Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-03-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2333, C/02/418735/KG ZA 24-58
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-03-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2333, C/02/418735/KG ZA 24-58
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 29 maart 2024
- Datum publicatie
- 9 april 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:2333
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2025:720
- Zaaknummer
- C/02/418735/KG ZA 24-58
Inhoudsindicatie
Eiser heeft ingeschreven op een aanbesteding van het Waterschap. Het Waterschap heeft de deelname van Eiser aan de aanbestedingsprocedure uitgesloten vanwege toepasselijkheid van twee uitsluitingsgronden. Daarbij ligt het zwaartepunt op de uitsluitingsgrond of Eiser in de uitoefening van haar beroep een ernstige fout heeft begaan, waardoor haar integriteit in twijfel kan worden getrokken. In deze procedure staat centraal of die beslissing van het Waterschap onrechtmatig is. De voorzieningenrechter overweegt dat aan het Waterschap beoordelingsvrijheid toekomt. De situatie dat het Waterschap in redelijkheid niet tot de beslissing kon komen doet zich niet voor. Het proportionaliteitsbeginsel is toegepast. De beslissing is niet onrechtmatig.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/418735 / KG ZA 24-58
Vonnis in kort geding van 29 maart 2024
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. F.R.H. Kuiper te Hattem,
tegen
WATERSCHAP SCHELDESTROMEN,
te Middelburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: het Waterschap,
advocaat: mr. J.C. de Snoo-Verhage te Middelburg.
1 De zaak in het kort
[eiser] heeft ingeschreven op een aanbesteding van het Waterschap. Het Waterschap heeft de deelname van [eiser] aan de aanbestedingsprocedure uitgesloten vanwege toepasselijkheid van twee uitsluitingsgronden. Daarbij ligt het zwaartepunt op de uitsluitingsgrond of [eiser] in de uitoefening van haar beroep een ernstige fout heeft begaan, waardoor haar integriteit in twijfel kan worden getrokken. In deze procedure staat centraal of die beslissing van het Waterschap onrechtmatig is.
De voorzieningenrechter overweegt dat het Waterschap beoordelingsvrijheid heeft als het gaat om de waardering van de feiten die leiden tot een beroep op een uitsluitingsgrond. Hetzelfde geldt voor het antwoord op de vraag of [eiser] voldoende maatregelen heeft genomen om (alsnog) haar betrouwbaarheid aan te tonen. Dat het Waterschap bij die beoordeling vrijheid heeft, betekent dat de voorzieningenrechter alleen mag ingrijpen als het Waterschap in redelijkheid niet tot zijn oordeel is kunnen komen. Die situatie doet zich niet voor. Daarnaast moet de beslissing in overeenstemming zijn met het proportionaliteitsbeginsel, omdat het gaat om de zogenoemde niet verplichte uitsluitingsgronden. Dit houdt in dat een belangenafweging moet plaatsvinden. Hoewel die maar beknopt heeft plaatsgevonden is die in deze situatie voldoende. Dit leidt tot het oordeel dat de beslissing niet onrechtmatig is. Het Waterschap mocht de beslissing nemen om [eiser] uit te sluiten van deelname.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen daarom af. De beslissing van de voorzieningenrechter wordt hierna onder het kopje ‘De beoordeling’ uitgelegd. Eerst worden het verloop van de procedure, de voor de beslissing relevante feiten en het geschil (de vorderingen en het verweer daartegen van partijen) weergegeven.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 6 februari 2024;
- -
-
de akte overlegging producties van [eiser] met producties 1 tot en met 30;
- -
-
de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 11;
- -
-
de akte wijziging eis tevens overlegging aanvullende producties 31 tot en met 35;
- -
-
de mondelinge behandeling van 14 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- -
-
de pleitnota’s van de advocaten van partijen zoals die tijdens de mondelinge behandeling zijn voorgelezen.
3 De feiten
[eiser] is een transportbedrijf. [eiser] verzorgt onder andere voor diverse overheden in Nederland het transport van slib dat vrijkomt in rioolwaterzuiveringsinstallaties.
