Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-09-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6385, BRE 23/8881 WET en BRE 24/1164 AVG

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-09-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6385, BRE 23/8881 WET en BRE 24/1164 AVG

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
3 september 2024
Datum publicatie
7 oktober 2024
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:6385
Formele relaties
Zaaknummer
BRE 23/8881 WET en BRE 24/1164 AVG

Inhoudsindicatie

AVG en Wpg

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/8881 WET en BRE 24/1164 AVG

[eiser], uit [plaats], eiser,

en

de minister van Defensie, verweerder.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser met betrekking tot zijn verzoek om inzage van politiegegevens op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) en de afhandeling door de minister van zijn verzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

In het besluit van 27 juni 2023 (bestreden besluit I) heeft de minister eiser medegedeeld dat zijn gegevens zijn verwerkt in een mutatie van 22 januari 2023 en in een mutatie van 24 februari 2020. De minister heeft van deze mutaties een samenvatting gegeven en eiser uitgenodigd om over te gaan tot fysieke inzage van de desbetreffende mutaties.

Met het besluit van 3 juli 2023 (primair besluit) heeft de minister het verzoek van de AVG afgewezen, omdat de Koninklijke Marechaussee (KMar) geen persoonsgegevens op grond van de AVG heeft verwerkt. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 29 november 2023 (bestreden besluit II) heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten.

Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld.

De minister heeft op het beroepen gereageerd met verweerschriften.

De minister heeft in de zaak met kenmerk BRE 23/8881 WET documenten toegezonden met het verzoek om toepassing te geven aan artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij uitspraak van 24 november 2023 heeft de rechtbank bepaald dat beperkte kennisneming van de mutatierapporten gerechtvaardigd is. Eiser heeft toestemming gegeven om deze stukken bij het beroep te betrekken.

De rechtbank heeft de beroepen op 16 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van de minister, mr. P. Toonders, mr. B.J.A. Pellegrom en [naam]. Eiser is niet in persoon verschenen.

Voorafgaand aan de zitting heeft eiser in beide zaken een wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter ingediend. Dat verzoek is door de wrakingskamer op 1 augustus 2024 kennelijk ongegrond verklaard. Na de zitting heeft eiser opnieuw een wrakingsverzoek in beide zaken ingediend. Dat verzoek is op 31 augustus 2024 kennelijk ongegrond verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep

Bijlage