Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-02-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:779, BRE-23_3924
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-02-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:779, BRE-23_3924
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 9 februari 2024
- Datum publicatie
- 23 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:779
- Zaaknummer
- BRE-23_3924
Inhoudsindicatie
8:54; de rechtbank oordeelt dat het verzoek om dwangsom terecht is afgewezen omdat de ingebrekestelling niet is verzonden naar een contactadres van de heffingsambtenaar. De door de heffingsambtenaar ontvangen ingebrekestelling is ontvangen na de uitspraak op bezwaar.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/3924
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat belanghebbende heeft ingesteld tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar op het bezwaar van belanghebbende tegen de dwangsombeslissing ten aanzien van de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting 2023 met [nummer] .
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.