Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-01-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:263, 396863_E18012023

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-01-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:263, 396863_E18012023

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18 januari 2023
Datum publicatie
19 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:263
Zaaknummer
396863_E18012023

Inhoudsindicatie

Schending mededelingsplicht, opzettelijke misleiding bij aanvraag verzekering. Voldaan aan waarschuwingsplicht. Verzekeraar geen uitkering verschuldigd. Persoonsgegevens door verzekeraar i.s.m. AVG verwerkt: onrechtmatig, moet ongedaan gemaakt worden.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/396863 / HA ZA 22-200

Vonnis van 18 januari 2023

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. T.W. Phea te Arnhem,

tegen

UNIVE SCHADE NV,

te Assen,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Univé,

advocaat: mr. M.S. de Kort-de Wolde te Arnhem.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 20 juli 2022 met de daarin genoemde processtukken;

-

de akte overlegging producties van [eiser] ;

-

de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling van 1 december 2022 en de spreekaantekeningen van [eiser] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft op 6 september 2017 een personenauto gekocht. Deze auto was verzekerd bij Centraal Beheer Achmea (hierna: “CBA”).

2.2.

Op 11 november 2019 is deze verzekering geroyeerd in verband met wanbetaling.

2.3.

Op 24 november 2019 is [eiser] staande gehouden door de politie en heeft hij een boete gekregen van ongeveer € 600,00 in verband met onverzekerd autorijden.

2.4.

Op 25 november 2019 heeft [eiser] CBA gebeld. Er werd gezegd dat hij een betalingsachterstand had en dat de verzekering daarom was stopgezet. [eiser] is vervolgens naar vrienden gegaan en heeft op zijn mobiele telefoon gezocht naar een andere goedkope autoverzekering. [eiser] kwam uit bij Univé en heeft het aanvraagformulier ingevuld via zijn telefoon. Eén van de slotvragen was:

Is u, of iemand anders die belang heeft bij deze verzekering, in de afgelopen 5 jaar een verzekering geweigerd, opgezegd of onder beperkende voorwaarden aangeboden?

[eiser] heeft hierop met “Nee” geantwoord.

2.5.

[eiser] heeft Univé op 26 november 2019 gebeld. Univé heeft hiervan een telefoonnotitie gemaakt met de volgende beschrijving:

klant belt over de aanvragen van zijn auto, aangegeven dat hij voorlopige dekking heeft. Bij een auto is hij niet de eigenaar maar een vriend aangegeven dat wij die constructie niet accepteren. Hij zal hem zelf op naam zetten. Voor de rest nog in afwachting van acceptatie.

2.6.

Univé heeft per brief van 29 november 2019 de verzekeringsaanvraag bevestigd. Hierin zijn ook de slotvragen en de door [eiser] gegeven antwoorden opgenomen.

2.7.

De verzekeringspolis is op 29 november 2019 door Univé afgegeven. In deze polis staat onder andere:

(...) Uw verzekeringsperiode loopt van 25-11-2019 tot 25-11-2020.(...)”.

2.8.

Op 27 februari 2020 is de auto uitgebrand.

2.9.

[eiser] heeft de schade als gevolg van de brand geclaimd bij Univé. Univé heeft onderzoek gedaan naar de schadeclaim.

2.10.

CBA mailt Univé op 20 mei 2020:

(...) De polis is door Centraal Beheer op 11 november 2019 geroyeerd met einde datum 4 november 2019. Reden beëindiging; wanbetaling. Klant heeft hiervoor een royementsaanhangsel ontvangen. (...)”.

2.11.

In de door de onderzoeker van Univé telefonisch afgenomen verklaring van [eiser] van 26 mei 2020 staat onder andere:

V: Vraag van de heer [naam 2] A: Antwoord de heer [eiser] (...)

V: Wist u dat Centraal/Beheer Achmea uw autoverzekering had geroyeerd in verband met wanbetaling toen u de autoverzekering bij Univé heeft aangevraagd via Internet?

A: Dat wist ik en ik snap dat ik de vraag (...) eigenlijk met ja had moeten beantwoorden. Ik moest wel gelijk een andere autoverzekering aanvragen omdat ik al een boete had van de politie. Ik heb dat toen bij Univé aangevraagd. (...)”.

