plaats zij in de rangorde staat, zodat het alsnog toelaten van Memo tot de procedure voor haar wel nadelig zou kunnen zijn. De Brug pretendeert een zelfstandig vorderingsrecht te hebben jegens de gemeenten en niet gebleken is dat het verzoek tot tussenkomst aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in de weg staat
in de hoofdzaak
Tussen partijen staat het navolgende vast:
a. Sinds 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (Jeugdhulp Zeeland) is daartoe opgericht door 13 Zeeuwse gemeenten1. Jeugdhulp Zeeland koopt ten behoeve van de gemeenten de individuele voorzieningen van de jeugdwet gezamenlijk in en contracteert hiervoor jeugdhulpaanbieders.
b. Jeugdhulp Zeeland is ondergebracht bij de gemeenschappelijke regeling (GR) Gemeenschappelijk Gezondheidsdienst Zeeland met een eigen bestuurlijke aansturing. De inkooporganisatie staat zowel inhoudelijk als organisatorisch los van de andere delen van de GR. De Zeeuwse gemeenten hebben de taken en verantwoordelijkheden behorend bij de inkoop van jeugdhulp overgedragen aan de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland. Het Algemeen Bestuur van deze gemeenschappelijke regeling heeft op haar beurt de taken overgedragen aan de Bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp Zeeland. Deze Bestuurscommissie bestaat uit de dertien portefeuillehouders (wethouders) jeugd van de Zeeuwse gemeenten. Jeugdhulp Zeeland valt onder de verantwoordelijkheid van deze Bestuurscommissie.
c. Memo is een kleinschalige instelling voor ambulante geestelijke gezondheidszorg, die actief is in West-Brabant en Zeeland. Zij heeft vanaf 2017 voor Jeugdhulp Zeeland 773 cliënten behandeld.
d. Jeugdhulp Zeeland heeft (als opdrachtgever namens de 13 Zeeuwse gemeenten) medio 2019 een openbare aanbesteding “Naar effectieve samenwerking in de jeugdhulp in Zeeland” uitgeschreven. De aanbesteding bestaat uit diverse percelen. Dit geding heeft alleen betrekking op Perceel 3a.
e. Perceel 3a betreft regionale jeugdhulp, behandelprogramma’s en intensieve begeleiding. Het perceel bevat een regio-indeling met drie regio’s, te weten Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en de Oosterschelderegio. De inkoopmethode voor perceel 3a betreft een Openbare Europese Aanbesteding. De doelstelling is om in perceel 3a per regio te contracteren met 8 opdrachtnemers. Het gunningscriterium is de beste prijs-kwaliteitverhouding.
f. Ten behoeve van de deelnemers van de aanbestedingsprocedure is door Jeugdhulp Zeeland een Beschrijvend Document opgesteld. Hierin zijn onder “Begrippen” (pagina 5) de Toetsingscriteria als volgt omschreven: “Criteria ten aanzien van de te leveren Dienstverlening waarbij het niet of niet geheel voldoen in beginsel leidt tot uitsluiting van de Inschrijving.”
In het voorwoord van het Beschrijvend Document (pagina 10) staat: “Om de beoordeling zo soepel mogelijk te laten verlopen, dient Deelnemer zich aan de in dit Beschrijvend Document beschreven instructies te houden. Het niet of niet volledig volgen van de beschreven instructies in het Beschrijvend Document leidt in beginsel tot uitsluiting van de Inschrijving”.
g. De inschrijving op een perceel dient te zijn ingericht conform de op pagina 11 t/m 13 van het Beschrijvend Document weergegeven structuur (checklist). Daarbij is vermeld dat indien dit geheel of ten dele niet het geval is, dit in beginsel leidt tot uitsluiting van de inschrijving. Voor wat betreft de Toetsingscriteria is het navolgende opgenomen:
|
Toetsingscriteria |
T1 |
Aanbiedingsbrief |
Eigen format |
Alle Percelen |
X eenmalig |
|
Inschrijving prestatie- codes |
Standaardformulier F |
Alle Percelen |
X eenmalig |
||
|
T2 |
Akkoordverklaring |
Standaardformulier E: Akkoordverklaring |
Alle Percelen |
X eenmalig |
h. Het Beschrijvend Document bevat voorts, voor zover thans van belang, de navolgende bepalingen:
Vaststellen volledigheid en geldigheid van de Inschrijvingen
“Opdrachtgever controleert of een Inschrijving volledig en geldig is. Alle documenten en informatie die op basis van dit Beschrijvend Document ingediend moeten worden, dienen feitelijk en compleet te worden overgelegd op de in het Aanbestedingsplatform en dit Beschrijvend Document voorgeschreven wijzen. Indien Inschrijving niet aan volledigheid en geldigheid voldoet, wordt Inschrijving in beginsel terzijde gelegd en niet verder in behandeling genomen, tenzij het een kennelijke omissie betreft.
Toetsing
Opdrachtgever toetst of Deelnemer en inschrijving voldoen aan de Uitsluitingsgronden, Geschiktheidseisen en de Toetsingscriteria (zoals beschreven in hoofdstuk 3 en 4). (...) De Toetsingscriteria en de wijze waarop Opdrachtgever vaststelt welke Deelnemers voldoen, staat beschreven in hoofdstuk 4.
Inschrijving conform het Beschrijvend Document
De Deelnemer dient de Inschrijving te baseren op het Beschrijvend Document inclusief alle standaardformulieren en Bijlagen. Indien een Deelnemer gevraagde informatie niet, niet volledig en/of niet juist heeft aangeleverd, leidt dat in beginsel tot uitsluiting van verdere deelname aan de Aanbesteding. (...)”