Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-05-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5306, 409194 HO RK 23-326
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-05-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5306, 409194 HO RK 23-326
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 26 mei 2023
- Datum publicatie
- 31 juli 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:5306
- Zaaknummer
- 409194 HO RK 23-326
Inhoudsindicatie
WHOA. Homologatie (groeps)akkoord. Internationale aspecten.
Uitspraak
Afdeling Insolventies – meervoudige kamer
Zittingsplaats Breda
Vonnis op het verzoek tot homologatie van een akkoord ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet (Fw), de verzoeken tot afwijzing van het homologatieverzoek ex artikel 383 lid 8 Fw en de verlenging van de afkoelingsperiode ex artikel 376 lid 5 Fw
rekestnummer: 409194 HO RK 23-326
uitspraakdatum: 26 mei 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna ook te noemen: [bedrijf 1] ,
mede namens iedere rechtspersoon die samen met [bedrijf 1] een groep vormt als
bedoeld in artikel 2:24b BW waaronder begrepen de vennootschappen als genoemd in
bijlage 1 welke aan deze beschikking is gehecht en daarmee onderdeel uitmaakt van deze
beschikking,
advocaat: mr. B.W.G. van der Velden en mr. S. Jansen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:
- -
-
de startverklaring ex artikel 370 lid 3 Fw, gedeponeerd op 15 november 2022;
- -
-
de beschikking van de rechtbank van 24 november 2022, afkondiging afkoelingsperiode en beslissing ex artikel 379 Fw;
- -
-
de beschikking van de rechtbank van 5 december 2022, tijdelijke voorziening ex artikel 379 Fw;
- -
-
de beschikking van de rechtbank van 13 december 2022, aanstellen observator;
- -
-
de beschikking van de rechtbank van 23 december 2022, treffen van voorzieningen ex artikel 379/378 Fw ;
- -
-
de beschikking van de rechtbank van 22 februari 2023, nadere vaststelling kosten observator;
- -
-
de beschikkingen van de rechtbank van 14 maart 2023, verlenging afkoelingsperiode;
- -
-
de beschikking van de rechtbank van 28 maart 2023, herstelbeschikking;
- -
-
de beschikking van de rechtbank van 24 april 2023, nadere vaststelling kosten observator;
- -
-
de beschikking van de rechtbank van 1 mei 2023, voorlopige verlenging afkoelingsperiode;
- -
-
het verzoekschrift van 2 mei 2023 van [bedrijf 1] ex artikel 383 lid 1 Fw tot homologatie van het akkoord, met daarbij onder andere het stemverslag;
- -
-
de beschikking van de rechtbank van 3 mei 2023, dagbepaling homologatiezitting;
- -
-
de zienswijze van 9 mei 2023 van de observator;
- -
-
de zienswijze van 10 mei 2023 van de MoCom1;
- -
-
het verzoekschrift van 10 mei 2023 van [aandeelhouder 1] N.V., [aandeelhouder 2] N.V. en [aandeelhouder 3] B.V. (hierna ook: de aandeelhouder) ex artikel 383 lid 8 Fw tot afwijzing van het homologatieverzoek;
- -
-
het verzoekschrift van 10 mei 2023 van [bedrijf 2] CO., Ltd. (hierna ook: [bedrijf 2] ) ex artikel 383 lid 8 Fw tot afwijzing van het homologatieverzoek;
- -
-
de akte aanvullende producties van 12 mei 2023 van de aandeelhouder;
- -
-
de akte aanvullende producties van 12 mei 2023 van [bedrijf 2] ;
- -
-
de akte aanvullende producties van 12 mei 2023 van de MoCom;
- -
-
de akte aanvullende producties van 13 mei 2023 van [bedrijf 1] ;
- -
-
de spreekaantekeningen van [bedrijf 1] van 15 mei 2023;
- -
-
de spreekaantekeningen van de MoCom van 15 mei 2023;
- -
-
de spreekaantekeningen van de aandeelhouder van 15 mei 2023;
- -
-
de spreekaantekeningen van [bedrijf 2] van 15 mei 2023;
- -
-
de spreekaantekeningen van de heer [naam 1] (Alvarez & Marsal) van 15 mei 2023.
Bovengenoemde verzoeken zijn op 15 mei 2023 in raadkamer behandeld en nader toegelicht. Daarbij zijn ter zitting verschenen:
van de zijde van [bedrijf 1] :
- -
-
[naam 2] (bestuurder van [bedrijf 1] B.V.)
- -
-
[naam 3] (bestuurder van [bedrijf 1] B.V.)
