Home

Subsidieregeling ESF 2014–2020

Geldig van 22 juni 2024 tot 16 september 2025
Geldig van 22 juni 2024 tot 16 september 2025

Subsidieregeling ESF 2014–2020

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 22-06-2024 tot 16-09-2025]

Aanhef

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  1. 50-plusser: een persoon van 50 jaar of ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;

  2. Adviseur investeringsprioriteit B: een natuurlijk persoon, niet zijnde een werknemer van de subsidieaanvrager, die in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf als adviseur werkzaam is op het gebied van duurzame inzetbaarheid;

  3. arbeidsbelemmerde: een persoon die jegens het college van burgemeester en wethouders van zijn woonplaats aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Participatiewet, en naar het oordeel van dat college of een arts, een lichamelijke, verstandelijke, psychische of psychosociale beperking heeft, dan wel een persoon die tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet behoort;

  4. arbeidsorganisatie: een onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 6 van de Handelsregisterwet 2007, waarin door werknemers arbeid wordt verricht;

  5. bijstandsuitkering: uitkering op grond van de Participatiewet;

  6. brutoloon: bruto salaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende CAO of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief (overige) vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten. Het brutoloon kan worden verhoogd met de ploegentoeslag of inconveniëntentoeslag indien dit in de CAO is geregeld;

  7. CAO: een collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst;

  8. centrumgemeente: Alkmaar, Almere, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Breda, Den Bosch, Den Haag, Doetinchem, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Emmen, Enschede, Goes, Gorinchem, Gouda, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hilversum, Leeuwarden, Leiden, Nijmegen, Roermond, Rotterdam, Tiel, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad, Zoetermeer en Zwolle;

  9. directe loonkosten: loonkosten van personeel, waarbij sprake is van direct aan deelnemers van het project bestede uren, dan wel loonkosten welke direct te relateren zijn aan de uitvoering van subsidiabele activiteiten als bedoeld in bijlage 1;

  10. directe loonkosten projectcoördinatie en -administratie: loonkosten van personeel welke direct zijn te relateren aan coördinatie en administratie van een project en waarbij het desbetreffende personeelslid voor 50% of meer van diens contractuele werktijd werkzaam is voor een of meer projecten in het kader van bijlage 1, hoofdstukken I, II, en III;

  11. duurzame inzetbaarheid: het gemotiveerd, gezond en productief houden van werkenden om hen in staat te stellen tot aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, binnen of buiten de arbeidsorganisatie betaald werk te verrichten;

  12. externe kosten: kosten die in rekening gebracht worden door derden voor het uitvoeren van direct aan deelnemers gerelateerde activiteiten, dan wel voor het uitvoeren van subsidiabele activiteiten als bedoeld in bijlage 1;

  13. externe kosten projectcoördinatie en -administratie: kosten die in rekening gebracht worden door derden en direct te relateren zijn aan het beheer van het project;

  14. gedetineerde: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een justitiële inrichting plaatsvindt of ten aanzien van wie een bevel tot verpleging van overheidswege is gegeven als bedoeld in artikel 37b of 38c van het Wetboek van Strafrecht;

  15. jongere: een persoon jonger dan 28 jaar;

  16. loonverletkosten: de loonkosten van deelnemers voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten, voor zover die hebben geleid tot een vermindering van de werkbare uren voor de werkgever;

  17. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  18. niet-uitkeringsontvanger: de persoon jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid van de Algemene Ouderdomswet, die geen uitkering ontvangt of arbeidsondersteuning op grond van enige sociale zekerheidswet;

  19. O&O-fonds: een organisatie als bedoeld in artikel 1a;

  20. Operationeel Programma: het Operationeel Programma ESF 2014–2020;

  21. plaatsingssubsidie: subsidie, met uitzondering van een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet, verstrekt aan een werkgever, niet zijnde de verstrekker van de subsidie zelf, die met een persoon, als bedoeld in artikel A4, A13 of A21, een arbeidsovereenkomst, een leerwerkovereenkomst of een stageovereenkomst sluit met een duur van ten minste drie maanden. In het geval de subsidie wordt verstrekt in de vorm van een loonkostensubsidie is ten hoogste subsidiabel het daadwerkelijk betaalde brutoloon vermeerderd met een opslag van 32% van het brutoloon;

  22. praktijkonderwijs: het onderwijs, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  23. project: een samenhangend geheel van activiteiten met betrekking tot een onderwerp als bedoeld in artikel 4;

  24. projectperiode: periode tussen het tijdstip waarop activiteiten starten en worden beëindigd;

  25. sociale innovatie: de ontwikkeling en implementatie van nieuwe ideeën voor producten, diensten en processen die een antwoord kunnen vormen op maatschappelijke uitdagingen op het terrein van actieve inclusie;

  26. subsidieaanvrager: de aanvrager van een subsidie op grond van deze regeling;

  27. subsidieontvanger: de subsidieaanvrager aan wie krachtens deze regeling subsidie is verleend;

  28. subproject: een op zichzelf staand onderdeel van een project;

  29. transnationale partnerschapsovereenkomst: overeenkomst tussen partners gevestigd in verschillende lidstaten van de Europese Unie ten aanzien van de uitvoering van gezamenlijke activiteiten in het kader van een project en de financiering daarvan;

  30. transnationale samenwerking: een samenwerkingsverband waarbij de subsidieontvanger een project uitvoert met een partner uit ten minste één andere lidstaat van de Europese Unie;

  31. uitvoeringsplan: beleidsplan van de gemeente Amsterdam, Den Haag, Rotterdam of Utrecht op basis van het Operationeel Programma Kansen voor West II (EFRO) en het Operationeel Programma met betrekking tot geïntegreerde territoriale investeringen in het kader van het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling;

