Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-09-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5457, C/02/387229

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-09-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5457, C/02/387229

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21 september 2022
Datum publicatie
21 september 2022
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:5457
Zaaknummer
C/02/387229

Inhoudsindicatie

Risicoaansprakelijkheid (artikel 6:170 BW) ziekenhuis voor “fout” van medewerker die veelvuldig onrechtmatig het patiëntendossier van eiseres heeft ingezien en medische informatie heeft gedeeld en gepubliceerd in een boek. Ziekenhuis ook aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad (6:162 BW) omdat zij ten aanzien van de controle van de logging geen passende beveiligingsmaatregelen heeft getroffen in de zin van de artikelen 13 Wbp en 32 AVG. Immateriële schade. Persoonsaantasting op andere wijze.

Uitspraak

vonnis

Cluster II Handelszaken

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/387229 / HA ZA 21-384

Vonnis van 21 september 2022

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. P.L. Tjiam te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING BRAVIS ZIEKENHUIS,

gevestigd te Roosendaal,

gedaagde,

advocaat mr. L.A.P. Arends te Nijmegen.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Bravis genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 8 september 2021, met de daarin genoemde stukken;

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 22 februari 2022, met de daarin genoemde stukken;

-

de akte na mondelinge behandeling en overlegging aanvullende producties 49-59 van [eiseres] ;

-

de antwoordakte met aanvullende productie 20 van Bravis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is vanaf 1991 tot en met 2018 diverse keren als patiënt behandeld in het Bravis ziekenhuis.

2.2.

De ex-partner van [eiseres] , de heer [naam ex-partner] (hierna: [naam ex-partner] ), heeft onder het pseudoniem [naam 1] een boek genaamd “ [naam boek] ” (hierna: het boek) geschreven over de echtscheiding en echtscheidingsperikelen tussen [eiseres] en [naam ex-partner] . Het boek bevat tevens medische gegevens. Het boek is in mei 2018 uitgegeven door de eenmanszaak “ [naam eenmanszaak] ” van mevrouw [naam 2] (hierna: [naam 2] ), de huidige partner van [naam ex-partner] . [naam 2] was vanaf januari 2007 tot (feitelijk) augustus 2018 werkzaam bij Bravis.

2.3.

Begin juli 2018 heeft [eiseres] contact opgenomen met Bravis en is een afspraak gemaakt tot inzage van de logging-gegevens van haar patiëntendossier. Op 11 juli 2018 heeft [eiseres] vervolgens met de functionaris gegevensbescherming van Bravis, de heer [naam functionaris] (hierna: [naam functionaris] ), de logging-gegevens van haar patiëntendossier ingezien.

2.4.

Uit de logging-gegevens blijkt dat [naam 2] in de periode van 24 juni 2014 tot en met 11 juni 2018 veelvuldig het patiëntendossier van [eiseres] heeft ingezien.

2.5.

[eiseres] heeft vervolgens, na de constatering onder 2.4., op 11 juli 2018 aan zowel [naam functionaris] (tijdens de afspraak) en [naam jurist] - [naam jurist] (hierna: [naam jurist] ), bestuurssecretaris en jurist van Bravis, (telefonisch in de avond) een afschrift van de logging-gegevens gevraagd.

2.6.

Op 12 juli 2018 heeft een kort geding plaatsgevonden tussen [eiseres] en [naam ex-partner] , waarin [eiseres] onder meer een verbod tot verdere verveelvoudiging, verspreiding en openbaring van het boek heeft gevorderd. De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 18 juli 2018 de vorderingen van [eiseres] afgewezen.

2.7.

Bij e-mail van 17 juli 2018 heeft [eiseres] een (officiële) klacht ingediend bij Bravis.

2.8.

Op 18 juli 2018 heeft Bravis aan [eiseres] een afschrift van de logging-gegevens verstrekt.

2.9.

Bij brief van 14 augustus 2018 heeft [naam jurist] namens Bravis gereageerd op de klacht van [eiseres] . In deze brief staat onder meer het volgende vermeld:

“(...)

