Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9058, 415065 KG ZA 23-516 (E)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9058, 415065 KG ZA 23-516 (E)

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20 december 2023
Datum publicatie
23 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:9058
Zaaknummer
415065 KG ZA 23-516 (E)

Inhoudsindicatie

Geplaatste camera's niet in strijd met AVG en niet onrechtmatig.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/415065 / KG ZA 23-516

Vonnis in kort geding van 20 december 2023

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. E. Aerts te 's-Hertogenbosch,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. F. Konuksever te Breda.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 november 2023 met producties 1 tot en met 7;

- de door [eiser] ingediende aanvullende productie 8;

- de door [gedaagde] ingediende producties 1 tot en met 17 en gedeponeerde usb-stick; - de mondelinge behandeling van 6 december 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - de pleitnota van [gedaagde] .

2 De feiten

2.1

Tussen partijen staan de volgende feiten vast:

-

Partijen zijn gehuwd geweest en uit hun huwelijk is geboren de thans vierjarige [dochter] (hierna ook: de dochter).

-

Bij beschikking van [datum] 2021 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.

-

Tussen partijen geldt een co-ouderschapsregeling die dient te worden uitgevoerd zoals bepaald is in de beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 mei 2023.

-

[gedaagde] woont aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) met haar thans 87 jarige moeder en op de momenten zoals bepaald in de beschikking van 2 mei 2023 verblijft de dochter bij haar.

-

De woning is te bereiken via een oprit vanaf de openbare weg en een poort.

-

Aan de woning zijn twee camera’s bevestigd, zijnde een camera naast de voordeur die gericht is op de voordeur, de tuin en de poort en een camera op de zijgevel die gericht is op de tuin en poort.

-

[eiser] wordt bij het overdragen van de dochter aan [gedaagde] bij de woning gefilmd door camera’s.

-

De advocaat van [eiser] heeft [gedaagde] bij brief van 14 september 203 (onder meer) gesommeerd om de camera’s tijdens de overdrachtsmomenten uit te schakelen en gemaakt beeld- en of geluidsmateriaal direct te verwijderen omdat het in strijd is met de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) en een onrechtmatige daad is. Daarnaast is in de brief verzocht om inzage en wissen ex artikelen 15 en 17 AVG.

-

Als reactie heeft de advocaat van [gedaagde] bij brief van 26 september 2023 aan de advocaat van [eiser] medegedeeld dat [gedaagde] zich aan de privacywetgeving houdt.

3 Het geschil

3.1

[eiser] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. wordt geboden de microfoons gemonteerd aan en/of nabij de poort, zoals beschreven in het lichaam van de dagvaarding, terstond althans binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis te verwijderen en verwijderd te houden;

2. A wordt geboden om alle camera’s en microfoons, incl. toebehoren zoals gegevensdragers, aanwezig in en rondom de woning aan de [adres] te [plaats] tijdens de overdrachtsmomenten en tijdens andere contactmomenten waarbij [eiser] zich nabij of in de woning bevindt, uit te schakelen en uitgeschakeld te houden, opdat er géén beeld en- of geluidsmateriaal van [eiser] wordt vervaardigd;

2. B wordt geboden om [eiser] , telkens tenminste 24 uur voorafgaand aan ieder op voorhand gepland overdrachtsmoment en/of ander contactmoment waarbij [eiser] zich bij of in de woning genoemd onder 2.A begeeft, uitdrukkelijk en schriftelijk aan [eiser] te bevestigen dat de camera’s en microfoons inl. toebehoren, zoals bedoeld onder 2.A zijn uitgeschakeld en geen beelden noch geluiden van [eiser] zullen vervaardigen;

3. A wordt geboden om, indien in een onverhoopt geval toch beeld- en/of geluidsmateriaal van [eiser] wordt vervaardigd, dit beeld- en/of geluidsmateriaal niet verder te verwerken en het betreffende beeld- en/of geluidsmateriaal direct, althans binnen 24 uur na het moment van opnemen blijvend te verwijderen;

3. B wordt geboden om, telkens als onverhoopt toch beeld- en/of geluidsmateriaal van [eiser] wordt vervaardigd, dit binnen 24 uur na het moment van opnemen schriftelijk aan [eiser] te melden met daarbij de uitdrukkelijke schriftelijke bevestiging dat het betreffende beeld- en/of geluidsmateriaal niet verder is verwerkt en reeds blijvend is verwijderd;

4. wordt verboden om nieuwe camera’s, microfoons of andere opname- of monitoringsdevices aan, nabij of in de woning aan te brengen waarmee inbreuk wordt gemaakt op de privacyrechten van [eiser] ;

5. geboden wordt om terstond, althans binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis, schriftelijk en uitdrukkelijk aan [eiser] te bevestigen dat zij alle verwerkingen en verdere verwerkingen van beeld en/of geluidsmateriaal waarop [eiser] te zien en/of te horen is, staakt en gestaakt zal houden, behoudens indien [eiser] voor een bepaalde verwerking voorafgaand uitdrukkelijk en ondubbelzinnig toestemming geeft;

6. bepaald wordt dat [gedaagde] , bij en per elke overtreding van het bepaalde in 1 en/of 2A en/of 2B en/of 3A en/of 3B en/of 4 en/of 5 aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting een te betalen dwangsom verbeurt van € 10.000,00 per overtreding, te vermeerderen met € 2.500,00 per dag dat de overtreding voortduurt, één en ander met een maximum van € 2.500.000,00;

7. wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, waaronder de nakosten.

3.2

[eiser] legt aan zijn vorderingen – samengevat – ten grondslag dat [gedaagde] door de camera’s bij de woning en de bij de poort geplaatste microfoons meerdere privacyregels overtreedt als hij zijn dochter aan haar overdraagt. [eiser] stelt dat [gedaagde] hierdoor in strijd handelt met de AVG en een onrechtmatige daad pleegt. [eiser] stelt dat het spoedeisend belang bij zijn vorderingen voortvloeit uit de aard ervan.

3.3

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert – samengevat – aan dat zij bij haar moeder woont in een afgelegen en bebost terrein buiten de bebouwde kom. Zij voert aan dat er met het doel van inbraakpreventie en beveiliging camera’s zijn geplaatst en zij betwist dat er aparte microfoons zijn geplaatst. Volgens [gedaagde] wordt voldaan aan de eisen van de AVG en handelt zij niet onrechtmatig omdat er rechtvaardigingsgronden zijn om de beelden te bewaren waarop incidenten te zien zijn. [gedaagde] betwist dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de vorderingen.

3.4

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing