FBN 2011/24 - Tbs-inkomen bij 'switchen': doorschuiven of afrekenen?
Aflevering 5, gepubliceerd op 01-05-2011 geschreven door Mr. J.W.E. Litjens en Drs. C.P. DuinmaijerAls een directeur-grootaandeelhouder (‘dga’) of een IB-ondernemer die in algehele of beperkte gemeenschap van goederen is gehuwd, besluit zijn bedrijf om te zetten in een andere rechtsvorm, heeft dit niet alleen gevolgen voor hem en zijn bedrijf. De omzetting kan ook ongewenste afrekenmomenten hebben voor zijn echtgenoot of zijn in gemeenschap van goederen gehuwde ouders die aan zijn bedrijf een lening hebben verstrekt of een pand hebben verhuurd dat tot hun gemeenschap van goederen behoort. Sinds de wetswijziging per 2011 (Fiscale verzamelwet 2010, nr. 32401) geldt definitief een andere toerekeningsmethodiek voor inkomsten uit terbeschikkingstelling (‘tbs-inkomen’) tussen in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten bij terbeschikkingstelling aan een eenmanszaak of personenvennootschap (‘IB-onderneming’) (artikel 3.91 Wet IB 2001) en bij terbeschikkingstelling aan een BV (artikel 3.92 Wet IB 2001) (FBN 2010, nr. 58 en FBN 2011, nr. 3). Doordat de tbs-regelingen niet alleen elk een andere toerekeningsmethode hanteren, maar ook elk een eigen toepassingsbereik kennen, kan de overgang van de tbs-regeling naar een winst- of ander tbs-regime door een rechtsvormwijziging (‘switchen’) leiden tot een afrekenmoment. Zo kan fiscaal gezien de terbeschikkingstelling wijzigen met alle gevolgen van dien, hoewel feitelijk geen wijziging was beoogd of plaatsvindt. In deze bijdrage wordt aan de hand van diverse casusposities ingegaan op de problematiek van het switchen voor het tbs-inkomen.