Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-05-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:3555, 10512289 \ CV EXPL 23-1630 (T)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-05-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:3555, 10512289 \ CV EXPL 23-1630 (T)

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29 mei 2024
Datum publicatie
31 mei 2024
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:3555
Zaaknummer
10512289 \ CV EXPL 23-1630 (T)

Inhoudsindicatie

In conventie vordering betaling VvE-bijdragen, in reconventie verklaring voor recht dat enkele besluiten nietig zijn. Vordering in incident tot nietigheid van de dagvaarding wegens onvoldoende onderbouwing en schending substantiëringsplicht afgewezen. In reconventie onbevoegdheidsverweer. Kantonrechter wel absoluut bevoegd, gezien artikel 97 Rv. Relatief is de kantonrechter te Breda niet bevoegd, nu de Vve in [plaats] is gelegen. Gezien de aard van de geschilpunten en het te gelasten deskundigenonderzoek, ziet de kantonrechter toch redenen om de zaak aan zich te houden, Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraagpunten, de persoon van de deskundige en het voorschot.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 10512289 \ CV EXPL 23-1630

Vonnis van 29 mei 2024

in de zaak van

[VvE] ,

te [plaats 1] ,

eisende partij in conventie,

gedaagde in reconventie en verweerster in incident,

hierna te noemen: de VvE,

gemachtigde: mr. M.P.G.M. Gorgels,

tegen

[naam] ,

te [plaats 2] ,

gedaagde partij in conventie,

eiser in reconventie en eiser in incident,

hierna te noemen: [naam] ,

gemachtigde: mr. J.C. Broekman.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 augustus 2023;

- de conclusie houdende wijziging van eis in conventie tevens conclusie van antwoord in het incident en in reconventie;

- de mondelinge behandeling van 31 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de pleitaantekeningen van beide gemachtigden; - de akte uitlating van de VvE; - de akte uitlating van [naam] ;

- de rolbeslissing van de kantonrechter van 20 maart 2024.

1.2.

Daarna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[naam] is eigenaar van meerdere appartementsrechten in de panden aan de [adres 1] ( [sectie] , nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] ), hierna tevens te noemen “het Complex”. [naam] is in die hoedanigheid lid van de “ [VvE] ” (de VvE).

2.2.

Er zijn 36 appartementsrechten, die elk – maar niet een gelijk – recht geven op een bepaald (onverdeeld) aandeel in de gemeenschap. Sinds november 2015 bezit [naam] meerdere appartementsrechten in het Complex. Zijn appartementsrechten vertegenwoordigen samen een aandeel in de gemeenschap van [nummer 5] .

2.3.

In het Reglement van splitsing van eigendom (hierna: het Splitsingsreglement) is onder meer het navolgende bepaald:

Artikel 2

1. De eigenaars zijn voor elk te hunnen name staand appartementsrecht in de gemeenschap gerechtigd voor dat aandeel zoals bepaald bij de omschrijving van het betreffende appartementsrecht.

2. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde aandelen gerechtigd tot de gemeenschappelijke baten.

3. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde aandelen verplicht bij te dragen in de schulden en kosten, die voor rekening van de gemeenschappelijke eigenaars zijn.

4. In afwijking van het vorenstaande zullen de kosten verbonden aan onderhoud, reparatie en vernieuwing van gemeenschappelijke ruimten uitsluitend komen ten laste van de eigenaar(s) die daarvan gebruik maakt (maken), te weten voor wat betreft:

A. 1. de gemeenschappelijke ruimte in de kelder:

voor de eigenaars van de appartementsrechten met de indexen 2, 30 en 31, ieder voor een/derde (1/3) deel;

2. 2. de gemeenschappelijke ruimte op de begane grond van het gebouw, gelegen tussen appartementsrecht 1 en

appartementsrecht 4, voor de eigenaars van de appartementsrechten met de indexen 1, 2, 3, 5, 29, 30, 31,

waarbij de noemer steeds beloopt: drieduizend vijfhonderd zestig (3.560) en de teller voor:

