Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-11-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:6870, AWB- 21_4120
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-11-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:6870, AWB- 21_4120
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 17 november 2022
- Datum publicatie
- 18 november 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:6870
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:CRVB:2024:10, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- AWB- 21_4120
Inhoudsindicatie
Medische situatie voldoende onderkend door verweerder.
Uitspraak
Inloopteam Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/4120
(gemachtigde: mr. P.F.M. Gulickx),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder
(gemachtigde: mr. M. Reitsma).
Procesverloop
Met het besluit van 9 maart 2021 (het primaire besluit) heeft het UWV aan eiser meegedeeld dat zijn uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 1 augustus 2020 wordt berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55,90%.
Met het besluit van 9 september 2021 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.
Met (stilzwijgende) toestemming van partijen is een zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.
Wat er aan deze procedure voorafging
1. Eiser ontvangt sinds 2014 een WIA-uitkering, laatstelijk een WGA-vervolguitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
2. Met het formulier “Wijziging doorgeven van uw gezondheid” van 30 oktober 2020 heeft eiser aan het UWV doorgegeven dat zijn gezondheid is verslechterd vanaf augustus 2020.
3. Een verzekeringsarts van het UWV heeft eiser onderzocht en beoordeeld wat de arbeidsbeperkingen van eiser zijn per 1 augustus 2020 (de datum in geding). Deze beperkingen heeft de verzekeringsarts opgenomen in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). Vervolgens heeft een arbeidsdeskundige van het UWV vastgesteld dat er drie functies (en twee reservefuncties) zijn die eiser, met zijn beperkingen, nog zou kunnen uitvoeren. De arbeidsdeskundige heeft berekend dat eiser met de middelste van deze functies 44,10% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij zich ziekmeldde. De mate van arbeidsongeschiktheid is gelet hierop bepaald op 55,90%.
4. Eiser heeft bezwaar gemaakt. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben opnieuw naar de zaak van eiser gekeken. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn de beperkingen juist vastgesteld. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft na overleg met de verzekeringsarts bezwaar en beroep de twee reservefuncties laten vervallen. De voor de schatting gebruikte functies zijn nog steeds passend en dit leidt volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep tot een ongewijzigde mate van arbeidsongeschiktheid van 55,90%. Hierop heeft het UWV het bestreden besluit genomen.
Wat eiser vindt
5. Eiser is het niet met het UWV eens. Volgens eiser heeft het UWV zijn lichamelijke en psychische klachten onderschat. Eiser vindt dat hij 80 tot 100% arbeidsongeschikt is en dat hij recht heeft op een IVA-uitkering. Volgens hem is het onbegrijpelijk dat het UWV een lager arbeidsongeschiktheidspercentage heeft vastgesteld. De aanvullende beperkingen die het UWV heeft aangenomen zijn onvoldoende. Eiser is meer beperkt als gevolg van artrose (progressief), toename pijnklachten, verdenking van een beroerte in 2018, toename psychische klachten en diabetes. Volgens hem hadden in de FML van 29 januari 2020 verdergaande beperkingen moeten worden aangenomen op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren, aanpassing aan fysieke omgevingseisen, dynamische handelen, statische houdingen en werktijden.
6. Verder voert eiser aan dat de geduide functies niet geschikt zijn.
De functie productiemedewerker industrie is ongeschikt vanwege het werken met handen en handgereedschappen. Vanwege de artrose en de handklachten is dit voor eiser onmogelijk. Eiser heeft geen goed geheugen en in deze functie moet veelvuldig worden gereikt en gebogen. Hiertoe is eiser niet in staat.
De functie medewerker intern transport is ongeschikt vanwege veelvuldig tillen, dragen, buigen en reiken. En vanwege het staan en lopen. Er kan slechts 10 minuten tijdens de werkdag worden gezeten. Knielen en hurken is in het geheel niet mogelijk.
De functie assemblagemedewerker besturingskasten en panelen is volgens eiser ongeschikt vanwege werken met handen en handgereedschappen. Schroefbewegingen met arm en hand zijn niet mogelijk.
7. Tot slot is het bestreden besluit volgens eiser onzorgvuldig omdat niet alle nodige kennis is vergaard, en in strijd met het motiveringsbeginsel en het kenbaarheidsvereiste.