Een aanvraag voor een aanwijzing als bedoeld in artikel 18.17a, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, wordt schriftelijk ingediend bij:
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Directie Regeldruk en ICT-beleid
Postbus 20141
2500 EK Den Haag.
De Minister van Economische Zaken, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Minister van Infrastructuur en Milieu,
Gelet op de artikelen 2.5b, derde lid en 2.5c, zevende lid, van de Telecommunicatiewet, artikel 14, vierde lid, van de Dienstenwet, artikel 6a, zevende lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, artikelen 22, eerste en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 11b, derde tot en met vijfde lid, van de Kadasterwet, artikel VII van de Wet van 21 december 2016 tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten), artikel 7a van de Registratiewet 1970 en artikel 3, vierde lid van het Besluit vertrouwensdiensten.
Besluit:
Een aanvraag voor een aanwijzing als bedoeld in artikel 18.17a, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, wordt schriftelijk ingediend bij:
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Directie Regeldruk en ICT-beleid
Postbus 20141
2500 EK Den Haag.
Een verlener van vertrouwensdiensten dient een aanvraag tot toekenning van de status gekwalificeerd als bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, schriftelijk, opgesteld in de Nederlandse of Engelse taal, in bij:
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur
Emmasingel 1
9726 AH Groningen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 21 van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (PbEU 2015 L 235), wordt bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, in elk geval overgelegd:
een recent uittreksel, niet ouder dan een maand gerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag, uit het handelsregister bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
de statuten van de aanvrager;
de naam van een contactpersoon of meerdere contactpersonen, inclusief gegevens waaruit volgt dat deze persoon bevoegd is of personen bevoegd zijn om de aanvrager rechtsgeldig te vertegenwoordigen;
een opsomming van de vertrouwensdiensten die door de aanvrager worden verricht;
een beëindigingsplan als bedoeld in artikel 24, onderdeel i, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (PbEU 2015 L 235).