Home

Inkomstenbelasting, eigenwoningrente

Geldig vanaf 11 juni 2010
Geldig vanaf 11 juni 2010

Inkomstenbelasting, eigenwoningrente

Besluit DGB2010/921

Voorafgaande besluiten
CPP2003/1606M, CPP2009/2148M
Versies van huidig besluit

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 11-06-2010]

De Minister van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit bevat het beleid over de eigenwoningrente. Het vervangt het besluit van 29 oktober 2009, CPP2009/2148M en is aangevuld met de onderdelen over de eigenwoningrente uit het besluit van 1 oktober 2003, nr. CPP2003/1606M (woonverenigingen). Dit besluit is geactualiseerd en aangevuld met nieuwe beleidsstandpunten. Ook zijn enkele onderdelen redactioneel aangepast. Met deze redactionele aanpassingen is geen beleidswijziging bedoeld. Onderdeel 9 is niet aangepast maar zal binnenkort worden geactualiseerd.

1. Inleiding

Dit besluit behandelt de aftrek voor de inkomstenbelasting van de renten van de eigenwoningschulden en de kosten van de geldleningen. Deze renten en kosten noem ik hierna ook wel eigenwoningrente.

In dit besluit zijn nieuwe standpunten opgenomen over de volgende onderwerpen:

  • Onderdeel 3. is aangevuld naar aanleiding van de laatste ‘oogmerkarresten’ van de Hoge Raad.

  • 3.1.2. (Gemengde leningen. Vrije keuze bij aflossing of toerekening eigenwoningschuld als een deel van woning naar box 3 verhuist). De goedkeuring voor aflossing was voorheen opgenomen onder 3.2.4. Toegevoegd is de vrije keuze van toerekening als een deel van de eigen woning naar box 3 verhuist. Verduidelijkt is dat bij overgang naar box 3 de eigenwoningschuld niet meer bedraagt dan het deel van de schuld dat overeenkomt met het deel van de oorspronkelijke aankoopprijs dat kan worden toegerekend aan het box 1-gedeelte.

  • Geen saldering van betaalde en ontvangen rente bij een verbouwingsdepot gedurende de eerste zes maanden (onderdeel 3.2.1.).

  • Herfinanciering van de eigen woning is mogelijk met behoud van renteaftrek als de oude lening direct wordt afgelost met de nieuwe lening. (onderdeel 3.5.). De goedkeuring voor herfinanciering bij schuldaflossing bij faillissement van een bank door verrekening geldt voor elke verrekening op grond van artikel 53 van de Faillissementswet.

  • Herbesteding van een box 3-lening leidt niet tot eigenwoningschuld. Herbesteding van een eigenwoningschuld voor verwerving, onderhoud, verbetering leidt wel weer tot een eigenwoningschuld. (onderdeel 3.5.1.).

  • De financiering van huurderslasten leidt niet tot een eigenwoningschuld (onderdeel 3.8.).

  • Successierechtschulden en schulden (bij staking) van een onderneming zijn geen eigenwoningschuld. Verzoeken om toepassing van de hardheidsclausule worden afgewezen (onderdeel 3.10.1.).

  • Vanaf 1 januari 2010 kan de eigenwoningschuld ook bij doorstromers worden verhoogd met de lening voor de financieringskosten (onderdeel 3.11.). Dit geldt ook voor leningen voor de financieringskosten die zijn afgesloten in 2004–2009.

  • De rentebeperking na de 30-jaarsperiode in samenhang met eerder gebruik vrijstelling kapitaalverzekering is aangevuld met eerder gebruik van de vrijstelling voor de spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning. Ook is een voorbeeld toegevoegd (onderdeel 3.12.1). Daarnaast wordt de 30-jaarsperiode bij partners behandeld (onderdeel 3.12.2).

  • De tekst van verkoop van (ondergrond van) de woning gevolgd door uitgifte in erfpacht is aangepast (onderdeel 3.13.).

  • Borgstellingprovisie van kind aan de ouders kan aftrekbaar zijn (onderdeel 4.5.1.).

  • Kosten voor renteverlaging bij waardestijging eigen woning (onderdeel 4.11.).

  • Boete bij aflossing budgethypotheek (onderdeel 4.12.).

  • Annuleringskosten lening (onderdeel 4.13.).

  • Het beleid over rentebetaling door een ander is versoepeld (onderdeel 7.).

  • Renteaftrek bij woonverenigingen (onderdeel 10.5.).