Op 17 september 2023 heeft het Waterschap de aankondiging voor de Europese aanbesteding voor het vervoeren van nat zuiveringsslib van en naar rioolwaterzuiveringsinstallaties (en het vervoeren van rioolwater, etc.) en overige werkzaamheden (o.a. leegzuigen zandvangers, vetputten etc.) en calamiteiten op TenderNed gepubliceerd. Inschrijven was mogelijk tot en met 31 oktober 2023.
Het Waterschap heeft drie inschrijvingen ontvangen, waaronder een inschrijving van [eiser] .
De aanbestedingsdocumentatie bestaat onder andere uit de aanbestedingsleidraad. Op grond van deze leidraad wordt van inschrijvers verlangd het bij de aanbestedingsdocumenten gevoegde uniform Europees aanbestedingsdocument (hierna: UEA) in te vullen. [eiser] heeft in haar ingediende en ondertekende UEA verklaard dat er geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn.
[eiser] heeft bij haar inschrijving een “bijlage bij UEA [eiser] BV” gevoegd. Daarin is melding gemaakt van zes overtredingen van de Wet wegvervoer goederen die binnen de terugkijkperiode van drie jaar voorafgaand aan de aanbesteding tot een boete/transactie hebben geleid. In de bijlage is verder vermeld dat er binnen de terugkijkperiode geen strafrechtelijke veroordeling voor strafbare feiten is geweest. Wel zijn er diverse (bestuursrechtelijke) boetes opgelegd voor feiten binnen de terugkijktermijn van drie jaar. Tegen sommige hiervan loopt bezwaar, tegen andere boetes heeft [eiser] geen bezwaar ingediend, aldus de bijlage.
[eiser] heeft in de periode van 16 december 2021 tot 12 januari 2023 onder verscherpt administratief toezicht gestaan van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO). De reden daarvoor was dat [eiser] meerdere malen de administratieve voorschriften die van toepassing zijn bij het vervoer van meststoffen had overtreden. Het verscherpt toezicht is opgeheven vanwege de invoering van het rVDM (het realtime en digitaal vervoersbewijs dierlijke mest) en het wijzigen van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. [eiser] is over de opheffing geïnformeerd bij brief van 12 januari 2023.
Op 4 oktober 2023 heeft [eiser] een Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA) ontvangen. In de GVA is onder andere opgenomen dat er geen bezwaren zijn tegen de betrokken rechtspersoon en tegen de bij de rechtspersoon betrokken natuurlijke personen voor inschrijving op overheidsopdrachten.
Bij brief van 18 januari 2024 heeft het Waterschap aan [eiser] laten weten dat haar inschrijving vanwege toepasselijkheid van uitsluitingsgronden van deelname aan de aanbestedingsprocedure is uitgesloten en dat [eiser] niet voor gunning in aanmerking komt. Als onderbouwing is in de brief onder andere opgenomen:
“(...) Naar aanleiding van de door u opgestelde bijlagen en naar aanleiding van door ons aangetroffen persberichten over mestfraude waarmee u in verband wordt gebracht, hebben wij u o.a. op 8 november 2023 en 23 november 2023 nadere vragen gesteld.
Uit de door u aan ons toegezonden informatie blijkt dat u in de periode van 3 jaar voorafgaand aan inschrijving diverse overtredingen van meststoffenwetgeving hebt begaan. Deze hebben wij in onderstaande tabel weergegeven. (...)
Uit de door u aan ons toegezonden besluiten blijkt bovendien dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) uw onderneming op 16 december 2021 heeft bericht dat uw onderneming onder verscherpt toezicht is geplaatst vanwege het in het jaar 2021 herhaaldelijk overtreden van administratieve voorschriften die van toepassing zijn bij het vervoer van meststoffen. Dit heeft u zelf niet vermeld (...).
Uit onderzoek is gebleken dat de door u begane overtredingen van de meststoffenwet niet beperkt zijn tot de periode van drie jaar voorafgaand aan de inschrijving. Uit de uitspraken van de rechtbank Overijssel van 10 januari 2022 blijkt dat in de periode 2014 – 2019 ook sprake is geweest van diverse overtredingen van meststoffen. (...)
