Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-02-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:821, 416428 / HA ZA 23-623 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-02-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:821, 416428 / HA ZA 23-623 (E)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 12 februari 2025
- Datum publicatie
- 24 februari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:821
- Zaaknummer
- 416428 / HA ZA 23-623 (E)
Inhoudsindicatie
Aansprakelijkheid curator pro se.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/416428 / HA ZA 23-623
Vonnis van 12 februari 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CULIMARQUE HOLDING B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: CH,
advocaat: mr. M.M. van Leeuwen,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
wonende te [plaats 1] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 2] B.V.,
gevestigd te [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,
advocaat: mr. S.R. Effting.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 12 juni 2024 en de daarin genoemde stukken,
– de mondelinge behandeling van 12 december 2024, waarvan door de griffier
aantekeningen zijn gemaakt,
– de spreekaantekeningen van mr. M.M. van Leeuwen, zoals deze zijn overgelegd en
voorgedragen op de mondelinge behandeling,
– de spreekaantekeningen van mr. S.R. Effting, zoals deze zijn overgelegd en
voorgedragen op de mondelinge behandeling.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
CH is een houdstermaatschappij.
[gedaagde 1] is bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 maart 2020 aangesteld tot curator in het faillissement van de vennootschap [B.V. 1] (hierna: [B.V. 1] ). [B.V. 1] hield zich bezig met de verkoop van belastingvrije artikelen in passagiersvliegtuigen.
[gedaagde 2] is het advocatenkantoor waaraan [gedaagde 1] als curator (hierna ook: [gedaagde 1] q.q.) is verbonden en waarvan [gedaagde 1] (indirect) bestuurder is.
Op 2 maart 2023 heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: de Inspectie) aan [gedaagde 1] als curator in het faillissement van [B.V. 1] enerzijds en aan CH anderzijds bericht, dat in het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen staat ingeschreven het luchtvaartuig [het vliegtuig] (hierna: het vliegtuig) en dat dit vliegtuig sinds 16 januari 2015 op naam staat van [B.V. 1] als eigenaar van het vliegtuig en CH als houder van het vliegtuig. In het bericht vraagt de Inspectie [gedaagde 1] q.q. of hij bekend is met dit onderdeel van de boedel en of er naar aanleiding van voornoemde informatie door hem als curator stappen zullen worden ondernomen.
Naar aanleiding van voornoemd bericht heeft [gedaagde 1] q.q. de Inspectie om onderliggende stukken gevraagd. [gedaagde 1] q.q. heeft toen via de Inspectie de beschikking gekregen over een zogenoemde ‘Aircraft Bill of Sale’ met betrekking tot de (ver)koop van het vliegtuig voor een koopprijs van € 10.000,- (hierna: de koopovereenkomst). De koopovereenkomst vermeldt dat de overeenkomst op 10 november 2014 tot stand is gekomen tussen CH (als verkoper) en [B.V. 1] (als koper) en op die datum is ondertekend namens CH door haar bestuurder [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en namens [B.V. 1] door haar voormalig (indirect) bestuurder [naam 2] (hierna: [naam 2] ). Ten aanzien van de levering van het vliegtuig vermeldt de koopovereenkomst:
“It is agreed that the Aircraft and its logbooks shall be delivered on Monday 10th November at Rotterdam Airport. Title and risk of loss or damage to the Aircraft shall pass to Buyer at the time of delivery. The Aircraft will be delivered tot Buyer in its present condition”.
[gedaagde 1] q.q. heeft via de Inspectie ook de beschikking gekregen over een ‘Statement Concerning holdership’ met betrekking tot het vliegtuig (hierna: de houderschapsverklaring). De houderschapsverklaring is op 3 december 2014 ondertekend namens [B.V. 1] (als eigenaar) door [naam 2] en namens CH (als houder) door [naam 1] . In de houderschapsverklaring verklaren [B.V. 1] en CH:
“Based upon a signed agreement between the two undersigned parties, and in conformity to the conditions of article 3.3 under 3a of the Netherlands Aviation Act, the holder will act as a holder of the above mentioned aircraft for the following period:
from upto and including:
Present until further notice ”.
Op 6 maart 2023 heeft [gedaagde 1] q.q. [naam 1] aangeschreven en aangegeven dat hij concludeert dat het vliegtuig tot de failliete boedel van [B.V. 1] behoort. Hij heeft [naam 1] verzocht aan te geven waar het vliegtuig zich bevindt.
