Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-09-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6346, C/02/408140 / HA ZA 23-187 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-09-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6346, C/02/408140 / HA ZA 23-187 (E)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 11 september 2024
- Datum publicatie
- 17 september 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:6346
- Zaaknummer
- C/02/408140 / HA ZA 23-187 (E)
Inhoudsindicatie
Bestuurdersaansprakelijkheid. De zorgaanbieder heeft verschillende voorwaarden uit de overeenkomst met het zorgkantoor geschonden. Er is zorg gedeclareerd die op grond van de overeenkomst niet was toegestaan. De bestuurder van de zorgaanbieder kan hiervan persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/408140 / HA ZA 23-187
Vonnis van 11 september 2024
in de zaak van
VGZ ZORGKANTOOR BV,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: VGZ,
advocaat: mr. G.D. Bosman te Veldhoven,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. V. Terlouw te Rotterdam.
1 De zaak in het kort
Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] als bestuurder van CCC persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die VGZ door de wanprestatie van CCC heeft geleden. VGZ is een zorgkantoor en CCC is een zorgaanbieder. Tussen hen is een overeenkomst gesloten op grond waarvan CCC tegen betaling zorg verleent aan de verzekerden van VGZ. CCC heeft bij VGZ op basis van deze overeenkomst haar declaraties bij VGZ ingediend. VGZ heeft achteraf controle verricht op de rechtmatigheid van de ingediende declaraties. VGZ stelt zich op het standpunt dat CCC zich niet heeft gehouden aan verschillende voorwaarden uit de overeenkomst. CCC heeft zorg gedeclareerd die op basis van de overeenkomst niet was toegestaan. VGZ heeft [gedaagde] als bestuurder van CCC aansprakelijk gesteld voor de schade die VGZ door de wanprestatie van CCC heeft geleden.
De vordering tot betaling van schadevergoeding wordt grotendeels toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat VGZ een onverhaalbare vordering op CCC heeft en dat [gedaagde] als bestuurder van CCC hiervan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De beslissing van de rechtbank wordt hieronder toegelicht.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 juli 2023,
- de mondelinge behandeling van 11 december 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- producties 21 t/m 26 van VGZ,
- producties 27 en 28 van VGZ naar aanleiding van het verzoek van de rechtbank,
- de spreekaantekeningen van partijen,
- de akte van VGZ,
- de antwoordakte van CCC.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3 De feiten
VGZ koopt als zorgkantoor zorg voor haar verzekerden in. VGZ is als zorgkantoor belast met de uitvoering van de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz), het Besluit langdurige zorg en de Regeling langdurige zorg.
De Wlz geeft recht op zorg aan verzekerden die zijn aangewezen op 24 uur per dag zorg. Met een Wlz-indicatiebesluit heeft de verzekerde recht op langdurige zorg uit de Wlz. De beoordeling van de aanvraag voor een Wlz-indicatie wordt verricht door het Centrum indicatiestelling zorg (hierna: CIZ). Het CIZ bepaalt welke soort zorg iemand in welke mate nodig heeft.
Stichting CCC Zorg Midden-Brabant (hierna: CCC) is sinds 2005 een zorgaanbieder. CCC houdt zich bezig met het aanbieden van zorg en zorg-gerelateerde diensten, zoals langdurige zorg, aan verzekerden. CCC is bestuurder van CCC Thuis in Zorg BV (hierna: Thuis in Zorg). Thuis in Zorg houdt zich bezig met het verlenen van blokkenzorg (4/8/12/24-uurs zorg). [gedaagde] is sinds 5 april 2011 bestuurder van Thuis in Zorg.
[gedaagde] is sinds 1 april 2018 bestuurder van CCC. Voordat [gedaagde] bestuurder werd verleende zij als zzp-er zelf zorg aan verzekerden.
VGZ en CCC hebben op 29 oktober 2017 een schriftelijke overeenkomst gesloten. Op basis van deze overeenkomst moet CCC langdurige zorg die VGZ heeft ingekocht verlenen aan verzekerden van VGZ. De looptijd van de overeenkomst is drie jaar: van 1 januari 2018 t/m 31 januari 2020. De overeenkomst bepaalt binnen welk wettelijk en contractueel kader CCC de zorg dient te verlenen.