Schending verplichtingen op het gebied van milieurecht
De overtredingen van de meststoffenwetgeving merken wij aan als het schenden van verplichtingen op het gebied van milieurecht. (...)
Schending van verplichtingen op het gebied van milieurecht is een facultatieve uitsluitingsgrond (zie artikel 2.87 lid 1 sub a AW) die in de aanbestedingsprocedure ook van toepassing is verklaard. U heeft de vraag of de ondernemer zijn verplichtingen op het gebied van het milieurecht heeft geschonden, met “nee” beantwoord.
(...)
Wij vinden deze feiten ernstig, mede gelet op het feit dat de opdracht waarop de aanbesteding ziet, eveneens een transportopdracht betreft, waarbij in het programma van eisen specifiek is vermeld dat aan alle geldende wet – en regelgeving en aan alle uit die wet voortvloeiende verplichtingen moet worden voldaan. Het juist bijhouden van de administratie is daarbij essentieel (...).
Ernstige fout
De overtredingen van de meststoffenwetgeving merken wij tevens aan als het begaan van een ernstige fout bij de uitoefening van uw beroep waardoor u integriteit in twijfel kan worden getrokken (zie artikel 2.87 lid 1 sub c AW). U heeft de vraag in het UEA, of u zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige beroepsfouten, met “nee” beantwoord.
(...)
U lijkt de ernst van uw handelen niet te onderkennen en bagatelliseert uw gedrag. (...)
De overtredingen van de wet wegvervoergoederen merken wij eveneens aan als het begaan van ernstige fouten bij de uitoefening van uw beroep waardoor uw integriteit in twijfel kan worden getrokken.
Uit de door u ingediende bijlage bij het UEA, in combinatie met de Richtlijn voor Strafvordering wet wegvervoergoederen (2018R020), hebben wij kunnen herleiden in welke mate sprake is geweest van overbelading bij de door u genoemde transacties. (...)
Overbelading met deze percentages – eenmaal zelfs met meer dan 20% – merken wij aan als ernstige fout(en). (...)
Dat u de ernst hiervan niet inziet en uw handelen niet als ernstig aanmerkt (zoals blijkt uit uw bericht d.d. 1 december 2023), terwijl sprake is van herhaaldelijke overtreding van (diverse) wet – en regelgeving, maakt dat wij aan uw integriteit twijfelen.
Daarbij komt dat bij de opdracht waarop de aanbesteding ziet, het van groot belang is dat aanwet – en regelgeving wordt voldaan. Zie in dat verband ook het programma van eisen, waarin o.a. is vermeld dat per rit niet meer slib mag worden geladen dan de hoeveelheid die wettelijk is toegestaan.
Verbetermaatregelen
(...)
Wij zijn van mening dat de door u genomen maatregelen onvoldoende concreet en/of onvoldoende effectief zijn.
(...)
Wij achten de genomen technische, organisatorische en personeelsmaatregelen onvoldoende c.q. ongeschikt om verder strafbare feiten en fouten te voorkomen.
(...)
Gelet op de ernst en omvang, alsook het terugkerende patroon van overtredingen in combinatie met het voorwerp van de opdracht, het niet nemen van verantwoordelijkheid, het niet onderkennen van de ernst van uw gedrag en het ontbreken van voldoende concrete en effectieve maatregelen om overtredingen te voorkomen, maakt dat wij hebben besloten om uw inschrijving wegens toepasselijkheid van de uitsluitingsgronden schending van verplichtingen op het gebied van milieu en ernstige beroepsfout (waardoor u integriteit in twijfel kan worden getrokken) uit te sluiten van deelname aan de aanbestedingsprocedure.”
In dezelfde brief heeft het Waterschap [eiser] bericht voornemens te zijn de opdracht te gunnen aan [bedrijf] . [eiser] heeft een fatale termijn van 20 kalenderdagen geboden gekregen om op te komen tegen het besluit, door het uitbrengen van een kort gedingdagvaarding.