- het appartementsrecht met de index 1: éénduizend tweehonderd (300);

- het appartementsrecht met de index 2: éénduizend éénhonderd (1.100);

- het appartementsrecht met de index 3: éénduizendtien (1.010);

- het appartementsrecht met de index 5: éénduizend vijfenzeventig (1.075);

- het appartementsrecht met de index 29: dertig (30);

- het appartementsrecht met de index 30: twintig (20);

- het appartementsrecht met de index 31: vijfentwintig (25);

3. 3. de gemeenschappelijke ruimte op de eerste en tweede verdieping:

voor de eigenaars van de appartementsrechten met de indexen 2 en 5, ieder voor een/vierde (1/4) deel en de

eigenaar van het appartementsrecht met de index 3 voor een/tweede (1/2) deel.

B. het achter het gebouw gelegen binnenterrein:

de eigenaars van de appartementsrechten met de indexen 1 tot en met 27, ieder voor een/zevenentwintigste

(1/27) deel;

C. het gebouw, waarin zich de appartementsrechten met de indexen 29, 4 en 5 bevinden, met inachtneming van

hetgeen hiervoor sub A is gemeld: voor de eigenaars van de appartementsrechten 29, 4 en 5, waarbij de

noemer steeds beloopt: éénduizend vierhonderdvijfenzeventig (1.475) en de teller voor:

- het appartementsrecht met de index 29: dertig (30);

- het appartementsrecht met de index 4: driehonderdzeventig (370); en

- het appartementsrecht met de index 5: éénduizend vijfenzeventig (1.075).

D. het gebouw, waarin zich de appartementsrechten met de indexen 1, 2, 3, 5, 28, 30, 31, 32, 34, 35 en 36

bevinden, met inachtneming van hetgeen hiervoor sub A is gemeld: voor de eigenaars van de

appartementsrechten 1, 2, 3, 5,28, 30, 31, 32, 34, 35 en 36, waarbij de noemer steeds beloopt: vierduizend

vierhonderdnegenenzeventig (4.479) en de teller voor:

- het appartementsrecht met de index 1: driehonderd (300);

- het appartementsrecht met de index 2: éénduizend éénhonderd (1.100);

- het appartementsrecht met de index 3: éénduizend tien (1.010);

- het appartementsrecht met de index 5: éénduizend vijfenzeventig (1.075);

- het appartementsrecht met de index 28: vijf (5);

- het appartementsrecht met de index 30: twintig (20);

- het appartementsrecht met de index 31: vijfentwintig (25);

- het appartementsrecht met de index 32: vijfhonderdnegentien (519);

- het appartementsrecht met de index 34: vierhonderd (400);

- het appartementsrecht met de index 35: vijftien (15);

- het appartementsrecht met de index 36: tien (10).

5. In afwijking van het hiervoor sub 1, 2 en 3 bepaalde zullen de kosten verbonden aan:

- onderhoud, reparatie en vernieuwingen van de kozijnen, behorende tot de op de begane grond gelegen bedrijfsruimten, en de toplagen van de dakterrassen alsmede alle overige materialen die benodigd zijn om de functionaliteit van de dakterrassen te handhaven – voorzover deze niet de bouwkundige constructie zelf betreffen – uitsluitend komen ten laste van de eigenaar van het appartementsrecht waarvan deze kozijnen en dakterrassen deel uitmaken.

6. (...)

