Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:8628, 403955 HO RK 22/663
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:8628, 403955 HO RK 22/663
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 december 2022
- Datum publicatie
- 15 augustus 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:8628
- Zaaknummer
- 403955 HO RK 22/663
Inhoudsindicatie
WHOA. Treffen van voorzieningen ex artikel 379/378 Fw
Uitspraak
Afdeling Insolventies – meervoudige kamer
Zittingsplaats Breda
Beschikking in het kader van het verzoekschrift tot het treffen van voorzieningen ex artikel 379/378 van de Faillissementswet (Fw)
uitspraakdatum: 23 december 2022
rekestnummers: 403955 HO RK 22/663
ingediend door
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster01] B.V. ,
gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
verzoekster,
hierna ook te noemen: [verzoekster01] ,
advocaten: mrs. B.W.G. van der Velden en G.Á.C. Orbán,
1 Het verloop van het geding
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
de beschikking van deze rechtbank d.d. 24 november 2022, houdende de afkondiging van een afkoelingsperiode, en de daarin genoemde stukken;
- -
-
het op 5 december 2022 ontvangen verzoekschrift tot het treffen van voorzieningen, met bijlagen;
- -
-
de voorlopige beslissing van deze rechtbank d.d. 5 december 2022;
- -
-
het op 5 december 2022 ontvangen e-mailbericht namens de Monitoring Committee;
- -
-
de op 9 december 2022 ontvangen zienswijze, met bijlagen namens de aandeelhouders;
- -
-
de op 12 december 2022 ontvangen aanvullende producties namens [verzoekster01] ;
- -
-
de op 12 december 2022 ter zitting namens [verzoekster01] overgelegde pleitnota;
- -
-
de op 12 december 2022 ter zitting namens de aandeelhouders overgelegde pleitnota;
- -
-
de op 12 december 2022 ter zitting namens de Monitoring Committee overgelegde pleitnota;
- -
-
de op 12 december 2022 ter zitting namens de Monitoring Committee overgelegde offertes van potentiële observators;
- -
-
de kop/staart-beschikking van 13 december 2022, houdende de ambtshalve aanstelling van een observator.
Het verzoekschrift tot het treffen van voorzieningen is op 12 december 2022 in raadkamer behandeld. Daarbij zijn gehoord:
- -
-
namens [verzoekster01] : de heren [naam01] en [naam02] , bestuurders, de heer [naam03] , voorzitter van de raad van commissarissen en mrs B.W.G. van der Velden, G.Á.C. Orbán, F.C. Perrick en mr. S. Jansen;
- -
-
namens aandeelhouder [bedrijf01] B.V.: de heer [naam04] en mrs. J.R. Berkenbosch, G. te Winkel en S.C. Pepels;
- -
-
namens de Monitoring Committee 1 : prof. mr. [naam05] en mrs. M.L. Man en B. van Hooijdonk.
2 Het verzoek en de onderbouwing daarvan
Zoals reeds weer is gegeven in de kop/staart beschikking van 13 december 2022 verzoekt [verzoekster01] de rechtbank ex artikel 379 Fw bepalingen te maken en voorzieningen te treffen ter beveiliging van de belangen van alle schuldeisers inhoudende – kort weergegeven – dat de aandeelhouder(s) van [verzoekster01] of enig ander persoon met stemrecht in het kapitaal van [verzoekster01] beperkt worden in het uitoefenen van hun stemrecht voor de duur van het akkoordtraject, met name met betrekking tot schorsing, ontslaan, benoemen van enig bestuurder of commissaris van [verzoekster01] of wijzigen van enige (al dan niet statutaire) bevoegdheid van de Algemene vergadering van aandeelhouders van [verzoekster01] , dan wel het wijzigen van enige (al dan niet statutaire) bevoegdheid die ziet op de verhoudingen tussen het bestuur van [verzoekster01] en de Raad van commissarissen (hierna: RvC) van [verzoekster01] .
Als grondslag voor deze vordering stelt [verzoekster01] dat de Aandeelhouders 2 het in gang gezette herstructureringstraject belemmeren. Na geruime tijd onophoudelijk onderhandelen met haar financiers, is de finishlijn in zicht. De finale concepten van de herstructureringsdocumentatie zullen op korte termijn met de financiers worden gedeeld, zodat zij deze intern voor kunnen leggen. De herstructurering is echter alleen uitvoerbaar wanneer er geen onrust wordt veroorzaakt. Probleem is echter dat de Aandeelhouders dit wel doen. Zo hebben de Aandeelhouders recent twee nieuwe leden aan de RvC toegevoegd en hebben zij aangekondigd de voorzitter van de RvC te zullen ontslaan. De voorzitter heeft bij het staken van de stemmen in het tweehoofdig bestuur de doorslaggevende stem. De Aandeelhouders zijn het niet eens met het traject dat thans ingezet is en proberen door het ontslaan van de voorzitter van de RvC alsnog de procedure te ontregelen. Ook beklagen de Aandeelhouders zich er over dat de informatievoorziening van [verzoekster01] richting hen tekortschiet, dit terwijl zij toegang hebben tot dezelfde datarooms waar de RvC en de financiers toegang toe hebben.
