Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-02-2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:872, 02/820032-17 + 02/800437-15 (tul)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-02-2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:872, 02/820032-17 + 02/800437-15 (tul)

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21 februari 2020
Datum publicatie
22 februari 2020
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2020:872
Formele relaties
Zaaknummer
02/820032-17 + 02/800437-15 (tul)

Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van moord. WOD-traject (Werken Onder Dekmantel). Verklaringen afgelegd binnen het WOD-traject kunnen in deze zaak voor het bewijs gebruikt worden

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummers: 02/820032-17 (hoofdzaak) en 02/800437-15 (vordering tenuitvoerlegging)

vonnis van de meervoudige kamer van 21 februari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag verdachte] 1974 te [geboorteplaats verdachte]

wonende te [adres verdachte]

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Vught

raadsman mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 13, 14, 16, 20 en 21 januari 2020 en 21 februari 2020, waarbij de officieren van justitie, mr. Kerkhofs en mr. Smale, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

hij op 6 januari 2017 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, met een pistool, althans een vuurwapen, meerdere kogels in/op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] afgevuurd, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

5 De strafbaarheid

6 De strafoplegging

7 De benadeelde partijen

8 Het beslag

9 De vordering tot tenuitvoerlegging

10 De wettelijke voorschriften

11 De beslissing