De overeenkomst bevat drie delen: een zorgaanbiedergebonden deel (deel I), een regiogebonden deel (deel II) en een algemeen deel (deel III). In deel III staan voor zover relevant de volgende bepalingen:
‘ Artikel 1: Zorglevering
Lid 1
De zorgaanbieder verbindt zich om, met inachtneming van zijn toelating en hetgeen tussen partijen is overeengekomen aan afspraken over prestaties en tarieven, zorg te verlenen aan de klant die zich daartoe tot hem wendt en zorg te verlenen op basis van aanspraken vermeld in het indicatiebesluit en conform het Voorschrift zorgtoewijzing. De zorgaanbieder spreekt met de klant zorg op maat af gebaseerd op de individuele wensen en behoeften van de klant en passend binnen de kaders van de indicatie. Indien wordt afgeweken van de geïndiceerde zorg dan kan dit pas na instemming van de klant en na schriftelijke goedkeuring van het zorgkantoor geleverd worden een en ander in overeenstemming met het bepaalde in het Voorschrift Zorgtoewijzing. De zorgaanbieder is verplicht om knelpunten met betrekking tot continuïteit van zorglevering op klantniveau bij het zorgkantoor te melden.
Lid 2
De zorgaanbieder verplicht zich om klantgerichte, kwalitatief verantwoorde, doelmatige en doeltreffende zorg te leveren. Hieronder wordt verstaan: De zorgaanbieder biedt goede zorg en neemt bij het verlenen van zorg de eisen in acht die volgens de algemeen aanvaarde Professionele standaard redelijkerwijs aan de te leveren zorg mogen worden gesteld en handelt in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving waaronder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Deze zorg voldoet aan de definitie van gepast gebruik. Teneinde aan deze verplichtingen te kunnen voldoen, beschikt de zorgaanbieder over voldoende gekwalificeerd personeel. Het personeel kan de (potentiële) klanten en het zorgkantoor in tenminste de Nederlandse taal te woord staan.
(...)
Artikel 9: Onderaanneming
Lid 1
Verleende zorg in onderaanneming komt alleen voor vergoeding in aanmerking indien vooraf schriftelijke toestemming is verleend door het zorgkantoor. Voor onderaanneming bij crisiszorg geldt een uitzondering. De voor crisiszorg gecontracteerde zorgaanbieders hebben een meldplicht. De inschakeling van een onderaannemer geschiedt voor eigen rekening en risico van de zorgaanbieder en doet niet af aan de verplichtingen van de zorgaanbieder uit deze overeenkomst. (...)
Artikel 13: Declaratie en betaling van de geleverde zorg
Partijen verplichten zich conform het meest actuele landelijke Declaratieprotocol Wlz (bijlage 5) te handelen.
(...)
Artikel 16: Niet nakoming
(...)
Lid 5
Onverminderd het bepaalde in lid 3 is de zorgaanbieder indien deze toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van één of meer verplichtingen uit deze overeenkomst aansprakelijk voor vergoeding van de door het zorgkantoor en de klanten geleden c.q. te lijden schade, met dien verstande, dat het zorgkantoor alles dient te ondernemen wat redelijkerwijs van hem gevergd kan worden om de schade te beperken. Deze aansprakelijkheid doet niet af aan de plicht van de zorgaanbieder om de zorg volgens de onderhavige overeenkomst naar behoren uit te voeren.
(...)
Begrippen
(...)
6. Gepast gebruik:
Onder gepast gebruik wordt verstaan dat de zorg voldoet aan de vereisten uit de Wlz, Blz en Rlz en dat de zorg voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk en dat de klant redelijkerwijs is aangewezen op de zorg gezien zijn gezondheidssituatie. De zorg voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. aangepast aan de zorgbehoefte en situatie van de klant conform richtlijnen, protocollen en veldnormen, tenzij er een goede reden is om hier gemotiveerd van af te wijken;
b. niet overbodig, maar nodig en noodzakelijk;
c. draagt bij aan de verbetering van de kwaliteit van leven;
d. niet te veel of te lang (overbehandeling), maar zo kort als mogelijk;
e. niet te weinig of te kort (onderbehandeling), maar zo lang als nodig;
f. niet duurder dan nodig of duurder dan alternatieven die even goed werken, maar kosteneffectief. (...)’
In de Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz 2019 staat opgenomen:
‘(...)