2.12.

Per brief van 5 juni 2020 heeft Univé [eiser] het volgende laten weten:

(...) De verzekering voor deze auto hebt u op 25 november 2019 om 19:28 uur bij Univé afgesloten. Een van de vragen die u tijdens het aanvragen van de verzekering hebt moeten beantwoorden is:

Is u, of iemand ander die belang heeft bij deze verzekering, in de afgelopen 5 jaar een verzekering geweigerd, opgezegd of onder beperkende voorwaarden aangeboden?

Deze vraagt hebt u met ‘NEE’ beantwoord. Dit blijkt een onjuiste opgave te zijn geweest. Tijdens het onderzoek is namelijk duidelijk geworden dat uw vorige autoverzekering door verzekeraar Centraal Beheer is beëindigd vanwege betalingsproblemen c/q wanbetaling. Op 11 november 2019 bent u door deze verzekeraar over het royement geïnformeerd en op 25 november 2019 hebt u hierover nog telefonisch contact met hen gehad. Op 26 mei 2020 bent u door de schadeonderzoeker telefonisch geconfronteerd met het feit dat u het royement van uw vorige verzekering niet hebt opgegeven bij de aanvraag van de verzekering bij Univé. U vertelde toen dat u op dat moment wist dat Centraal Beheer uw verzekering had opgezegd in verband met wanbetaling, maar u zou de vraag niet opzettelijk onjuist hebben beantwoord. Volgens u had u de vraag niet goed gelezen of gezien. (...)

Na een zorgvuldige beoordeling van alle feiten en omstandigheden kom ik tot de conclusie dat u tijdens het aanvragen van de verzekering de vraag over uw verzekeringsverleden niet naar waarheid hebt beantwoord. Volgens u is er echter geen sprake geweest van een opzettelijke verzwijging van het royement door Centraal Beheer. U zou de vraag niet goed hebben gelezen. Ik zet hier toch vraagtekens bij omdat u op dezelfde dag als waarop u de verzekering bij Univé aanvroeg, nog telefonisch contact met uw vorige verzekeraar hebt gehad over de beëindiging van de verzekering. Het heeft er dan ook op zijn minst schijn van dat u opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken hebt gegeven met als doel een verzekering af te kunnen sluiten die bij de ware stand van zaken mogelijk niet geaccepteerd zou zijn. (...) Er is sprake van schending mededelingsplicht en een vermoeden van fraude. Deze conclusie resulteert in de afwikkeling die in het vervolg van deze brief wordt toegelicht. (...) In artikel 7.930 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat er geen schade betaald hoeft te worden als de verzekeraar bij de ware kennis van zaken geen verzekering zou hebben afgesloten. Univé beroept zich in deze zaak op dit wetsartikel. Uw claim wordt afgewezen. (...) Gezien de bevindingen zijn uw (persoons)gegevens opgenomen in ons incidentenregister. Dit register ondersteunt de activiteiten gericht op de veiligheid in integriteit van ons bedrijf en wordt beheerd door de afdeling Veiligheidszaken van Univé. Als u inzage in uw gegevens wilt kunt u een e-mail, met daarbij een kopie van een geldig legitimatiebewijs, sturen naar de heer [naam 1] , Beleidsadviseur Veiligheidszaken: [e-mailadres 1] (...) Het CBV van het Verbond van Verzekeraars is op de hoogte gebracht van de registratie in het Incidentenregister en gebruikt deze informatie onder andere voor het coördineren van onderzoeken en het uitvoeren van analyses. Als u inzage in deze registratie wilt kunt u een e-mail met daarbij een kopie van een geldig legitimatiebewijs, sturen naar [e-mailadres 2] (...)”.

2.13.