  32. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  33. Verordening (EU) nr. 1303/2013: Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  34. Verordening (EU) nr. 1304/2013: Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  35. VNG: Vereniging Nederlandse Gemeenten;

  36. voortgezet speciaal onderwijs: het onderwijs dat wordt gegeven op een school of instelling waaraan voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd;

  37. Wajong-uitkering: uitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

  38. WAO-uitkering: uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

  39. werkgeversorganisatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die partij is bij een op het moment van de subsidieaanvraag geldende CAO, of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende CAO of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, dan wel een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die is aangesloten bij een aangewezen algemeen erkende centrale of andere representatieve organisatie van ondernemers als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet op de Sociaal-Economische Raad;

  40. werkloze werkzoekende: persoon zonder werk, of met werk voor minder dan twaalf uur per week, die actief op zoek is naar betaald werk voor twaalf uur of meer per week en die daarvoor direct beschikbaar is;

  41. werknemersorganisatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, die partij is bij een op het moment van de subsidieaanvraag geldende CAO of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende CAO of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling;

  42. WIA-uitkering: uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

  43. ZW-uitkering: uitkering op grond van de Ziektewet;

Artikel 1a. O&O-fonds

1.

Een O&O-fonds is een stichting of vereniging die als doel heeft het optimaliseren van de werking van de arbeidsmarkt.

2.

De stichting of vereniging, bedoeld in het eerste lid, is een organisatie die:

  1. is opgericht bij een bij de minister aangemelde CAO;

  2. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;

  3. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorganisaties alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;

  4. de belangen behartigt van ten minste 1.000 aangesloten zelfstandigen zonder personeel en wordt bestuurd door vertegenwoordigers van zelfstandigen zonder personeel; of

  5. de belangen behartigt van zelfstandigen zonder personeel en wordt bestuurd door vertegenwoordigers van organisaties van zelfstandigen zonder personeel, waarbij:

    1. 1°.

      bij een of meerdere vertegenwoordigde organisaties ten minste 1.000 zelfstandigen zonder personeel zijn aangesloten, dan wel

    2. 2°.

      ten minste een vertegenwoordiger afkomstig is van een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die is aangesloten bij een aangewezen algemeen erkende centrale en andere representatieve organisaties van ondernemers dan wel een aangewezen algemeen erkende centrale organisatie van werknemers, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet op de Sociaal-Economische Raad.

3.

Het bestuur van de stichting of vereniging, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting of vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

Artikel 2. Inleidende bepaling

1.

De minister verstrekt, overeenkomstig deze regeling, subsidie aan de nader krachtens deze regeling aangewezen rechtspersonen die een bijdrage leveren aan de uitvoering van het programma Europees Sociaal Fonds, zoals uitgewerkt in het Operationeel Programma. De minister neemt daarbij de Verordening (EU) nr. 1303/2013 in acht.

2.

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op de subsidieverlening krachtens deze regeling.

3.

Indien de Europese Commissie op het tijdstip van subsidieverlening nog niet heeft ingestemd met het Operationeel Programma, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verleend onder de voorwaarde dat de Europese Commissie instemt met dat Operationeel Programma.

4.

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, kan de minister de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde Operationeel Programma, dat de instemming van de Europese Commissie heeft verkregen.

5.

De bepalingen in de bijlagen gelden in aanvulling op hetgeen in het algemeen deel van de regeling is vastgelegd. Voor zover de bepalingen uit de bijlagen in tegenspraak zijn met bepalingen uit het algemeen deel van de regeling, prevaleren de bepalingen in de bijlagen boven de bepalingen in het algemeen deel in de regeling.

Artikel 3. Aanwijzing autoriteiten

Artikel 4. Aard van de projecten

Artikel 5. Aanvraagtijdvakken en subsidieplafond

Artikel 6. Subsidieaanvrager

Artikel 7. De subsidieaanvraag

Artikel 8. Rangschikking

Artikel 9. Subsidieverlening

Artikel 10. Weigering van de subsidie

Artikel 11. Hoogte van de subsidie

Artikel 12. Subsidiabele kosten

Artikel 13. Niet-subsidiabele kosten

Artikel 14. Bevoorschotting

Artikel 15. Administratievoorschriften

Artikel 16. Beschikbaarheid van bescheiden

Artikel 17. Rapportageverplichtingen

Artikel 18. Einddeclaratie en subsidievaststelling

Artikel 19. Publiciteit

Artikel 20. Openbaar maken subsidiedossier

Artikel 21. Intrekking en terugvordering

Artikel 21a. Wijzigen einddatum beschikking tot subsidieverlening

Artikel 21b. Tweede wijziging einddatum beschikking tot subsidieverlening

Artikel 22. Citeertitel

Artikel 23. Inwerkingtreding

Bijlage 1. Specifieke bepalingen voor subsidie aanvragen in het kader van investeringsprioriteiten A tot en met C

Bijlage 1a. behorende bij artikel 4, eerste lid, onderdeel e

Bijlage 2. Procedure betreffende gebruik geconverteerde documenten of gegevensdragers en digitale bewijsstukken

Bijlage 3. Subsidieplafonds centrumgemeenten

Bijlage 3a. Subsidieplafonds centrumgemeenten ten behoeve van regio-aanvragen gemeenten

Bijlage 3b. Subsidieplafonds centrumgemeenten ten behoeve van regio-aanvragen leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs

Bijlage 3c. Subsidieplafonds centrumgemeenten ten behoeve van regio-aanvragen leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs

Bijlage 3d. behorend bij bijlage 1a , artikel D10

Bijlage 3e. behorende bij bijlage 1a , artikelen D20, D28, tweede lid en D29, vierde lid

Bijlage 4. Overzicht vaste bedragen voor verblijfskosten