Home

Regeling bodemkwaliteit 2022

Geldig van 1 januari 2026 tot 31 januari 2026
Geldig van 1 januari 2026 tot 31 januari 2026

Regeling bodemkwaliteit 2022

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2026 tot 31-01-2026]

Aanhef

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. (begripsomschrijvingen)

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • andere relevante parameter: parameter, niet zijnde een stof of bodemvreemd materiaal, die een partij van een bouwstof of een partij grond of baggerspecie ongeschikt kan maken voor het toepassen op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam volgens artikel 2.11 en paragraaf 4.123, onderscheidenlijk paragraaf 4.124, van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • andere verontreinigende stof dan in bijlage A vermeld: stof die niet in bijlage A is vermeld en die een partij van een bouwstof ongeschikt kan maken voor het toepassen volgens artikel 2.11 en paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • andere verontreinigende stof dan in bijlage B vermeld: stof die niet in kolom 1 van tabel 1 of tabel 2 van bijlage B is vermeld en die een partij grond of baggerspecie ongeschikt kan maken voor het toepassen op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam volgens artikel 2.11 en paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • AP 04: door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer in het kader van het Accreditatieprogramma voor keuring van partijen grond, bouwstoffen en korrelvormige afvalstoffen uitgegeven normdocument;

  • AS 3000: door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer-in het kader van het Accreditatieschema voor Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek uitgegeven normdocument;

  • ASTM-norm: door de American Society for Testing and Materials uitgegeven normdocument;

  • bepalingsgrens: laagste concentratie van een stof die met een redelijkerwijs te vergen nauwkeurigheid kan worden bepaald, zoals opgenomen in bijlage L;

  • besluit: Besluit bodemkwaliteit;

  • bijlage: bij deze regeling behorende bijlage;

  • bodem: bodem als bedoeld in de Omgevingswet;

  • Bodem+: onderdeel van Rijkswaterstaat;

  • bodemvreemd materiaal: materiaal dat niet van nature in de bodem wordt aangetroffen en dat niet voldoet aan de omschrijving van grond of baggerspecie in artikel 1 van het besluit;

  • BRL: als beoordelingsrichtlijn uitgegeven normdocument;

  • BRL SIKB: door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer als BRL uitgegeven normdocument;

  • CAS-nr: uniek identificatienummer dat is toegekend aan alle chemische stoffen die zijn geregistreerd door de Chemical Abstracts Service, die onderdeel is van de American Chemical Society;

  • gammatoets: methode ter bepaling van de keuringsfrequentie als bedoeld in bijlage H;

  • k-waardetoets: methode ter bepaling van de keuringsfrequentie als bedoeld in bijlage H;

  • MsPAF: Meer stoffen-Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen, waarmee de potentiële risico’s van bodemverontreiniging voor het ecosysteem worden aangeduid;

  • NEN: door de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut als Nederlandse Norm uitgegeven normdocument;

  • NEN-EN: door de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut als Europese Norm uitgegeven normdocument;

  • NEN-ISO: door de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut als Internationale Norm uitgegeven normdocument;

  • NPR: door de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut als Nederlandse Praktijkrichtlijn uitgegeven normdocument;

  • NVN: door de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut als Nederlandse Voornorm uitgegeven normdocument;

  • ontgravingslocatie: bodemlocatie waaruit een partij grond of baggerspecie is of wordt ontgraven;

  • oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in de Omgevingswet;

  • producent: de persoon die partijen van een bouwstof, grond of baggerspecie vervaardigt of laat vervaardigen dan wel onder volledige eigen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit of hoedanigheid daarvan partijen van een bouwstof, grond of baggerspecie aan een ander afgeeft of op de markt brengt;

  • produceren: vervaardigen, laten vervaardigen dan wel onder volledige eigen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit of hoedanigheid daarvan aan een ander afgeven of op de markt brengen van partijen van een bouwstof, grond of baggerspecie die op grond van een daarvoor verleend productcertificaat als gecertificeerd product aan een ander mogen worden afgegeven of op de markt mogen worden gebracht;

  • productcertificaat: certificaat voor het produceren van een bepaald producttype van een bouwstof, grond of baggerspecie dat het recht geeft om de bouwstof, grond of baggerspecie als gecertificeerd product aan een ander af te geven of op de markt te brengen;

  • producttype: producten die dezelfde kenmerken en eigenschappen gemeenschappelijk hebben, waarmee zij zich onderscheiden van vergelijkbare producten, zoals benaming, productiewijze, herkomst, grondstoffen, samenstelling en toepassingsgebied;

  • standaardonderzoekspakket: geheel van alle stoffen die in een onderzoek ten behoeve van een milieuverklaring bodemkwaliteit voor een partij grond of baggerspecie altijd moeten worden onderzocht, zoals opgenomen in bijlage J;

  • toepassingslocatie: bodemlocatie waar een partij grond of baggerspecie wordt toegepast;

  • verdelingsvrije toets: methode ter bepaling van de keuringsfrequentie als bedoeld in bijlage H;