Gegevens in het cliëntdossier
De zorgaanbieder neemt minstens de volgende gegevens van de individuele cliënt op in het cliëntdossier:
- -
-
NAW-gegevens;
- -
-
burgerservicenummer;
- -
-
indicatiebesluit;
- -
-
verwijzing zorgkantoor/Wlz-uitvoerder;
- -
-
verzekeringsgegevens;
- -
-
datum geplande aanvang zorgverlening;
- -
-
datum aanvang zorgverlening;
- -
-
afdeling/behandelaar;
- -
-
zorgplan/zorgzwaarte;
- -
-
omvang en aard geleverde zorgprestaties;
- -
-
mutaties in de zorgverlening.(...)’
CCC heeft gedurende de looptijd van de overeenkomst zorg verleend aan verzekerden van VGZ. Voor het verrichten van de zorg heeft CCC aan VGZ haar declaraties gestuurd.
In het document Onderaannemerschap van VGZ voor het jaar 2018 heeft CCC ingevuld voor 13% te zullen werken met zzp’ers. In het document Onderaannemerschap voor het jaar 2019 heeft CCC op de vraag of zij in 2019 voornemens is met onderaannemers te werken ‘nee’ aangekruist.
CCC heeft sinds 2018 jaarlijks van VGZ een zorgtoewijzingspercentage toegewezen gekregen. Dat is een percentage van het totale budget dat CCC kan declareren aan langdurige zorg.
VGZ heeft in mei 2019 geconstateerd dat CCC in 2018 bij vijf cliënten CCC zorg heeft gedeclareerd boven het toegewezen zorgpercentage. Het gaat om een bedrag van € 32.115,99. Op 24 mei 2019 heeft VGZ aan CCC laten weten dat zij een materiële controle bij CCC zal gaan uitvoeren voor de periode 1 april 2018 t/m 31 december 2018. Het doel van deze controle is om achteraf met voldoende zekerheid vast te stellen dat CCC gedeclareerde zorgprestaties volgens de contractuele verplichtingen heeft gedeclareerd. Dat betekent dat beoordeeld wordt of de gedeclareerde prestaties zijn geleverd en of die geleverde prestaties het meest zijn aangewezen gezien de gezondheidstoestand van de verzekerde. CCC heeft meegedeeld dat het bij de overschrijding van het zorgtoewijzingspercentage gaat om cliënten die terminale 24-uurszorg hebben ontvangen.
Ten behoeve van de materiële controle hebben partijen op 5 december 2019 met elkaar gesproken op het kantoor van CCC. Van de bespreking is een verslag gemaakt.
Op 21 januari 2020 heeft VGZ de materiële controle uitgebreid naar het jaar 2019 omdat ook in 2019 is gebleken dat CCC bij meerdere cliënten het zorgtoewijzingspercentage heeft overschreden.
Van de uitvoering van de materiële controle heeft VGZ een controleverslag opgesteld. Het controleverslag gaat over de periode 1 april 2018 t/m 31 december 2019. Het gaat in totaal om een overschreden budget van € 271.735,16 bij zeven cliënten. CCC heeft per brief van 15 februari 2020 gereageerd op de bevindingen van het controleverslag.
Uit de bevindingen van de materiële controle rees bij VGZ het vermoeden van fraude:
- -
-
CCC verleende gebrekkige medewerking aan de materiële controle;
- -
-
cliëntendossiers bevatten weinig informatie en gegevens ontbraken;
- -
-
zaken die duiden op administratieve/bestuurlijke chaos binnen CCC;
- -
-
CCC declareerde fors hoger dan vergelijkbare instellingen;
- -
-
hoge declaraties ten opzichte van de indicatie, in dit geval overschrijding van het toewijzingspercentage, waardoor het toegekende budget ruim is overschreden.
Op verzoek van VGZ is de afdeling Veiligheidszaken van de Coöperatie VGZ UA (hierna: Veiligheidszaken) vervolgens een fraudeonderzoek bij CCC gestart. Veiligheidszaken heeft onderzocht of CCC in 2018 en 2019 de zorg die zij bij VGZ heeft gedeclareerd daadwerkelijk heeft verleend en zo ja, of die zorg medisch noodzakelijk was. Het gaat dan om zes verzekerden waarbij een overschrijding van het zorgtoewijzingspercentage is vastgesteld. De verzekerden zijn: [naam 1] , [naam 2] , dhr. [naam 3] , dhr. [naam 4] , dhr. [naam 5] , dhr. [naam 6] en mw. [naam 7] . Ook heeft Veiligheidszaken onderzocht of CCC heeft voldaan aan de relevante wet- en regelgeving en de contractuele afspraken.
