Voor een vergoeding van schade komt in aanmerking de pelsdierhouder die als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de vervroegde beëindiging schade lijdt.
Beleidsregel compensatie vervroegde beëindiging pelsdierhouderij
Beleidsregel compensatie vervroegde beëindiging pelsdierhouderij
Opschrift
Aanhef
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op artikel 8 van de Wet verbod pelsdierhouderij en de artikelen 4:81 en 4:95 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
fokteven: voedsters of moederdieren;
minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
natuurvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming;
omgevingsvergunning: omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor het houden van pelsdieren;
pelsdierhouder: degene die een melding heeft gedaan, als bedoeld in artikel 3, eerste tot en met derde lid, van de wet;
plaats: plaats, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van de wet;
vervroegde beëindiging: verbod, bedoeld in artikel 2 van de wet, zoals deze voor de pelsdierhouder ingevolge de Wet tot wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij in verband met een vervroegde beëindiging van de pelsdierhouderij (Stb 2020, 555) geldt per 8 januari 2021;
werknemer: natuurlijke persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek in dienst is of is geweest van de pelsdierhouder om activiteiten ten behoeve van het houden van nertsen te verrichten;
besluit: Besluit subsidiering sloop- en ombouwkosten pelsdierhouderij;
Artikel 2. Rechtstreeks gevolg van vervroegde beëindiging
Van schade op een plaats als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de vervroegde beëindiging is in elk geval geen sprake, indien:
de pelsdierhouder op of voorafgaand aan 28 augustus 2020 voor die plaats niet beschikte over de voor het houden van pelsdieren verplichte omgevingsvergunning;
de minister aan de pelsdierhouder op of voorafgaand aan 28 augustus 2020 voor die plaats een beschikking tot vaststelling van de op grond van het besluit verleende subsidie voor ombouw heeft gegeven en de pelsdierhouder zich overeenkomstig artikel 14, derde lid, van dat besluit heeft verplicht de pelsdierhouderij niet meer op te starten;
de minister aan de pelsdierhouder op of voorafgaand aan 28 augustus 2020 voor die plaats een beschikking tot verlening van sloopsubsidie op grond van het besluit heeft gegeven en tevens, al dan niet na genoemde datum, een beschikking tot vaststelling van die verleende subsidie heeft gegeven en de pelsdierhouder overeenkomstig artikel 14, vierde lid, van dat besluit de gebouwen heeft gesloopt.
Voor een plaats waar in 2020 geen nertsen zijn gehouden komt de pelsdierhouder slechts in aanmerking voor een vergoeding van schade, indien hij aannemelijk kan maken dat de bouwwerken, gebouwen en inventaris nog zodanig intact zijn dat de productie op die plaats op 28 augustus 2020 terstond had kunnen worden hervat.
Artikel 3. Normaal maatschappelijk risico
De minister hanteert voor het bepalen van het normale maatschappelijke risico, bedoeld in artikel 8 van de wet, een kortingspercentage van 15%.