- -
-
[naam 4] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 5] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 6] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 7] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 8] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 9] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 10] (EY)
- -
-
[naam 11] (EY)
- -
-
[naam 12] (Group Legal Manager van [bedrijf 1] B.V.)
- -
-
[naam 13] (Group Treasury Manager van [bedrijf 1] B.V.).
namens [bedrijf 2] CO., Ltd.:
- -
-
[naam 14] (Loyens & Loeff)
- -
-
[naam 15] (Loyens & Loeff)
van de zijde van de MoCom:
- -
-
[naam 16] (Danmarks Skibskredit A/S)
- -
-
[naam 17] (ING Bank N.V.)
- -
-
[naam 18] (ING Bank N.V.)
- -
-
[naam 19] (Norton Rose Fulbright)
- -
-
[naam 20] (Norton Rose Fulbright)
- -
-
[naam 21] (Norton Rose Fulbright)
- -
-
[naam 22] (Norton Rose Fulbright)
- -
-
[naam 23] (FTI)
- -
-
[naam 24] (FTI)
van de zijde van de aandeelhouder:
- -
-
[naam 25] (indirect aandeelhouder van [bedrijf 1] B.V.)
- -
-
[naam 26] (Alvarez & Marsal)
- -
-
[naam 1] (Alvarez & Marsal)
- -
-
[naam 27] (Jones Day)
- -
-
[naam 28] (Jones Day)
- -
-
[naam 29] (Jones Day)
van de zijde van de observator:
- -
-
[naam 30]
- -
-
[naam 31]
- -
-
[naam 32]
Voorts zijn door middel van een videoverbinding verschenen:
van de zijde van [bedrijf 1] :
- -
-
[naam 33] (Lid van de raad van commissarissen van [bedrijf 1] B.V.)
- -
-
[naam 34] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 35] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 36] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 37] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 38] (AXECO)
- -
-
[naam 39] (AXECO)
- -
-
[naam 40] (AXECO)
- -
-
[naam 41] (EY)
- -
-
[naam 42] (EY)
- -
-
[naam 43] (Lazard)
- -
-
[naam 44] (Lazard)
- -
-
[naam 45] (Lazard)
- -
-
[naam 47] (Lid van de RvC)
- -
-
[naam 46] (Lid van de RvC)
- -
-
[naam 47] (Adviseur RvC)
- -
-
[naam 48] (Allen & Overy)
- -
-
[naam 49] (Allan & Overy)
- -
-
[naam 50] (Allen & Overy)
namens [bedrijf 2] CO., Ltd.:
- [naam 51] (Loyens & Loeff)
van de zijde van de MoCom:
- -
-
[naam 52] , Danmarks Skibskredit
- -
-
[naam 53] , Bank of America DAC
- -
-
[naam 54] , ING Bank N.V.
- -
-
[naam 55] , BNP Paribas
- -
-
[naam 56] , BNP Paribas
- -
-
[naam 57] , BNP Paribas
- -
-
[naam 58] , BNP Paribas
- -
-
[naam 59] , BNP Paribas
- -
-
[naam 60] , Deutsche Bank AG, London Branch
- -
-
[naam 61] Deutsche Bank AG, London Branch
- -
-
[naam 62] , DNB (UK) Limited
- -
-
[naam 63] , DNB (UK) Limited
- -
-
[naam 64] , DNB (UK) Limited
- -
-
[naam 65] , Coöperatieve Rabobank U.A.
- -
-
[naam 66] , ABN AMRO Bank N.V.
- -
-
[naam 67] , ABN AMRO Bank NV.
- -
-
[naam 68] , ABN AMRO Bank N.V.
- -
-
[naam 69] , ABN AMRO Bank N.V.
- -
-
[naam 70] , Norton Rose Fulbright LLP
- -
-
[naam 71] , Norton Rose Fulbright LLP
- -
-
[naam 72] , Norton Rose Fulbright LLP
- -
-
[naam 73] , Norton Rose Fulbright LLP
- -
-
[naam 74] , Norton Rose Fulbright LLP
- -
-
[naam 75] , Norton Rose Fulbright LLP
- -
-
[naam 76] , Norton Rose Fulbright LLP
- -
-
[naam 77] , FTI Consulting
- -
-
[naam 78] (tolk)
- -
-
[naam 79] (tolk)
van de zijde van de observator:
- -
-
[naam 80]
- -
-
[naam 81] .
