Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-03-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1610, 10857568 VV EXPL 23-113

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-03-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1610, 10857568 VV EXPL 23-113

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
7 maart 2024
Datum publicatie
14 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:1610
Zaaknummer
10857568 VV EXPL 23-113

Inhoudsindicatie

Deze zaak gaat over een (beneden)woning die gedaagde huurt of huurde van eiseres. Eiseres wil dat gedaagde deze woning verlaat. Eiseres zegt dat er sprake was van een tijdelijke huurovereenkomst onder voorwaarde van begeleiding, die (rechts)geldig is geëindigd. Gedaagde blijft daarom volgens eiseres nu zonder recht of titel in de woning. Als de huurovereenkomst niet zou zijn geëindigd, zegt eiseres dat Gedaagde de woning moet verlaten omdat hij (kort gezegd) zulke (ernstige) overlast veroorzaakt, dat dit een ontbinding van deze overeenkomst in een bodemprocedure zou rechtvaardigen. Gedaagde voert als eerste het verweer dat de kantonrechter in dit geval niet bevoegd is en dat er onvoldoende spoedeisend belang is bij deze procedure. Daarnaast voert gedaagde inhoudelijk verweer en voert zij aan dat een proceskostenveroordeling tegen gedaagde niet toewijsbaar is. De kantonrechter overweegt als eerste dat hij in dit geval bevoegd is en dat er voldoende spoedeisend belang is bij deze procedure. Verder is het einde van de huurovereenkomst niet tijdig aangezegd door eiseres. Dit had namelijk niet bij gedaagde, maar bij de bewindvoerder q.q. moeten worden gedaan en dit is één dag te laat gedaan. Er kan dus niet worden vastgesteld dat de huurovereenkomst op 11 november 2023 (rechts)geldig is geëindigd. De kantonrechter wijst wel de ontruiming op de tweede gevorderde grond toe. In deze procedure is namelijk voldoende aannemelijk geworden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de overeenkomst tussen partijen wordt ontbonden. Dit betekent dat gedaagde de woning moet verlaten, waarbij de kantonrechter een termijn van veertien dagen bepaalt. Gedaagde moet ook de proceskosten betalen. Een onredelijk bezwarend beding op dit punt staat namelijk los van wat de kantonrechter volgens de wet (ambtshalve) moet toekennen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 10857568 \ VV EXPL 23-113

Vonnis in kort geding van 7 maart 2024

in de zaak van

STICHTING WONENBREBURG,

te Tilburg,

hierna te noemen: eiseres,

gemachtigde: mr. M.M. de Cock,

tegen

[gedaagde] H.O.D.N. [bewindvoerderskantoor],

in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [rechthebbende] ,

te [plaats] ,

hierna te noemen: gedaagde,

procedeert met een toevoeging, onder [nummer] ,

gemachtigde: mr. J. van Boekel en [gemachtigde] .

De bewindvoerder is in zijn hoedanigheid in deze procedure als gedaagde aangesproken. Als het gaat om feitelijke handelingen van [rechthebbende] , zal verder worden gesproken over “ [rechthebbende] ”.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties, (de algemene huurvoorwaarden zijn later nog afzonderlijk nagestuurd);

- de producties 6-9 van gedaagde; - productie 6 van eiseres, die eiseres op 21 februari 2024 heeft gestuurd; - de mondelinge behandeling van 22 februari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - de pleitnota van gedaagde.

1.2.

Tot slot heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis wordt uitgesproken.

2 Een samenvatting van de zaak

Deze zaak gaat over een (beneden)woning die gedaagde huurt of huurde van eiseres. Eiseres wil dat [rechthebbende] deze woning verlaat. Eiseres zegt dat er sprake was van een tijdelijke huurovereenkomst onder voorwaarde van begeleiding, die (rechts)geldig is geëindigd. [rechthebbende] blijft daarom volgens eiseres nu zonder recht of titel in de woning. Als de huurovereenkomst niet zou zijn geëindigd, zegt eiseres dat [rechthebbende] de woning moet verlaten omdat hij (kort gezegd) zulke (ernstige) overlast veroorzaakt, dat dit een ontbinding van deze overeenkomst in een bodemprocedure zou rechtvaardigen. Gedaagde voert als eerste het verweer dat de kantonrechter in dit geval niet bevoegd is en dat er onvoldoende spoedeisend belang is bij deze procedure. Daarnaast voert gedaagde inhoudelijk verweer en voert zij aan dat een proceskostenveroordeling tegen gedaagde niet toewijsbaar is.

3 Een samenvatting van de beslissing van de kantonrechter

3.1.

De kantonrechter overweegt als eerste dat hij in dit geval bevoegd is en dat er voldoende spoedeisend belang is bij deze procedure. Verder is het einde van de huurovereenkomst niet tijdig aangezegd door eiseres. Dit had namelijk niet bij [rechthebbende] , maar bij gedaagde (de bewindvoerder q.q.) moeten worden gedaan en dit is één dag te laat gedaan. Er kan dus niet worden vastgesteld dat de huurovereenkomst op 11 november 2023 (rechts)geldig is geëindigd. De kantonrechter wijst wel de ontruiming op de tweede gevorderde grond toe. In deze procedure is namelijk voldoende aannemelijk geworden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de overeenkomst tussen partijen wordt ontbonden. Dit betekent dat [rechthebbende] de woning moet verlaten, waarbij de kantonrechter een termijn van veertien dagen bepaalt. Gedaagde moet ook de proceskosten betalen. Een onredelijk bezwarend beding op dit punt staat namelijk los van wat de kantonrechter volgens de wet (ambtshalve) moet toekennen.

3.2.

De kantonrechter zal hieronder ingaan op de feiten, wat partijen willen, de (juridische) beoordeling en de beslissing in deze zaak.

4 De feiten

5 Wat partijen willen

6 De beoordeling

7 De beslissing