Volgens [verzoekster01] mogen de Aandeelhouders het herstructureringsplan niet belemmeren. Wanneer ze de voorzitter ontslaan maken ze misbruik van hun bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 BW. De wetgever heeft verschillende voorzieningen in de WHOA opgenomen ten einde te voorkomen dat schuldeisers of aandeelhouders die niet willen meewerken aan de herstructurering van een onderneming acties kunnen ondernemen om dat proces te blokkeren of te vertragen. In dit kader wordt verwezen naar de artikelen 383 lid 2, 376 en 377 Fw. Eenzelfde anti-belemmeringsgedachte zou terug te vinden zijn in artikel 377 Fw en is in Europese context verankerd in de Europese Herstructureringsrichtlijn waarvan de WHOA (nagenoeg) een implementatie vormt. Ook uit artikel 370 lid 5 Fw volgt dat bepaalde regels ten aanzien van de besluitvorming door de Algemene vergadering niet van toepassing zijn wanneer op basis van de WHOA een akkoord wordt aangeboden. Tot slot volgt uit de literatuur dat een aandeelhouder een WHOA-akkoord niet mag belemmeren.
Gelet op het voorgaande acht [verzoekster01] de rechtbank op grond van artikel 379 Fw bevoegd om tijdens de herstructurering in het kader van de WHOA de gevraagde voorzieningen te treffen en bepalingen te maken om de belangen van de betrokken schuldeisers of aandeelhouders te waarborgen. In aanvulling op artikel 379 Fw bieden de flexibele regeling van artikel 378 Fw, de redelijkheid en billijkheid en artikel 370 lid 5 Fw de rechtbank eveneens de bevoegdheid om de gevraagde voorziening te verlenen. Artikel 378 Fw biedt schuldenaren de mogelijkheid om kwesties die in het belang zijn bij het tot stand brengen van een akkoord voorafgaande aan de stemming over een akkoord aan de rechter voor te leggen. Van een dergelijke kwestie is thans sprake.
3 De standpunten van de Aandeelhouders
Volgens de Aandeelhouders handelt de voorzitter van de RvC in strijd met de governance regels zoals deze gelden binnen de [verzoekster01] . Hierdoor wordt de CEO buiten spel gezet door de CFO en de voorzitter van de RvC. De CFO en de voorzitter van de RvC willen hoe dan ook het akkoord doorzetten en handelen daarmee niet in het belang van de vennootschap en dus van de gezamenlijke schuldeisers en de Aandeelhouders. Ook worden de Aandeelhouders stelselmatig op achterstand gezet door de voorzitter van de RvC doordat verzoeken om nadere informatie over het ‘herstructureringsplan’ op hoofdlijnen stelselmatig genegeerd worden. Ook de bezwaren en voorstellen van de CEO worden telkens genegeerd. Tevens hebben de Aandeelhouders er grote vraagtekens bij of het voorgestelde herstructureringsplan een levensvatbare onderneming oplevert. Het voorgenomen ontslag van de voorzitter van de RvC belemmert de herstructurering volgens de Aandeelhouders geenszins. De Aandeelhouders streven niet naar meer invloed op de besluitvorming, maar wensen de governance binnen [verzoekster01] te herstellen. Het starten van een WHOA-procedure betekent niet dat alle governance regels en rechten van de organen van een vennootschap buiten werking worden gesteld, waaronder het recht om de voorzitter van de RvC te ontslaan. De Aandeelhouders zetten dat recht bovendien proportioneel en zorgvuldig in op een wijze die het proces niet in gevaar brengt. De WHOA-procedure voorziet volgens de Aandeelhouders niet in de mogelijkheid om de stemrechten van de Aandeelhouders te beknotten. Artikel 379 Fw geeft de rechtbank niet de bevoegdheid om zich te mengen in vennootschapsrechtelijke gelegenheden zoals het ontslaan, schorsen en benoemen van bestuurders en commissarissen van een onderneming. Daarnaast is artikel 379 Fw ook niet bedoeld om de rechten van de Aandeelhouders in te perken op de wijze waarop dat door [verzoekster01] wordt verzocht.
De Aandeelhouders vragen om het verzoek van [verzoekster01] af te wijzen.