Tussen de rapporteurs van Veiligheidszaken en CCC heeft een gesprek plaatsgevonden. Hiervan is een gespreksverslag gemaakt.
Veiligheidszaken heeft een onderzoeksrapport opgesteld. CCC heeft op de bevindingen van het rapport kunnen reageren. In de conclusies van het onderzoeksrapport staat het volgende:
‘6.5 Conclusies
Uit het onderzoek blijkt ten eerste dat Stichting CCC Zorg in strijd met het Voorschrift Zorgtoewijzing en de contractuele afspraken heeft gehandeld. Voor geen van de cliënten bij wie het toegekende budget is overschreden, is bij het zorgkantoor gemeld dat u niet uitkwam met het toegekende budget. Hierdoor heeft het zorgkantoor niet kunnen beoordelen of de door Stichting CCC Zorg ingezette zorg medisch gezien noodzakelijk was en is bovendien geen toestemming verleend voor deze zorg.
Ten tweede blijkt niet uit de aangeleverde documenten met betrekking tot vijf van de zes cliënten bij wie nachtzorg en/of 24-uurs zorg is ingezet, dat deze zorg medisch gezien noodzakelijk was. Zo is bij meerdere cliënten vastgesteld dat zij op het moment dat zij 24-uurs zorg ontvingen nog in staat waren om onder meer boodschappen te doen en/of familiebezoeken af te leggen. Dit is in strijd met de definitie van ‘gepast gebruik’, zoals opgenomen in de contractuele afspraken. Daarnaast ontbreekt bij meerdere cliënten het zorgdossier deels of volledig, waardoor de ingezette zorg niet controleerbaar is. Dit is in strijd is met het Voorschrift Zorgtoewijzing en de Declaratievoorschriften.
Ten derde blijkt dat er bij meerdere cliënten zorg is gedeclareerd die niet aantoonbaar is verleend. Dit is in strijd met de declaratievoorschriften. Ter onderbouwing hiervan noemen wij een aantal voorbeelden:
- -
-
Bij [naam 2] , de heer [naam 6] en mevrouw [naam 7] is op meerdere dagen 12,5 uur verpleging gedeclareerd, terwijl uit de stukken niet blijkt dat die uren aan verpleging zijn verleend. Uit de aangeleverde stukken blijkt de noodzaak voor het gedeclareerde aantal uren verpleging eveneens niet. Bovendien kon u tijdens ons interview niet verklaren waarom er 12,5 uur verpleging per dag is gedeclareerd bij sommige cliënten.
- -
-
Bij [naam 2] is in de periode van 22 november 2018 tot en met 31 december 2018 in totaal 318,5 uur zorg gedeclareerd, terwijl er geen onderbouwing is aangetroffen dat deze zorg is verleend. Over deze periode ontbreken voor deze cliënt zowel de facturen van de zzp’ers als de uitbetalingen aan Thuis in Zorg B.V., die volgens de planning de zorg in deze periode heeft verleend. Doordat ook de bijbehorende rapportages, waarin de verleende zorg moet zijn omschreven, ontbreekt, kan niet worden aangetoond dat de zorg is geleverd. Dat is echter een vereiste.
- -
-
Bij [naam 2] is op zes dagen van 07.00 uur tot 19.30 uur zorg gedeclareerd en opgenomen in de planning, terwijl mevrouw op die dagen naar de dagopvang was bij een andere zorgverlener.
- -
-
Bij de heer [naam 6] is vier dagen 12,5 uur zorg gedeclareerd en opgenomen in de planning, terwijl uit zowel de factuur van de zzp’er als uit het zorgdossier blijkt dat de heer [naam 6] was opgenomen in het ziekenhuis en er geen zorg is verleend door Stichting CCC Zorg.
- -
-
Bij de heer en [naam 2] is in de periode van 11 december 2018 tot en met 14 februari 2019 dagelijks tot 12,5 uur zorg gedeclareerd op (grotendeels) overlappende tijdstippen, terwijl uit de aangeleverde stukken blijkt dat er dagelijks slechts één zzp’er was om aan hen beiden de zorg te verlenen.
