Raad van State, 19-11-2025, ECLI:NL:RVS:2025:5721, 202404844/1/A3
Raad van State, 19-11-2025, ECLI:NL:RVS:2025:5721, 202404844/1/A3
Gegevens
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 19 november 2025
- Datum publicatie
- 26 november 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:5721
- Zaaknummer
- 202404844/1/A3
Inhoudsindicatie
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 juli 2024 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hengelo van 28 juni 2023 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft het college de bezwaren tegen de besluiten van 9 maart 2022, 22 maart 2022, en 30 maart 2022, waarbij een verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming is toegewezen, ongegrond verklaard. [appellant] heeft het college verzocht om inzage van zijn persoonsgegevens die worden verwerkt door de afdeling Werk en Inkomen. Het college heeft dit verzoek toegewezen en aan [appellant] meegedeeld dat hij een uitgeprint dossier kan ontvangen. [appellant] is het hier niet mee eens, omdat het college ten onrechte de afhandeling van zijn inzageverzoek heeft beperkt tot inzage in zijn dossier en persoonsgegevens.
Uitspraak
202404844/1/A3.
Datum uitspraak: 19 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Hengelo,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 juli 2024 in zaak nr. 23/1529 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Hengelo.
Openbare zitting gehouden op 19 november 2025 om 15:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. Y. Soffner, mr. R. Hulshof
Verschenen:
[appellant];
het college, vertegenwoordigd door mr. M.S. van Dijk en mr. I.B.H. Heil
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 juli 2024 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 28 juni 2023 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft het college de bezwaren tegen de besluiten van 9 maart 2022, 22 maart 2022, en 30 maart 2022, waarbij een verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) is toegewezen, ongegrond verklaard.
Beslissing:
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Motivering:
1. [appellant] heeft het college verzocht om inzage van zijn persoonsgegevens die worden verwerkt door de afdeling Werk en Inkomen. Het college heeft dit verzoek toegewezen en aan [appellant] meegedeeld dat hij een uitgeprint dossier kan ontvangen. [appellant] is het hier niet mee eens, omdat het college ten onrechte de afhandeling van zijn inzageverzoek heeft beperkt tot inzage in zijn dossier en persoonsgegevens. Volgens hem houden ambtenaren van de gemeente Hengelo een verborgen dossier over hem bij en worden deze gegevens met derden gedeeld waardoor hij al vanaf zijn negentiende jaar in de bijstand zit. Hierdoor ontstaat er een verkeerd beeld over hem en wordt hij tegengewerkt bij zijn zoektocht naar werk.
2. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het college aan de verplichtingen van artikel 15 van de AVG heeft voldaan en [appellant] voldoende in staat heeft gesteld om de juistheid van de over hem bestaande persoonsgegevens en de rechtmatigheid van die verwerking te controleren. Met wat [appellant] heeft aangevoerd acht de Afdeling het, net als de rechtbank, niet aannemelijk dat het college een verborgen dossier onder zich houdt. De beweringen over de tegenwerking door het college zijn niet met concrete gegevens of bewijzen onderbouwd.
3. Het hoger beroep is ongegrond.
4. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Soffner
griffier
818-1171