C. SCHULDEN EN KOSTEN VOOR REKENING VAN DE GEZAMENLIJKE EIGENAARS

Artikel 3

Tot de schulden en kosten als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder a van het Burgerlijk Wetboek worden gerekend:

  1. die welke gemaakt zijn in verband met het onderhoud of het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten of van gemeenschappelijke zaken of tot het behoud daarvan;

  2. die welke verband houden met noodzakelijke herstellingswerkzaamheden en vernieuwingen van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, voor zover die ingevolge het reglement of een rechterlijke beslissing als bedoeld in artikel 5:121 van het Burgerlijk Wetboek niet ten laste komen van bepaalde eigenaren, en voor zover die niet vallen onder a;

  3. de schulden en kosten van de vereniging;

  4. het bedrag aan schadevergoeding door de gezamenlijke eigenaren als zodanig verschuldigd aan één van hen of een derde;

  5. de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten verbonden aan het optreden als eiser of als verweerder door of namens de gezamenlijke eigenaren, onverminderd het bepaalde in artikel 6, derde lid;

  6. de premies verschuldigd uit hoofde van de verzekeringen, die door het reglement zijn voorgeschreven of waartoe ingevolge artikel 8 door de vergadering is besloten;

  7. de verschuldigde publiekrechtelijke lasten voor zover geen aanslag is opgelegd aan de afzonderlijke eigenaren;

  8. de kosten van het waterverbruik door de eigenaren van een appartementsrecht voor zover de eigenaren daarvoor niet afzonderlijk worden aangeslagen

  9. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de gezamenlijke eigenaren als zodanig.

Artikel 4

1. Na afloop van elk boekjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar, wordt door het bestuur een exploitatierekening over dat boekjaar opgesteld en ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd.

De exploitatierekening omvat enerzijds de baten en anderzijds de lasten over dat boekjaar, waaronder begrepen een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de te begroten onderhoudskosten die op meer jaren betrekking hebben, inbegrepen noodzakelijke vernieuwingen.

Zo tot vorming van een reservefonds als bedoeld in artikel 32 eerste lid is besloten, wordt onder de lasten begrepen een telkenjare door de vergadering vast te stellen bedrag ten behoeve van een zodanig reservefonds.

Het eerste boekjaar vangt aan op heden en eindigt op éénendertig december van het volgend jaar.

2. Op grond van de vastgestelde exploitatierekening worden de definitieve bijdragen van de eigenaars door het bestuur met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 2 derde lid vastgesteld, met dien verstande dat de definitieve bijdragen in de plaats treden van de in artikel 5 lid tweede lid bepaalde voorschotbijdragen en dat hetgeen als voorschotbijdragen is betaald in mindering wordt gebracht. (...)

F. GEBRUIK, BEHEER EN ONDERHOUD VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE GEDEELTEN EN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ZAKEN

Artikel 9

1. ot [Tot] de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken worden onder meer gerekend, voor zover aanwezig en met inachtneming van hetgeen hierover in artikel 2 is vermeld;

a. de funderingen, de dragende muren en de kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, alsmede de vloeren met uitzondering van de afwerklagen in de privé gedeelten, de buitengevels, waaronder begrepen de raamkozijnen met glas, de deuren welke zich in de buitengevel bevinden of de scheiding vormen tussen gemeenschappelijk en het privé gedeelte, de balkonconstructies, de borstweringen, de galerijen, de terrassen en de gangen, de daken, de schoorstenen en de ventilatiekanalen, de trappenhuizen en de hellingbanen, het hek- en traliewerk voor zover het geen privé tuinafscheidingen betreft, alsmede het (standaard) hang- en sluitwerk aan kozijnen welke aan de buitengevel van het gebouw zitten;

b. de technische installaties (...), alles voor zover die installaties niet uitsluitend ten dienste van één privé gedeelte strekken. (...)

2.4.

In de statuten van de Vereniging van Eigenaren (hierna: de Statuten) is onder meer als volgt bepaald:

“Artikel 32

1. Er kan krachtens besluit van de vergadering een reservefonds worden gevormd, ter bestrijding van andere kosten dan bedoeld in artikel 4 eerste lid, tweede zin.

Aan dat fonds zal geen andere bestemming worden gegeven tenzij krachtens besluit van de vergadering met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 38 vijfde lid, dan wel na opheffing van de splitsing.

De bijdragen tot het reservefonds worden gerekend tot de gezamenlijke schulden en kosten als bedoeld in artikel 5 eerste lid.

