Vrijstelling van BTW en accijns bij intracommunautaire aankopen door ambassades en consulaten en de leden daarvan, internationale organisaties en bepaaIde functionarissen daarvan, en NAVO-onderdelen
Vrijstelling van BTW en accijns bij intracommunautaire aankopen door ambassades en consulaten en de leden daarvan, internationale organisaties en bepaaIde functionarissen daarvan, en NAVO-onderdelen
Besluit IFZ93-342
- Versies van huidig besluit
Opschrift
§ 1. Inleiding
1.1. Algemeen
Op grond van artikel 15, lid 10, van de Zesde BTW-richtlijn en artikel 23, lid 1, van de Horizontale Accijnsrichtlijn verlenen de lidstaten van de Europese Unie vrijstelling van omzetbelasting en accijns aan:
• in andere lidstaten gevestigde ambassades en consulaten en bepaalde leden daarvan;
• in andere lidstaten gevestigde internationale organisaties (daaronder begrepen onderdelen van die organisaties) en bepaalde functionarissen daarvan;
• in andere lidstaten gevestigde hoofdkwartieren alsmede aldaar gestationeerde strijdkrachten en civiele diensten van de NAVO, andere dan die van de desbetreffende staat zelf (hierna te noemen: NAVO-onderdelen).
Deze regeling voorkomt dat met het wegvallen van de binnengrenzen van de EU ook de mogelijkheid wegvalt tot vrijstelling van omzetbelasting en accijns bij aankoop in een andere lidstaat. De vrijstelling van omzetbelasting wordt voor aankopen in Nederland sinds 1 juli 1994 geregeld in artikel 40 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 (hierna te noemen: Uitvoeringsregeling AWR). De vrijstelling van accijns wordt verleend overeenkomstig artikel 32a van de Uitvoeringsregeling accijns en toegelicht in § 13.13.1 van de Leidraad accijns.
Bij de vrijstelling van omzetbelasting en accijns voor de hier bedoelde intracommunautaire aankopen gelden de beperkingen zoals het qastland die heeft vastgesteld ten aanzien van die vrijgestelde voor de vrijstelling van omzetbelasting en accijns op de lokale markt aldaar. Onder gastland wordt verstaan de lidstaat waar de vertegenwoordiging, de organisatie of het NAVO-onderdeel is gevestigd dan wel gelegerd. Het gastland moet dus op een of andere wijze kenbaar maken, dat ter zake van de aankoop in een andere lidstaat vrijstelling kan worden verleend. De lidstaten hebben afgesproken dat deze informatie in beginsel zal worden verstrektin de vorm van een certificaat, dat de vrijgestelde moet aanvragen bij het gastland. Voor iedere aankoop in een andere lidstaat zal een dergelijk certificaat moeten worden aangevraagd. Het gastland kan evenwel toestaan dat een vertegenwoordiging,een organisatie of een NAVO-onderdeel zelfstandig certificaten waarmerkt voor aankopen bestemd voor officieel gebruik. Voor aankopen bestemd voor persoonlijk gebruik is dit niet mogelijk.
Volledigheidshalve zij opgemerkt dat de term "aankoop" in deze resolutie mede ziet op het afnemen van een dienst, tenzij uit de tekst blijkt dat uitsluitend wordt gedoeld op de aanschaf van goederen. Het voorgaande impliceert, dat de belastingdienst op twee manieren kan worden geconfronteerd met genoemde certificaten:
In Nederland gevestigde vrijgestelden kunnen verzoeken om certificaten vooraankopen in andere lidstaten;
In andere lidstaten gevestigde vrijgestelden kunnen zich melden op de Nederlandse markt met elders afgegeven certificaten.
Op deze situaties wordt hierna ingegaan in § 2 respectievelijk in § 4 en punt 5.1. Demogelijkheid om zelfstandig certificaten te waarmerken voor aankopen bestemd voor officieel gebruik wordt toegelicht in § 3 (voor in Nederland gevestigde vertegenwoordigingen,organisaties en NAVO-onderdelen) respectievelijk in punt 5.2 (voorin andere lidstaten gevestigde vertegenwoordigingen, organisaties en NAVO-onderdelen).
Mocht in een concrete situatie onduidelijkheid bestaan over de toepassing van het na volgende, dan kan contact worden opgenomen met de Directie Internationale Fiscale Zaken van dit departement, afdeling Multilaterale Zaken, tel. 070 - 342 8279of 342 8274.
1.2. Certificaten voor vrijstelling van uitsluitend omzetbelasting
Certificaten voor vrijstelling van uitsluitend omzetbelasting bij aankoop van goederen of diensten in een andere lidstaat door in Nederland gevestigde vrijgestelden (situatie A) worden afgegeven door de eenheid van de belastingdienst die bevoegd is voor de vrijstelling van omzetbelasting bij aankopen in Nederland door die vrijgestelde. De procedure wordt toegelicht in punt 2.1.
De vrijstelling van omzetbelasting bij aankoop in Nederland op basis van doorandere lidstaten afgegeven certificaten (situatie B) geschiedt in beginsel in de vorm van teruggaaf door de belastingdienst. De ondernemer die de prestatie verricht dient ter zake dus op de normale wijze omzetbelasting in rekening te brengen. Met betrekking tot de levering van goederen wordt echter onder bepaalde voorwaarden goedgekeurd dat de heffing van omzetbelasting achterwege blijft. Met betrekking tot het verrichten van diensten bestemd voor officieel gebruik wordt vanaf 1 januari 1998 eveneens onder bepaalde voorwaarden goedgekeurd dat de heffing van omzetbelasting achterwege blijft. De toepassing van het tarief van nihil wordt toegelicht in punt 5.1.