Op 16 mei 2022 mailt CBA Univé:

(...) In juli 2019 was er een achterstand voor de premie van juli, Deze is na een eerste herinnering op 07-08-219 betaald op 11-08-2019. Voor de premie van de maand september 2019 hebben wij een 1e herinnering verzonden op 01-10-2019 en een 2e herinnering op 16-10-2019, doordat er niet op tijd betaald werd hebben wij op 11 november 2019 geroyeerd met einde datum 4 november 2019. Het ging om een maandpremie van 222,21 euro, na stopzetting van de polis moest nog 22,22 euro betaald worden, wat uiteindelijk 15-12-2019 is voldaan. De 1e herinnering is per mail verzonden, de 2e per post. (...)”.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Univé veroordeelt tot betaling van het bedrag van € 23.900,00 incl. btw zijnde de vergoeding voor totaal verlies van de auto, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadevoorval op 27 februari 2020, althans een in goede justitie te bepalen datum, tot de dag der algehele voldoening;

  2. Univé veroordeelt tot betaling van het bedrag van € 299,96 incl. btw zijnde de vergoeding voor vervangend vervoer, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadevoorval op 27 februari 2020, althans een in goede justitie te bepalen datum, tot de dag der algehele voldoening;

  3. Univé veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.230,57 althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

  4. Univé veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis over te gaan tot het ongedaan maken en ongedaan gemaakt houden van de registraties ten name van [eiser] in de Incidentenregister van Univé en andere vergelijkbare (incidentenregistratie)systemen van Univé (zoals de Gebeurtenissenadministratie en/of het Intern Verwijzingsregister), evenals het per gelijke post/e-mail verzenden van een bevestiging van voornoemde ongedaanmaking c.q. verwijdering aan [eiser] , zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ten bedrage van € 1.000,00 voor elke dag of deel daarvan, dat Univé met de nakoming van dit gebod, al dan niet gedeeltelijk, in gebreke blijft;

  5. Univé veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis over te gaan tot het indienen van een (schriftelijk) verzoek aan het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit van het Verbond van Verzekeraars, strekkende tot het ongedaan maken en ongedaan gemaakt houden van de (loket)melding ten name van [eiser] , evenals het per gelijke post/e-mail verzenden van een afschrift van genoemd verzoek aan [eiser] , en voorts alle medewerking te verlenen om de ongedaanmaking van de genoemde melding te realiseren, zulks op straffe van een dwangsom ten bedrag van € 1.000,00, voor iedere dag, een gedeelte van een dag voor een gehele gerekend, dat Univé met de nakoming van dit gebod, al dan niet gedeeltelijk, in gebreke blijft;

  6. Univé veroordeelt tot betaling van de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis, en voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

  7. Univé veroordeelt tot betaling van de nakosten, te verhogen met de betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten vanaf veertien dagen na aanzegging van de nakosten aan Univé tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag. Hij heeft zijn mededelingsplicht niet geschonden en daarom moet Univé op grond van de polisvoorwaarden de schade uitkeren en de overige getroffen maatregelen ongedaan maken. Als hij zijn mededelingsplicht wel heeft geschonden, dan is geen sprake geweest van opzettelijke misleiding en had een redelijk handelend verzekeraar hem wel geaccepteerd. Daarnaast ontbreekt de causaliteit tussen het vermeende verzwegen feit en het verwezenlijkte risico en heeft Univé niet voldaan aan haar waarschuwingsplicht. Ten aanzien van de registraties geldt ook nog dat deze in strijd zijn met de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Verzekeraars (GVPV), aangezien niet wordt voldaan aan de vereiste transparantie, noodzakelijkheid en relevantie.

3.3.

Univé concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [eiser] in de kosten van deze procedure. Univé stelt zich op het standpunt dat [eiser] zijn mededelingsplicht heeft geschonden doordat hij bij het aangaan van de verzekering heeft verzwegen dat zijn eerdere verzekering was opgezegd op grond van wanbetaling. Volgens Univé is primair sprake van opzettelijke misleiding en subsidiair was Univé bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekeringsovereenkomst aangegaan met [eiser] . De causaliteitseis is daardoor (ook) niet van toepassing en Univé heeft voldaan aan haar waarschuwingsplicht. Univé mocht hierdoor de maatregelen nemen die zij genomen heeft. Ten slotte betwist Univé de hoogte van de schade.

4 De beoordeling

5 De beslissing