In verband met het hiervoor bepaalde, kunnen zogenaamde bestemmingsreserves worden gevormd voor de bekostiging van het periodiek onderhoud, zoals het periodiek schilderwerk en dergelijke.

2. De gelden van het reservefonds worden krachtens besluit van de vergadering gedeponeerd op een afzonderlijke bankrekening ten name van de vereniging.

3. (...)

2.5.

Op 12 mei 2021 heeft de rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan over een procedure tussen partijen over servicekosten, in het bijzonder over de kostenverdeling. In het vonnis heeft de rechtbank de VvE geboden om (nieuwe) jaarlijkse kostenverdelingen op te stellen vanaf 2015 met inachtneming van de in dat vonnis vervatte verdeelsleutel.

2.6.

De VvE heeft een meerjarenplan opgesteld aan de hand waarvan het Complex wordt onderhouden (hierna: het MJOP 2011). De kosten verdeelt zij jaarlijks op basis van het MJOP 2011 over de appartementseigenaren. In 2017 heeft de VvE het MJOP herzien.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

De VvE vordert samengevat, uitvoerbaar bij voorraad, na vermeerdering van eis, [naam] te veroordelen tot betaling van

  1. € 21.286,52 aan achterstallige servicekosten over 2021, 2022 en 2023 (tot en met oktober), te vermeerderen met de nog na het indienen van de conclusie te verschijnen voorschotten, dan een in goede justitie vast te stellen bedrag;

  2. € 449,60 aan nabetaling servicekosten over de periode 2015-2020;

  3. € 1.007,00 ter zake terugbetaling schilderwerkzaamheden;

  4. een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten;

  5. de wettelijke rente over de onder a, b en c gevorderde bedragen vanaf de vervaldata van de betalingsverplichtingen tot aan de dag van de volledige betaling;

  6. de proceskosten.

3.2.

[naam] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de VvE, dan wel tot ontzegging van de vordering, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de VvE in de kosten van deze procedure.

In reconventie

3.3.

[naam] vordert samengevat, uitvoerbaar bij voorraad,

- primair

1. verklaring voor recht dat de besluiten houdende de kostenverdeling die de VvE heeft opgesteld voor de jaren 2015 tot en met 2022 nietig zijn;

2. verklaring voor recht dat de VvE geen reservefonds heeft opgesteld in overeenstemming met het bepaalde in de Splitsingsakte;

3. de VvE te veroordelen binnen één maand na het wijzen van het vonnis in deze een nieuwe kostenverdeling voor de jaren 2015 tot en met 2022 te maken conform de door [naam] gebruikte verdeelsleutel (zonder toepassing van het MJOP) onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag bij het uitblijven van een tijdige en juiste verdeling voor alle betreffende jaren;

4. de Vve te veroordelen de door [naam] voor de jaren 2015 tot en met 2022 ten onrechte aan gemeenschappelijke kosten betaalde bedragen terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding;

5. de Vve vanaf heden te gebieden, voor zover de Splitsingsakte niet wordt gewijzigd, de jaarlijkse kostenverdeling op te stellen conform de door [naam] gebruikte verdeelsleutel (zonder toepassing van het MJOP) onder verbeurte van een boete van € 500,00 per dag in het geval de kostenverdeling niet conform de methodiek van [naam] is vastgesteld;

- subsidiair de VvE te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 13.090,00 aan te veel betaalde servicekosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding;

- de Vve te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.4.

De Vve vordert primair dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart ten aanzien van de vorderingen van [naam] , subsidiair concludeert de VvE tot niet-ontvankelijkheid van [naam] dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [naam] in de kosten van deze procedure.

In het incident

3.5.

[naam] vordert om de inleidende dagvaarding nietig te verklaren, althans de VvE niet-ontvankelijk in haar vorderingen te verklaren, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Vve in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.6.

De Vve concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [naam] in de kosten van het incident.

4 De beoordeling

5 De beslissing