In reactie daarop schreef [naam 1] aan [gedaagde 1] q.q. op 7 maart 2013:
“Met enige verbazing heb ik kennis genomen van de inhoud van uw bericht.
Om enig misverstand weg te nemen, het betreffende luchtvaartuig is nimmer in eigendom overgedragen aan [B.V. 1] B.V., maar (nog altijd en sinds vele jaren) in volledig en onbezwaard eigendom van Culimarque Holding B.V.
We (...) Culimarque Holding B.V. en de directie van [B.V. 1] hebben destijds wel gesproken over een mogelijke overdracht (een sale-and-lease-back-transactie) maar we zijn nooit tot overeenstemming gekomen. Ofschoon we toen wel de benodigde documenten ter voorbereiding van de beoogde overdracht wel hebben ingevuld, hadden deze nooit ingezonden mogen worden aan de inspectie daar we nooit tot volledige overeenstemming zijn gekomen en er ook geen transactie plaatsgevonden en er is nimmer een betaling geweest aan Culimarque Holding B.V. en het toestel staat onafgebroken op de balans van Culimarque Holding B.V. (...)”.
Uit de daarop volgende correspondentie tussen [gedaagde 1] q.q. en [naam 1] volgt dat zij het niet eens zijn geworden over de vraag aan wie het vliegtuig in eigendom toebehoort.
Op 9 maart 2023 heeft [naam 2] in een brief aan [gedaagde 1] q.q. een schriftelijke verklaring gegeven. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:
“Heden heeft de heer [naam 1] van Culimarque Holding B.V. contact met mij opgenomen inzake de door hem ontvangen berichten over de destijds voorgenomen overname van het vliegtuig met registratie [registratie] . Ik kan u berichten dat ik destijds namens [B.V. 1] B.V. deze voorgenomen transactie met hem besproken heb en, vooruitlopende op de verwachtte positieve uitkomst van deze gesprekken, alvast de bij een dergelijke transactie behorende formulieren ingevuld en ondertekend heb. Echter heeft de transactie nooit plaatsgevonden; er is nimmer een feitelijke overdracht geweest en we hebben nooit de overnamesom aan Culimarque Holding voldaan. Er is daarna ook nimmer (zoals wel voorgenomen) een lease-back overeenkomst gesloten en, vanzelfsprekend, zijn hier dus ook geen betalingen voor ontvangen door [B.V. 1] .
Het niet gestand doen van de overeenkomst is gebaseerd op zakelijke overwegingen; de belangen van [B.V. 1] enerzijds en Culimarque Holding anderzijds bleken niet parallel te lopen en veronderstelde ik het risico voor [B.V. 1] te groot.
Ik ben altijd in de veronderstelling geweest dat de documenten vernietigd zouden zijn, wat gezien het niet tot overeenstemming (kunnen) komen mij logisch voorkwam. Naar nu blijkt is zulks niet gebeurd en zijn deze abusievelijk naar de Inspectie gestuurd.
Voor zover er enige onduidelijkheid zou kunnen bestaan; het betreffende vliegtuig is nimmer aan [B.V. 1] overgedragen en/of in exploitatie genomen. Er zijn geen betalingen terzake van deze voorgenomen transactie gedaan”.
Met machtiging van de rechter-commissaris in het faillissement van [B.V. 1] en na verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft [gedaagde 1] q.q. op 6 april 2023 conservatoir beslag tot afgifte gelegd op het vliegtuig en het vliegtuig, zonder CH op te roepen voor verhoor, in gerechtelijke bewaring laten nemen.
[gedaagde 1] heeft vervolgens in zijn hoedanigheid van curator (q.q.) in het faillissement van [B.V. 1] , met machtiging van de rechter-commissaris, een kort gedingprocedure aanhangig gemaakt tegen CH bij de rechtbank Den Haag. Deze procedure heeft geleid tot een vonnis op 14 juli 2023. In dat vonnis heeft de voorzieningenrechter in conventie de vordering van [gedaagde 1] q.q. tot afgifte van het vliegtuig afgewezen en in reconventie het gelegde conservatoire beslag tot afgifte van het vliegtuig opgeheven. [gedaagde 1] q.q. is als de in het ongelijk gestelde partij zowel in conventie als in reconventie veroordeeld in de proceskosten van CH.