Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-06-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4037, BRE 23/9527
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-06-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4037, BRE 23/9527
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 12 juni 2024
- Datum publicatie
- 14 juni 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4037
- Zaaknummer
- BRE 23/9527
Inhoudsindicatie
Kostenvergoeding bezwaarfase, aan heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid, beroep gegrond
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/9527
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar,
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 22 augustus 2023.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting (met [aanslagnummer] ) opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 29 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben gemachtigde en de heffingsambtenaar deelgenomen. Namens de heffingsambtenaar zijn [naam 1] en [naam 2] verschenen.