Naar aanleiding van de bevindingen van 11 juli, uw klachtbrief en de verzoeken van uw moeder en dochters heeft vervolgens nader onderzoek plaatsgevonden naar de omstandigheden waaronder en de wijze waarop de medewerkster [Rb: [naam 2] ] heeft gehandeld. Dit onderzoek heeft een aantal weken geduurd, mede in verband met haar afwezigheid door vakantie. Het onderzoek is gisteren afgerond, met de conclusie dat de medewerkster langdurig en meermalen onrechtmatig uw patiëntdossier heeft ingezien, alsmede éénmaal onrechtmatig het dossier van uw moeder (in 2015) en tweemaal onrechtmatig het dossier van uw dochter [naam dochter] (in 2015).

(...)

Wij hebben niet kunnen vaststellen dat de medewerkster informatie uit deze patiëntdossiers heeft gedeeld met haar echtgenoot. De in het boek vermelde medische en overige informatie over u kan de auteur wellicht ook op andere wijze bekend zijn geworden, hoewel u meent dat deze informatie wel uit uw patiëntdossier afkomstig is. Alleen indien een afschrift uit uw patiëntdossier of een letterlijk citaat in het boek zou zijn opgenomen, zouden wij dat als voldoende bewijs beschouwen voor het ongeoorloofd delen (met haar echtgenoot) en publiceren (als uitgever) van medische informatie door de medewerkster.

Gelet op de ernst van de wel vastgestelde overtreding heeft de Raad van Bestuur een besluit over een passende sanctie genomen. Op grond van de bevindingen ziet het Bravis ziekenhuis zich genoodzaakt de arbeidsrelatie met de medewerkster per direct te verbreken.

(...)

De overtreding van de medewerkster hebben wij als datalek gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens (...) Wij hebben geen reactie ontvangen en verwachten dit ook niet, gelet op de hieronder vermelde verbetermaatregelen.

(...)

Verder heeft de Raad van Bestuur opdracht gegeven om de wijze waarop de steekproefgewijze controle van de inzage in de elektronische patiëntdossiers nu plaats vindt te verbeteren, zodat een dergelijke langdurige overtreding van de privacyregels eerder aan het licht zal komen.

(...)”

2.10.

Bij arrest van 11 februari 2019 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch het vonnis in kort geding van 18 juli 2018 (zie 2.6.) vernietigd en is onder meer de verdere verspreiding/openbaring van het boek verboden.

2.11.

[eiseres] heeft Bravis aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft geleden. Bravis heeft aansprakelijkheid afgewezen. Partijen zijn nog in overleg getreden om tot een minnelijke regeling te komen. Dit heeft niet tot overeenstemming geleid.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – na wijziging van eis – dat de rechtbank bij vonnis, zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

i. voor recht verklaart dat Bravis onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden schade doordat:

  1. het ziekenhuis onvoldoende maatregelen heeft genomen om de medische gegevens en geheime adresgegevens van [eiseres] te beschermen in de periode van juni 2014 tot en met juni 2018;

  2. het ziekenhuis ten onrechte weigerde om voorafgaand aan de kortgedingzitting van 12 juli 2018 om 14:00 uur de logging-gegevens aan [eiseres] te verstrekken;

  3. het ziekenhuis onvoldoende onderzoek heeft uitgevoerd naar het datalek en de vraag wat er met de medische gegevens van [eiseres] is gebeurd.

ii. voor recht verklaart dat Bravis aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het onrechtmatig handelen door haar medewerkster [naam 2] jegens [eiseres] , welk onrechtmatig handelen bestaat uit de 347 ongeoorloofde inzagen in de medische dossiers van [eiseres] en het publiceren van de medische gegevens in het door [naam 2] uitgegeven boek;

iii. Bravis veroordeelt de door [eiseres] geleden schade te vergoeden als gevolg van het hiervoor onder sub i. en ii. genoemde, te weten een vergoeding van immateriële schade ad € 15.000,00, de kosten voor beveiliging van het huis ad € 3.000,00, en verhuiskosten ad € 20.000,00,

en specifiek ten aanzien van sub i. onder b, de kosten van het hoger beroep ad € 20.000,00 (minus liquidatietarief) en immateriële schade ad € 50.000,00 (omdat het volledige boek is gepubliceerd);

iv. Bravis veroordeelt in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarden tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

Bravis voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing