Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-12-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:8003, C/02/383389 / HA ZA 21-135
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-12-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:8003, C/02/383389 / HA ZA 21-135
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 28 december 2022
- Datum publicatie
- 4 januari 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:8003
- Zaaknummer
- C/02/383389 / HA ZA 21-135
Inhoudsindicatie
schadestaatprocedure. Aansprakelijkheid wegens dieseltank in de grond en vervuiling. Van aansprakelijkheid die verder strekt dat de reeds uitgevoerde sanering is niet gebleken. Vordering afgewezen.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: C/02/383389 / HA ZA 21-135
Vonnis van 28 december 2022
in de zaak van
1 [eiser sub 1] ,
2. [eiser sub 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. A.J. de Danschutter te Middelburg.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident van 25 augustus 2021 - de conclusie van dupliek - de mondelinge behandeling van 14 juli 2022.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eisers] heeft bij schriftelijke koopovereenkomst van 26 augustus 1996 een onroerende zaak gekocht van [gedaagde] , namelijk een winkel/woonhuis met werkplaats, tuin en verder aanhorigheden aan de [adres] (hierna: de onroerende zaak). De overdracht vond plaats op 31 januari 1997. [eisers] woont hier nog steeds.
In artikel 8 van de leveringsakte staat voor zover hier van belang:
“De verkoper verklaarde vervolgens te garanderen:
(...)
j. Dat er geen feiten zijn die er op wijzen dat het verkocht enige verontreiniging bevat die ten nadele strekt van het hiervoor omschreven gebruik door koper of die heeft geleid of zou kunnen leiden tot een verplichting tot sanering van het registergoed, dan wel tot het nemen van andere maatregelen.
(...)
k. Dat in het verkochte geen ondergrondse tanks voor het opslaan van vloeistoffen aanwezig zijn.”
Er is een onderzoek ingesteld naar de bodem van het betreffende perceel, dat heeft geresulteerd in een rapport van 5 juni 2000. In de bodem is een gehalte minerale olie aangetroffen dat ligt boven het zogenaamde interventie-niveau, een gehalte waarbij zowel gezondheidsrisico’s als milieurisico’s aanwezig zijn en dat duidt op sterke verontreiniging. Ook zijn er gehaltes aangetroffen van ethylbenzeen, xylenen, koper, kwik en EOX. Onder het perceel is een benzinetank aangetroffen, die zich voor een gedeelte onder de aanbouw achter de woning bevindt.
De rechtbank Middelburg heeft, op vordering van [eisers] , op 11 december 2002 bij vonnis onder andere geoordeeld dat [gedaagde] :
“(...) aansprakelijk is voor alle schade verbonden aan het verwijderen, dan wel – indien voor het verwijderen dispensatie wordt verleend – het isoleren van de aanwezige benzinetank op de in plaats van verwijdering voorgeschreven wijze en het saneren van de verontreinigde bodem, met veroordeling van gedaagde tot betaling van de hieraan verbonden kosten en voorts met veroordeling van gedaagde tot betaling van alle schade die voor eisers voortvloeit uit de aanwezigheid of het aanwezig geweest zijn van de verontreinigde bodem, alles nader op te maken bij staat.”
Tegen dit vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld.
Partijen zijn naar aanleiding van het vonnis in overleg getreden. [gedaagde] heeft vervolgens op 29 september 2005 de benzinetank laten saneren en volstorten. Hier is een KIWA-certificaat voor afgegeven. Rondom het gedeelte van de tank dat zich niet onder de uitbouw bevindt is grond afgegraven.
In december 2011 heeft Wematech Bodem Adviseurs B.V. (hierna: Wematech) een nader bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn neergelegd in een rapport gedateerd op 5 januari 2012. Wematech concludeert daarin onder meer het volgende:
“6.1 Conclusies
Geconcludeerd kan worden dat op basis van onderhavig onderzoek en de resultaten van de voorgaande onderzoek sprake is van een beperkt geval van bodemverontreiniging. Naar verwachting is een bodemvolume van 10-15 m3 licht tot sterk verontreinigd met olieproducten. Er is derhalve geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een saneringsnoodzaak is niet aangetoond.
