Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-04-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2269, C/02/392073 / HA RK 21-245

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-04-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2269, C/02/392073 / HA RK 21-245

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25 april 2022
Datum publicatie
26 april 2022
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:2269
Zaaknummer
C/02/392073 / HA RK 21-245

Inhoudsindicatie

Rangregeling. Voorlopige staat van verdeling. Begrote bedrag in beslagverlof is niet het maximumbedrag waarvoor beslag is gelegd. Nog niet aanhangig gemaakte ontnemingsmaatregel waarvoor conservatoir beslag ex artikel 94a Sv is gelegd is een zuiver toekomstige vordering die niet in de rangregeling meedeelt.

Uitspraak

beschikking

Locatie Breda

Cluster II Handelszaken

zaaknummer / rekestnummer: C/02/392073 / HA RK 21-245

Voorlopige staat van verdeling ex artikel 483 Rv van 25 april 2022

ter zake de rangregeling betreffende de opbrengst van de ten laste van de heer [belanghebbende] gehouden executie van het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van het appartement, staande en gelegen aan de [straat + huisnummer] te [woonplaats] ,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERNATIONAL CARD SERVICES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

advocaat mr. R.A. van Weelderen te Schalkhaar, gemeente Deventer,

en

1 [belanghebbende] ,

wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,

advocaat: mr. R. Janssen te Helmond,

2. de rechtspersoon naar buitenlands recht BELGACOM N.V.,

gevestigd te Brussel, België,

belanghebbende,

niet verschenen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOUBEN MEDIATECHNIEK B.V. mede h.o.d.n. FOXX AV PROJECTS,

gevestigd te Haelen en kantoorhoudende te Roermond,

belanghebbende,

gemachtigde: H.J. de Jonge werkzaam bij LAVG Gerechtsdeurwaarders te Groningen,

4. DE OFFICIER VAN JUSTITIE VAN HET FUNCTIONEEL PARKET ROTTERDAM,

gevestigd te Rotterdam,

belanghebbende,

gemachtigden: mr. A. Lodder, officier van justitie, en mr. T.Q. de Booys, civiel juridisch adviseur,

5. de naamloze vennootschap ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

belanghebbende,

advocaat: mr. T.J.P. Jager te Amsterdam.

Verzoekster zal hierna ICS worden genoemd. Belanghebbenden zullen hierna respectievelijk [belanghebbende] , Belgacom, Houben, de officier van justitie en ING worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank 24 november 2021 met de daarin genoemde stukken;

– de brieven van de griffier ex artikel 482 Rv d.d. 24 november 2021;

– de akte van de zijde van ICS, ter griffie ingekomen op 26 november 2021;

– de akte van de zijde van Houben, ter griffie ingekomen op 30 november 2021, met producties 1 tot en met 9;

– de akte van de zijde van de officier van justitie, ter griffie ingekomen op 1

december 2021, met bijlagen 1 en 2;

– de mondelinge behandeling gehouden op 7 maart 2022;

– de spreekaantekeningen van de zijde van ICS;

– de ter zitting door ICS overgelegde vervangende producties 3 tot en met 5;

– de akte van de zijde van ICS, ter griffie ingekomen op 7 maart 2022, met producties 1 tot en met 5.

2 Het verzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot vaststelling van de verdeling van de netto-opbrengst van de ten laste van [belanghebbende] gehouden executie van het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van het appartement, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [straat + huisnummer] , kadastraal bekend gemeente [woonplaats] , sectie [letter] , nummer [nummer] (hierna: het appartement).

3 De beoordeling

4 De beslissing