Bij proces-verbaal van bevindingen van 22 mei 2023 is [bedrijf 1] - zakelijk weergegeven - in de gelegenheid gesteld het verzoek tot homologatie op het punt van de in aanmerking genomen schuldenlast nader toe te lichten en zijn de aandeelhouder, de MoCom en de observator in de gelegenheid gesteld om desgewenst op deze nadere toelichting te reageren. Daarop zijn ontvangen
- -
-
een zienswijze van [bedrijf 1] van 24 mei 2023;
- -
-
een zienswijze van de observator van 24 mei 2023;
- -
-
een zienswijze van de aandeelhouder van 25 mei 2023;
- -
-
een zienswijze van de MoCom van 25 mei 2023.
In verband met de spoedeisendheid van de beslissing heeft de rechtbank op 26 mei 2023 door middel van een kop/staartvonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 23 juni 2023.
2 De feiten
[bedrijf 1] is enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf3] B.V. (hierna: [bedrijf3] ). [bedrijf3] is de holdingmaatschappij van een groep Nederlandse en buitenlandse dochtermaatschappijen (hierna ook te noemen: de groepsmaatschappijen). [bedrijf 1] en [bedrijf3] vormen samen met de dochtervennootschappen de groep (hierna: de Groep), welke een [onderneming] drijft met een wereldwijd opererende [activiteit] van ongeveer 100 [goederen] .
3 Het verzoek en de onderbouwing daarvan
[bedrijf 1] verzoekt verlenging van de afkoelingsperiode ex artikel 376 lid 5 Fw. Daarnaast verzoekt [bedrijf 1] op basis van artikel 383 lid 1 Fw homologatie van een onderhands akkoord dat zij op 19 april 2023 aan haar schuldeisers en aandeelhouder van wie de rechten op basis van het akkoord wordt gewijzigd, heeft aangeboden. Zij voert daartoe - samengevat - het volgende aan.
De Groep bevindt zich sinds 2016 in toenemende mate in financiële moeilijkheden en heeft geruime tijd onderhandeld met haar financiers over de herstructurering van de financiering. Op 13 november 2018 is de Groep met de overgrote meerderheid van haar financiers een Framework Agreement (hierna: FWA) aangegaan. Onder de FWA werd afgesproken dat de uitstaande kredieten (behoudens door de financiers te verlenen uitstel) op 31 maart 2021 zouden worden afgelost en is afgesproken om de bestaande overeenkomsten van de financiers te consolideren in één (raamwerk-)financieringsovereenkomst. In het kader van de FWA hebben de (meeste) groepsvennootschappen over en weer garanties verstrekt voor de verplichtingen van de andere groepsvennootschappen uit hoofde van bestaande kredietovereenkomsten en heeft de Groep ook aanvullende zekerheden verstrekt.
Hoewel de totale schuld de jaren ervoor aanzienlijk was verminderd, zag de Groep zich in juni 2020 als gevolg van de verslechterde marktomstandigheden genoodzaakt eenzijdig haar betalingsverplichtingen jegens haar financiers op te schorten. Omdat de uitstaande kredieten ook niet op de afgesproken einddatum van 31 maart 2021 zijn afgelost, verkeert de Groep al geruime tijd in (betalings-)verzuim.
De Groep zag zich genoodzaakt om opnieuw in onderhandeling te treden met haar financiers en overige stakeholders in een poging een bestendige oplossing te vinden voor haar (nieuwe) problemen. Deze onderhandelingen zijn primair gevoerd met de Monitoring Committee (MoCom), die onder de FWA namens het collectief aan financiers toezicht houdt op de Groep en daarbij ook als aanspreekpunt fungeert.
Ter voorkoming dat financiers zouden overgaan tot of dreigen met individuele verhaalsacties, welke onderhandelingen en het bereiken van een solvente en collectieve oplossing voor de Groep zouden kunnen doorkruisen, is [bedrijf 1] op 14 november 2022 gestart met de voorbereidingen van een WHOA-akkoord.
In december 2022 en januari 2023 heeft [bedrijf 1] met de meeste van haar financiers overeenstemming bereikt over de voorwaarden voor de (financiële) herstructurering van de Groep. Ter bevestiging van hun steun en medewerking aan de beoogde herstructurering hebben de meerderheid van de financiers en [bedrijf 1] op 31 januari 2023 een Restructuring Support Agreement (hierna: RSA) gesloten. De partijen die deze RSA hebben gesloten, verbinden zich ertoe de beoogde herstructurering te ondersteunen en daartoe, kort gezegd, alle relevante en noodzakelijke stappen te zetten.