De verkregen resultaten geven geen aanleiding tot nader bodemonderzoek.
Advies
Geadviseerd wordt de resultaten van onderhavig onderzoek voor te leggen aan het bevoegd gezag om de verontreinigingssituatie vast te leggen.”
[eisers] heeft de situatie betreffende de bodemverontreiniging op zijn perceel voorgelegd aan Gemeente Tholen (hierna: de gemeente). De gemeente heeft bij brief van 21 maart 2012 aangegeven dat niet zij maar de Gedeputeerde Staten van Zeeland het bevoegd gezag zijn om een oordeel te geven over de bodemkwaliteit.
Vervolgens heeft [eisers] melding gemaakt van bodemverontreiniging op zijn perceel bij de Gedeputeerde Staten van Zeeland. In de beschikking van 28 augustus 2012 die daarop volgt staat het volgende:
“BESLUIT
Ernst van het geval van verontreiniging
De verontreiniging van de bodem op de locatie [adres] (kadastraal bekend gemeente Oud-Vossemeer, [kadastrale aanduidingen] is een geval van niet-ernstige bodemverontreiniging.
(...)
7. Kadastrale registratie
Aangezien er sprake is van een geval van niet-ernstige bodemverontreiniging is een kadastrale registratie niet aan de orde. Er is geen sprake van beperkingen.”
[eisers] heeft vervolgens aan de gemeente voorgelegd of, bij de sloop van het bouwwerk boven de tank, de tank al dan niet kan blijven liggen en of voor het afvoeren van grond nader bodemonderzoek nodig is. Bij brief van 23 oktober 2012 schrijft de gemeente, voor zover hier relevant, het volgende:
“(...)Wanneer nu het bouwwerk, dat op de tank is geplaatst, zou worden gesloopt verandert dat niets aan de situatie. De tank is dan nog steeds in voldoende mate gesaneerd en het certificaat is nog steeds geldig.
(...)
Uit voorgaande vraag blijkt dus inderdaad dat vanuit de bodemwetgeving de tank mag blijven liggen. Wanneer de familie [eisers] vervolgens besluit het huidige bouwwerk te vervangen door een nieuw bouwwerk is dit geen probleem: de tank is nog steeds in voldoende mate gesaneerd en er mag dus gewoon opnieuw bovenop de bestaande fundering (met gesaneerde tank) worden herbouwd. Wel is het goed de vraag te stellen of dit wel verstandig is: de tank kan immers in de toekomst alsnog doorroesten waardoor bijvoorbeeld verzakking van het bouwwerk alsnog mogelijk is. Let wel, we spreken hier over een advies, wij verplichten niemand tot iets. Ook wanneer besloten wordt het huidige bouwwerk te slopen en op een andere plaats een nieuw bouwwerk te plaatsen mag de tank gewoon blijven liggen. Het KIWA-certificaat is hiervoor het bewijs. Wanneer de familie [eisers] echter besluit de fundering ook uit de bodem te halen lijkt het aannemelijk de ondergrondse tank ook te verwijderen. Ook in dit geval is sprake van een gekozen eigen initiatief, geen verplichting vanuit de gemeente.
Tenslotte uw vraag of een (nieuw) nader bodemonderzoek moet worden uitgevoerd wanneer grond van de locatie moet worden afgevoerd. (...) Er is op de locatie sprake van een sterke bodemverontreiniging zodat eventuele vrijkomende grond niet zomaar mag worden hergebruikt. Dit betekent dat deze grond moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Een verwerker stelt echter wel eisen aan de acceptatie van de aangeboden grond. Het is mogelijk dat de verwerker bepaalt dat een onderzoek naar de vrijkomende grond moet worden uitgevoerd. Hier heeft de gemeente echter geen invloed op, zodat wij uw vraag over wel of geen nieuw nader bodemonderzoek op dit punt niet kunnen beantwoorden.”