WOZ | Waardevaststelling woning
ECLI:NL:RBGEL:2023:3074, datum uitspraak 30-05-2023, publicatiedatum 27-06-2023
Aflevering 2023, gepubliceerd op 31-12-2023 Wet WOZ. Eiser wordt vertegenwoordigd door no cure no pay kantoor. Prachtige vrijstaande woning op veel grond met vrije ligging in het bos, maar toch centraal, is in 2015 gekocht voor ⬠800.000. Beschikte waarde voor belastingjaar 2021, waardepeildatum 1 januari 2020, komt uit op ⬠820.000. Taxateur in beroep komt op een waarde van ⬠910.000. Eisers gemachtigde bepleit een waarde van ⬠702.000. De taxateur van eiser vergelijkt de woning van eiser daartoe met woningen in een woonwijk die in dezelfde plaats is gelegen, maar dan aan de kant van de snelweg. Verder wordt gewezen op wateroverlast op het perceel, terwijl verweerders taxateur opmerkt dat die al is verholpen door het aanleggen van een afwatering. Gemachtigde van eiser heeft diverse formele beroepsgronden aangevoerd, waaronder de inzichtelijkheid van de indexeringscijfers en de wijziging van de onderbouwing van de waarde in beroep, waardoor de inschatting om beroep in te stellen niet juist kon zijn. De rechtbank oordeelt dat de beschikte waarde zeker niet te hoog is en wijst de formele gronden af. De gevraagde proceskostenvergoeding wijst de rechtbank ook af. De werkwijze in WOZ-zaken in bezwaar wijkt gelet op de massaliteit en de jurisprudentie van de Hoge Raad af (en mag ook afwijken) van wat vereist is in overige bestuursrechtelijke zaken op grond van de vereisten van de Algemene Wet bestuursrecht. De beslissing om beroep in te stellen is daardoor gebaseerd op informatie die in beroep mag wijzigen en vaak ook wijzigt. Dit is vooralsnog echter geen reden om proceskostenvergoeding toe te kennen, omdat de kosten van de uitvoering van de Wet WOZ dan nog verder zouden stijgen, hetgeen ten koste zou gaan van andere belangrijke(re) taken van de gemeenten.