Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-05-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3467, C/02/425996 / HA ZA 24-481

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-05-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3467, C/02/425996 / HA ZA 24-481

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21 mei 2025
Datum publicatie
4 juni 2025
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:3467
Zaaknummer
C/02/425996 / HA ZA 24-481

Inhoudsindicatie

Geen overeenkomst van opdracht tussen de beheerder van een beleggingsinstelling en de beleggers; geen schending (bijzondere) zorgplicht; geen schending informatieplicht; beheerder niet aansprakelijk vor beweerdelijk geleden schade, noch haar (indirect) bestuurder(s); geen tekortschieten in het bieden van inzicht door controlerend accountant.

Uitspraak

vonnis

Cluster II Handelszaken

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/425996 / HA ZA 24-481

Vonnis van 21 mei 2025

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

wonende te [plaats 1] ,

2. [eiser 2],

wonende te [plaats 1] ,

eisers,

advocaat mr. G.A.M. Sieben te Eindhoven,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE VESTE B.V.,

gevestigd te Breda,

gedaagde,

advocaat mr. F.M.A. 't Hart te Amsterdam,

2. [gedaagde 2],

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. F.M.A. 't Hart te Amsterdam,

3. [gedaagde 3],

wonende te [plaats 3] ,

gedaagde,

advocaat mr. F.M.A. 't Hart te Amsterdam,

4. de naamloze vennootschap

KPMG ACCOUNTANTS NV,

gevestigd te Amstelveen,

gedaagde,

advocaat mr. S.A.G. Hoogeveen te Amsterdam.

Eisers zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als [eisers] en ieder afzonderlijk als [eiser 1] respectievelijk [eiser 2] , gedaagde sub 1 zal De Veste worden genoemd, gedaagden sub 2 en 3 zullen gezamenlijk [gedaagde 2 en 3] genoemd worden en gedaagde sub 4 zal worden aangeduid als KPMG .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 18 december 2024 en alle daarin reeds genoemde stukken;

-

de aanvullende producties 128 tot en met 135 zijdens [eisers] ;

-

de aanvullende producties 10 en 11 zijdens De Veste en [gedaagde 2 en 3] ;

-

de aanvullende productie 10 zijdens KPMG ;

-

de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling van 10 april 2025 en de bij die gelegenheid door alle raadslieden voorgedragen spreekaantekeningen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[eisers] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. een verklaring voor recht dat De Veste en/of [gedaagde 2 en 3] en/of

KPMG gezamenlijk dan wel iedere gedaagde hoofdelijk jegens [eisers] toerekenbaar tekort is geschoten en/of onrechtmatig heeft gehandeld;

2. De Veste en/of [gedaagde 2 en 3] en/of KPMG gezamenlijk dan wel iedere gedaagde hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door [eisers] geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

3. KPMG te veroordelen tot afgifte van de controle dossiers aan [eisers] binnen twee weken na onderhavig vonnis inzake de beleggingsfondsen Da Vinci Diversified - subfonds Trade Finance en/of Da Vinci Retail - subfonds Trade Finance Handelsfonds over de jaren 2017 tot en met 2021;

4. De Veste en/of De Nieuwe Veste en/of [gedaagde 2 en 3] en/of KPMG gezamenlijk dan wel iedere gedaagde hoofdelijk, te veroordelen in de kosten van deze procedure, met bepaling dat de proceskosten binnen 14 dagen na het te dezen te wijzen vonnis moeten worden betaald, des de een betalende de ander zal zijn bevrijd.

2.2.

De Veste , [gedaagde 2 en 3] en KPMG voeren verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

4 De beslissing