Ten vierde heeft Stichting CCC Zorg in het formulier behorend bij de overeenkomst voor 2019 aangegeven dat zij niet met onderaannemers dan wel zzp’ers zou gaan werken. In tegenstelling met hetgeen is aangegeven, blijkt dat alle 24-uurs zorg en nachtzorg is verleend door zzp’ers die niet in dienst waren van Stichting CCC Zorg. De zzp’ers zijn allen uitbetaald door Thuis in Zorg BV., waarvan mevrouw [gedaagde] samen met haar partner de bestuurders zijn. Het zorgkantoor is nooit geïnformeerd over de inzet van Thuis in Zorg B.V., wat in strijd is met de geldende regelgeving. Daar het zorgkantoor geen toestemming heeft verleend voor de inzet van onderaannemers, is dit eveneens in strijd met de contractuele afspraken. Door de tussenkomst van Thuis in Zorg B.V. heeft mevrouw
[gedaagde] , als bestuurder van Thuis in Zorg B.V., financieel voordeel gehad van de ingezette dag-, nacht- en 24-uurszorg, aangezien de BV. een hoger bedrag aan de Stichting factureerde dan de kosten voor de verleende zorg waren.
Tot slot stellen wij vast dat mevrouw [gedaagde] tijdens het interview met ons en in reactie op onze vragen een voorstelling van zaken heeft gegeven die naar nu blijkt niet overeenkomstig de feiten blijkt. Zo is aangegeven dat alle zzp’ers zijn uitbetaald door Stichting CCC Zorg en niet door Thuis in Zorg B.V. terwijl dit niet zo is gebleken. Eveneens is aangegeven dat er niet of nauwelijks facturen werden gestuurd van Thuis in Zorg B.V. aan Stichting CCC Zorg, terwijl dit structureel wel gebeurde. Ook is verklaard dat er geen marge zit op eventuele facturen van Thuis in Zorg BV. aan Stichting CCC Zorg, terwijl dit feitelijk aantoonbaar wel het geval is.
Voornoemde voorlopige bevindingen heeft Stichting CCC Zorg met haar eerdere reacties en
aangeleverde documenten niet weten te weerleggen. Wij zien geen aanleiding het onderzoek in deze fase nog verder uit te breiden met de door Stichting CCC Zorg voorgestelde activiteiten. De feitelijke bevindingen spreken voor zich. Het is tijd om dit dossier af te ronden.
Op basis van de feiten die ons inmiddels bekend zijn, stellen wij vast dat er is gehandeld in strijd met ter zake relevante wet- en regelgeving, zoals genoemd in deze brief. Er is bovendien in gesprekken en andere contactmomenten met mevrouw [gedaagde] een onjuiste voorstelling van zaken gegeven.
Dit heeft geleid tot een financiële bevoordeling van organisaties waarvan zij de bestuurder is. De feitelijke bevindingen tonen aan dat er onrechtmatig is gehandeld. Wij houden Stichting CCC Zorg en mevrouw [gedaagde] als bestuurder van Stichting CCC Zorg, hiervoor verantwoordelijk.
Wij stellen ons op het standpunt dat Stichting CCC Zorg voor zes cliënten in de onderzochte periode in totaal € 369.668 ten onrechte heeft gedeclareerd. Dit betreft alle gedeclareerde dag-, nacht- en 24- uurs zorg waarbij Thuis in Zorg B.V. is ingezet als onderaannemer, waarvoor geen goedkeuring is verleend vanuit het Zorgkantoor en waarvan de onderliggende administratie grotendeels ontbreekt en/of waarvan niet is vast te stellen dat er daadwerkelijk zorg is verleend.’
Na de reactie van CCC op het onderzoeksrapport heeft VGZ haar bevindingen weergegeven per brief van 18 maart 2022.
CCC is op verzoek van VGZ op 22 februari 2022 in staat van faillissement verklaard.
Bij brief van 21 maart 2022 heeft de advocaat van VGZ [gedaagde] als bestuurder van CCC aansprakelijk gesteld voor de vordering van VGZ op CCC van € 369.668,30 en gesommeerd om tot betaling over te gaan.
Bij beschikking van 7 oktober 2022 heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) beslist dat het door CCC gedeclareerde bedrag van € 356.890,00 aan langdurige zorg voor het jaar 2019 een bedrag van € 310.438,00 gecorrigeerd dient te worden. De beschikking is onherroepelijk geworden.
Per e-mail van 22 december 2023 heeft VGZ haar vordering op CCC ingediend bij de curator.