1.1. Gebruikte afkortingen

Wet op de inkomstenbelasting 1964

Wet IB 1964

Burgerlijk wetboek

BW

2. Bijleenregeling

3. Leningen in verband met de eigen woning

3.1. Oogmerkvereiste

3.1.1. Tijdstip van aftrek

3.1.2. Gemengde leningen. Vrije keuze bij aflossing of toerekening eigenwoningschuld als een deel van woning naar box 3 verhuist

3.2. Verbouwing. Financiering vooraf of achteraf. Zesmaandsgoedkeuring

3.2.1. Verbouwingsdepot bij een lening vooraf. Depotgoedkeuring

3.2.2. Financiering achteraf

3.2.3. Bijleenregeling

3.2.4

3.3. Betaling voor toekomstig onderhoud; instandhoudingsverplichting

3.4. Nieuwbouw

3.4.1. Nieuwbouwdepot waaruit aankoopsom en aftrekbare bouwrente wordt betaald

In cijfers:

3.5. Herfinanciering en herbesteding

3.5.1. Herbesteding

3.6. Aankoop rechten die verband houden met de woning

3.6.1. Erfpachter koopt ‘de grond’

3.6.2. Vruchtgebruiker koopt blote eigendom

3.7. Lening voor kosten voor onderhoud en verbetering

3.8. Alleen een lening voor de eigenaarslasten voor onroerende onderdelen

3.8.1. Zonnepaneleninstallaties

3.9. Overname van het deel van de eigen woning van de ex-partner

3.9.1. De ex-partner die geen eigenaar is, deelt toch mee in de waardeverandering van de woning

3.9.2. Niet nageleefd periodiek verrekenbeding

3.9.3. Vooruitbetaling voor de overname van het aandeel in de eigen woning van de ex-partner bij echtscheiding

3.10. Restschuld bij verkoop eigen woning

3.10.1. Successierechtschulden en schulden (bij staking) van een onderneming gefinancierd met een lening op de eigen woning

3.11. Kosten die direct samenhangen met de aanschaf van de eigen woning

3.12. 30-jaarstermijn

3.12.1. De 30-jaarstermijn na eerder gebruik vrijstelling kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning

3.12.2. De 30-jaarstermijn bij partners

3.13. Verkoop (ondergrond van de) woning gevolgd door uitgifte in erfpacht; constructie

4. Rente en kosten van geldlening

4.1. De kosten van een hypotheekadvies

4.2. De rente in leasecontracten

4.3. Vooraf of achteraf betaalde rente

4.4. Kosten van een geldlening gemaakt in de box 3-periode

4.5. Kosten moeten rechtstreeks zijn verbonden aan de lening

4.5.1. Borgstellingsprovisie

4.5.2. Bouwkundig rapport

4.6. Boeterente

4.7. Bereidstellingsprovisie

4.8. Risicoverzekering met betrekking tot toekomstige rentestijgingen (rentecap)

4.9. Kosten voor de omzetting coöperatieve flatexploitatievereniging in vereniging van appartementseigenaren

4.10. Oversluitkosten. Financiering boeterente

4.11. Kosten voor renteverlaging bij waardestijging eigen woning

4.12. Boete bij aflossing budgethypotheek

4.13. Annuleringskosten lening

5. Drukkencriterium

5.1. Retourprovisie

5.2. Waardering voordelen bij het afsluiten van (hypothecaire) geldleningen

6. Lening of aankoop van partner of huisgenoot

6.1. Lening aan partner of huisgenoot die gaat verhuizen

7. Rentebetaling door een ander

7.1. Rentebetalingen door fiscale partners

7.2. Mede-eigenaren die geen fiscaal partner zijn

7.3. Rente betaald door hoofdelijke aansprakelijke of medeschuldenaar die geen eigenaar is

7.4. Lening ouders aan kind

8. Bijleenhypotheken

8.1. Uitgezonderde bijleenhypotheken

Bijleenhypotheken die vóór 1 juli 1987 tot stand zijn gekomen.

Bijleenhypotheken die na 1 juli 1987 tot stand zijn gekomen en de goedkeuring van Financiën dragen.

8.2. Verhuizing gedurende de looptijd van een bijleenhypotheek afgesloten vóór 31 december 1995

9. Complexe overeenkomsten van geldlening

9.1. Producten

9.2. Jurisprudentie

9.3. Wijze van beoordeling

9.4. Geen aftrek voor betaling voor rechten en verplichtingen

9.5. Rente hoger, maar geen afzonderlijke rechten en verplichtingen

9.6. Verwaarloosbare afzonderlijke rechten en verplichtingen

10. (financiering) aandeel in vereniging van eigenaren

10.1. Aandeel in VVE

10.2. Waardering aandeel fondsen VVE

10.3. Schuld aangegaan door eigenaar voor financiering storting in de fondsen van de VVE

10.4. Lening door de VVE bij een eigen woning

10.5. Woonverenigingen en dergelijke

11. Subsidie op termijn (SOT-regeling)

11.1. De methodiek van de SOT-regeling

11.2. Fiscale gevolgen voor de huiseigenaar/bewoner

Subsidie

Aflossingsvrije lening

Annuïteitenlening

11.3. Beoordeling door de Belastingdienst

12. Starterslening

12.1. Geen belastbare schenking

13. Ingetrokken regelingen

14. Inwerkingtreding