Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-07-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5246, AWB- 22_3302
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-07-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5246, AWB- 22_3302
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 21 juli 2023
- Datum publicatie
- 31 juli 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:5246
- Zaaknummer
- AWB- 22_3302
Inhoudsindicatie
BRP
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/3302 BRP
[naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom, het college.
Inleiding
1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres om haar persoonsgegevens te wijzigen in de Basisregistratie personen (hierna: Brp).
Met het bestreden besluit van 20 mei 2022 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 14 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en namens het college [naam vertegenwoordiger] .
Beoordeling door de rechtbank
2 De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag voor wijziging van de persoonsgegevens. Zij doet dat mede aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3 De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4 Feiten en omstandigheden
Eiseres heeft op 9 september 2021 een verzoek ingediend voor correctie van haar persoonsgegevens in de Brp. Ze heeft verzocht om wijziging van haar geboortedatum van 28 januari 1990 naar 28 januari 1993 en heeft daartoe een identiteitsbewijs en een geboorteakte overgelegd.
Op 22 september 2021 is de geboorteakte door een documentonderzoeker beoordeeld. De echtheid is als positief beoordeeld, maar er kan geen uitspraak worden gedaan over de opmaak en de afgifte van het document en ook kan niet worden vastgesteld dat het document inhoudelijk juist is.
Het college heeft op 5 oktober 2021 het voornemen kenbaar gemaakt om het verzoek tot wijziging van de persoonsgegevens af te wijzen. Eiseres heeft op 2 november 2021 haar zienswijze kenbaar gemaakt.
Met het besluit van 16 november 2021 heeft het college het verzoek afgewezen. Eiseres heeft hiertegen (tijdig) bezwaar gemaakt.
De Adviescommissie voor de bezwaarschriften heeft op 11 april 2022 geadviseerd om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard.
5 Heeft het college redelijkerwijs het verzoek tot wijziging van de persoonsgegevens kunnen afwijzen?
Eiseres heeft betoogd dat het besluit onder de nieuwe, genuanceerde beoordelingsmaatstaf geen stand kan houden. De overlegde geboorteakte is een brondocument van hogere orde dan de eerder overgelegde identiteitskaart uit 2019. Hierdoor kan buiten redelijke twijfel worden gesteld dat de persoonsgegevens in de geboorteakte juist zijn.
Het college heeft gesteld dat het enkele feit dat de geboorteakte een brondocument is, niet betekent dat de daarin vermelde feiten zonder meer moeten worden verwerkt in de Brp. De opmaakdatum en afgiftedatum zijn 29 juli 2021. Daarnaast zijn de doorgevoerde wijzigingen niet af te leiden op de geboorteakte. De geboorteakte lijkt een voor het eerst opgemaakt en afgegeven document, waardoor het vermoeden bestaat dat het document enkel is opgemaakt voor wijziging van de persoonsgegevens. Het staat niet buiten redelijke twijfel dat de persoonsgegevens op de geboorteakte juist zijn.
Het college heeft in het bestreden besluit geoordeeld dat niet onomstotelijk vaststaat dat de in de Brp opgenomen gegevens onjuist zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 4 mei 2022 geoordeeld dat niet langer is vereist dat onomstotelijk vaststaat dat de eerder geregistreerde gegevens feitelijk onjuist zijn. Voortaan moet worden beoordeeld of buiten redelijke twijfel uit de overgelegde brondocumenten, zo nodig bezien in samenhang met de daaraan ten grondslag liggende nadere bewijsmiddelen, volgt dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn. Als dat het geval is, en het brondocument van een hogere orde is dan het document of de verklaring op grond waarvan de eerdere inschrijving heeft plaatsgevonden, wordt het betreffende gegeven, of worden de betreffende gegevens, in de Brp gewijzigd.1
Brondocumenten zijn de in artikel 2.8, tweede lid, onder a tot en met e, van de Wet Brp omschreven documenten. Een buiten Nederland opgemaakte akte, gedane rechtelijke uitspraak of geschrift waarin het feit is vermeld waarover het verzoek tot opneming gaat, zijn brondocumenten als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, respectievelijk d, van de Wet Brp, tweede lid, onder c, respectievelijk d, van de als de akte, uitspraak of het geschrift overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en ten doel heeft tot bewijs te dienen van het feit waarover het verzoek tot opneming gaat.
Dat sprake is van een brondocument als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, van de Wet Brp, betekent niet dat de daarin vermelde feiten zonder meer moeten worden verwerkt in de Brp.2 Bij het beoordelen of deze feiten moeten worden verwerkt, moet ook rekening worden gehouden met de relevante bepalingen uit paragraaf 3 van Afdeling 1 van Hoofdstuk 2 van de Wet Brp. Zo is van belang dat uit artikel 2.10, tweede lid, van de Wet Brp volgt dat aan de hier bedoelde brondocumenten geen gegevens mogen worden ontleend, voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de daarin vermelde feiten. Het gaat hierbij om de openbare orde in materiële en in processuele zin.3 Van strijd met de openbare orde in processuele zin kan sprake zijn als voorafgaand aan de afgifte van het brondocument kennelijk geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Een van de eisen waaraan een buitenlandse rechterlijke uitspraak in dit verband moet voldoen, is dat deze er blijk van moet geven op - naar objectieve maatstaven gemeten - betrouwbare gegevens te zijn gebaseerd.4
De overgelegde geboorteakte is een brondocument als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, van de Wet Brp. De persoonsgegevens zijn op basis van de in 2019 overgelegde identiteitskaart vastgelegd. De in 2019 overgelegde ID kaart is echt bevonden door het college en het college gaat uit van de juistheid van de ID kaart. Eiseres heeft in beginsel een hoger brondocument dan deze ID kaart overgelegd, namelijk de geboorteakte. De inhoud van dit document maakt echter niet dat niet langer van de juistheid van de identiteit volgens de destijds aangetoonde ID kaart mag worden uitgegaan. Het college heeft onderzocht in hoeverre de gegevens op de geboorteakte correct zijn. In het documentonderzoek is de geboorteakte wel als echt beoordeeld, maar er kon geen uitspraak worden gedaan over de opmaak en de afgifte van het document en ook kon niet worden vastgesteld dat het document inhoudelijk juist is. Zowel de opmaakdatum als de afgiftedatum zijn 29 juli 2021. Dat is opmerkelijk. De inhoudelijke gegevens van de geboorteakte werpen daarmee vragen op. Het college heeft in zijn verweer voldoende gemotiveerd dat niet buiten redelijke twijfel staat dat de persoonsgegevens in de geboorteakte juist zijn. De rechtbank is van oordeel dat het college redelijkerwijs het verzoek tot wijziging van de persoonsgegevens heeft kunnen afwijzen.