Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-02-2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:863, 02/800288-18

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-02-2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:863, 02/800288-18

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21 februari 2020
Datum publicatie
21 februari 2020
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2020:863
Formele relaties
Zaaknummer
02/800288-18

Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van moord. WOD-traject (Werken Onder Dekmantel). Verklaringen afgelegd binnen het WOD-traject kunnen in deze zaak voor het bewijs gebruikt worden

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800288-18

vonnis van de meervoudige kamer van 21 februari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte 1]

geboren op [geboortedag verdachte] 1982 te [geboorteplaats verdachte]

wonende te [adres verdachte]

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Middelburg

raadsman mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13, 14, 16, 20 en 21 januari 2020 en 21 februari 2020, waarbij de officieren van justitie, mr. Kerkhofs en mr. Smale, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig de artikelen 313 en 314a van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

hij op 6 januari 2017 te Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, met een pistool, althans een vuurwapen, meerdere kogels in/op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] afgevuurd, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair

dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of (een) tot op heden onbekend gebleven mededader(s) op of omstreeks 6 januari 2017, te Breda tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon, genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, met een pistool, althans een vuurwapen, meerdere kogels in het (boven)lichaam van die [slachtoffer] afgevuurd, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden

bij welk feit hij, verdachte, op of omstreeks 6 januari2017, in de gemeente Rucphen en/of de gemeente Breda, en/of (in elk geval) (elders) in Nederland en/of in Essen, althans in België

opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] en/of een tot op heden onbekend gebleven mededader naar en vanaf de plaats van het misdrijf te vervoeren

en/of

tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op diverse tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2016 tot en met 6 januari 2017, in de gemeente Rucphen en/of de gemeente Breda, en/of (in elk geval) (elders) in Nederland,

aldaar opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

- door een personenauto, die gebruikt zou worden bij het te plegen misdrijf, onder zich te houden en/of

- door een rijroute te bepalen voor de vluchtauto en/of

- een plan te bedenken omtrent het omwisselen en schoonmaken van de vluchtauto

en/of

- een plan te bedenken omtrent hoe hij en zijn mededaders om moesten gaan met

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

5 De strafbaarheid

6 De strafoplegging

7 De benadeelde partij

8 Het beslag

9 De wettelijke voorschriften

10 De beslissing