Op hoofdlijnen komt de voorgenomen herstructurering van de Groep op het volgende neer:
-
De totale schuldenlast van de Groep zal enerzijds worden verminderd tot houdbare niveaus (al dan niet na verkoop van een aantal [goederen] ), of meer precies, worden teruggebracht tot een niveau dat meer in overeenstemming is met de reële marktwaarde van de verschillende [goederen] die door die schuld worden gefinancierd en zal anderzijds, voor het gedeelte dat niet wordt afgeschreven, door nieuwe leningsvoorwaarden worden beheerst dan wel geconverteerd worden in een nieuwe gesyndiceerde faciliteit.
-
In ruil voor de afschrijvingen en aanpassingen van de leningsvoorwaarden, zal het (leeuwendeel van het) economisch eigendom van de Groep overgaan naar de financiers, als de hoogst gerangschikte schuldeisers in de Groep, conform de daarvoor geldende rangorde en met inachtneming van de vastgestelde reorganisatiewaarde. De aandeelhouder behoudt een belang ter hoogte van zijn aanspraak op de reorganisatiewaarde minus de schulden, en profiteert op die manier mee van de herstructurering en de daarmee gerealiseerde continuïteit van de onderneming (NewCo).
-
Een deel van de onderneming van de Groep zal, in overleg met de relevante financiers, op termijn solvent geliquideerd worden (ExitCo).
In opdracht van [bedrijf 1] heeft EY Strategy and Transactions (EY) de reorganisatiewaarde en de liquidatiewaarde van de Groep in kaart gebracht. Bij de berekening van de reorganisatiewaarde is EY voor wat betreft de te verkopen [goederen] (Exiting [goederen]) uitgegaan van de Fair Market Value (FMV-methode) en voor wat betreft de te behouden [goederen] (NewCo [goederen]) van de Discounted Cashflow (DCF-methode). EY is daarbij uitgekomen op een reorganisatiewaarde van USD 840,3 miljoen tot USD 936,7 miljoen. De liquidatiewaarde is door EY bepaald op USD 465,5 miljoen tot USD 636,2 miljoen.
Bij de bepaling van het door de aandeelhouder – na geslaagde herstructurering - te behouden belang is [bedrijf 1] uitgegaan van een reorganisatiewaarde van de Groep welke is gelegen op het mid point van de door EY aangeven marge (USD 888,5 miljoen), een totale schuld aan de financiers van USD 876,6 miljoen en een door de beoogde herstructurering te bereiken aandeelhouderswaarde van USD 242,3 miljoen. De resterende Equity waarde van de Groep is (USD 888,5 miljoen minus USD 876,6 miljoen =) USD 11,9 miljoen, corresponderende met een aan de aandeelhouder te alloceren waarde van ((USD 11,9 miljoen : USD 242,3 miljoen) * 100%=) 4,91% in NewCo, aldus [bedrijf 1] .
In verband met de complexe en internationale financierings-, kapitaal- en organisatie-structuur van de Groep kan de beoogde herstructurering niet in één enkele procedure worden uitgewerkt, maar is naast de WHOA-procedure op het niveau van [bedrijf 1] ook een zogenoemde Scheme of Arrangement in Engeland nodig op het niveau van [bedrijf3] . In de Scheme of Arrangement zullen de relevante schulden worden afgeschreven dan wel omgezet/aangepast, terwijl als onderdeel van het WHOA-akkoord de aandelen in [bedrijf3] zullen worden overgedragen van [bedrijf 1] aan de nieuw opgerichte Stichting [naam stichting] , die op haar beurt certificaten van aandelen in [bedrijf3] zal uitgeven aan iedereen die daar als onderdeel van de beoogde herstructurering recht op heeft.
De WHOA-procedure en de Scheme of Arrangement zijn afhankelijk gesteld van elkaar, in die zin dat de beoogde herstructurering slechts doorgang kan vinden indien zowel homologatie van het WHOA-akkoord als bekrachtiging van de Scheme of Arrangement plaatsvindt.
Het thans voorliggende herstructureringsplan is volgens [bedrijf 1] de enige optie die de noodzakelijke steun heeft van de financiers. Deze steun is een conditio sine qua non voor de herstructurering en de daarmee te realiseren continuïteit voor de Groep. Er is zonder gehomologeerd akkoord geen ander haalbaar alternatief voor de Groep. De schuldeisers bestaan uit een gevarieerde samenstelling van financiers met uiteenlopende belangen. Zij hebben verschillende economische én juridische posities, ingegeven door de financieringsstructuur van de Groep. Dat betekent ook dat het zekerhedenpakket en de verhaalsmogelijkheden van iedere financier anders zijn. Indien het akkoord niet wordt gehomologeerd, zullen verschillende financiers tot individuele uitwinning van hun zekerheden overgaan, hetgeen zal leiden tot een ongecontroleerd faillissement.