  • verificatiekeuring: keuring die volgens artikel 4.29, eerste lid, of artikel 5.53, eerste lid, moet worden uitgevoerd om gebruik te mogen blijven maken van het recht om voor partijen van een bouwstof, onderscheidenlijk partijen grond of baggerspecie, een erkende kwaliteitsverklaring af te geven;

  • voormalige mijnbouwgebieden: bij ministeriële regeling op grond van artikel 3.48r, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving aangewezen herkomstgebieden en toepassingsgebieden van mijnsteen en vermengde mijnsteen in de provincie Limburg;

  • vormgegeven bouwstof: bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm3, die onder normale omstandigheden een duurzame vormvastheid heeft;

  • waterbeheerder: Minister van Infrastructuur en Waterstaat, voor oppervlaktewaterlichamen, of onderdelen daarvan, waarvoor het waterkwaliteitsbeheer bij het Rijk berust, dan wel het algemeen bestuur van het waterschap, voor oppervlaktewaterlichamen, of onderdelen daarvan, waarvoor het waterkwaliteitsbeheer bij dat waterschap berust;

  • zoet oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een zout oppervlaktewaterlichaam;

  • zout oppervlaktewaterlichaam: Zeeuwse Delta, Waddenzee of Noordzee, met inbegrip van de havens die hiermee in open verbinding staan en die geen open verbinding hebben met hun achterland, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III bij de Omgevingsregeling.

2.

Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:

  • specifieke kwaliteit van een partij baggerspecie: hierna vermelde kwaliteit van een partij baggerspecie die is vereist voor de daarachter vermelde specifieke toepassing van de partij volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving:

    1. ‘emissiearme baggerspecie’ voor het grootschalig toepassen van baggerspecie op of in de landbodem of in een oppervlaktewaterlichaam;

    2. ‘voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie’ voor het verspreiden van baggerspecie op de landbodem;

    3. ‘voor verspreiden in zoet oppervlaktewater geschikte baggerspecie’ voor het verspreiden van baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam;

    4. ‘voor verspreiden in zout oppervlaktewater geschikte baggerspecie’ voor het verspreiden van baggerspecie in een zout oppervlaktewaterlichaam;

    5. ‘voor toepassen in een diepe plas geschikte baggerspecie’ voor het toepassen van baggerspecie in een diepe plas; en

    6. ‘voor toepassen als afdeklaag in een diepe plas geschikte baggerspecie’ voor het toepassen van baggerspecie als afdeklaag in een diepe plas;

  • specifieke kwaliteit van een partij grond: hierna vermelde kwaliteit van een partij grond die is vereist voor de daarachter vermelde specifieke toepassing van de partij volgens paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving:

    1. ‘emissiearme grond’ voor het grootschalig toepassen van grond op of in de landbodem of in een oppervlaktewaterlichaam;

    2. ‘voor toepassen in een diepe plas geschikte grond’ voor het toepassen van grond in een diepe plas;

    3. ‘voor toepassen als afdeklaag in een diepe plas geschikte grond’ voor het toepassen van grond als afdeklaag in een diepe plas; en

    4. ‘tarragrond’ voor het toepassen van tarragrond op de landbodem;

  • specifieke toepassing van een partij baggerspecie: toepassing van een partij baggerspecie op een wijze die is aangeven in de omschrijving van het begrip ‘specifieke kwaliteit van een partij baggerspecie’;

  • specifieke toepassing van een partij grond: toepassing van een partij grond op een wijze die is aangeven in de omschrijving van het begrip ‘specifieke kwaliteit van een partij grond’.

Artikel 1.2. (verantwoordelijkheden van de normadressaten)

1.

De persoon die op grond van deze regeling met betrekking tot bouwstoffen, grond of baggerspecie een rapport uitbrengt of een milieuverklaring bodemkwaliteit of afleverbon afgeeft, draagt, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, zorg voor de uitvoering van deze werkzaamheid volgens de bepalingen van deze regeling en met toepassing van de hierin aangewezen normdocumenten.

2.

De persoon die op grond van deze regeling met betrekking tot bouwstoffen, grond of baggerspecie een rapport uitbrengt of een milieuverklaring bodemkwaliteit of afleverbon afgeeft, draagt, voor zover dat redelijkerwijs kan worden gevergd, zorg voor de juistheid, volledigheid en actualiteit van de daarin opgenomen informatie die relevant is voor het toepassen van het materiaal volgens artikel 2.11 en de paragrafen 4.123 en 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

3.

De persoon die op grond van deze regeling met betrekking tot bouwstoffen, grond of baggerspecie op grond van deze regeling een rapport uitbrengt, draagt, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, zorg voor een toereikende onderbouwing en motivering van de daarin opgenomen conclusies.

4.

De persoon die op grond van deze regeling met betrekking tot bouwstoffen, grond of baggerspecie een rapport uitbrengt of een milieuverklaring bodemkwaliteit of afleverbon afgeeft, bewaart het rapport met de daaraan ten grondslag liggende documenten waarin een onderbouwing en motivering van de daarin opgenomen conclusies is gegeven, een kopie van de milieuverklaring bodemkwaliteit, onderscheidenlijk een kopie van de afleverbon, gedurende ten minste vijf jaar na het opstellen daarvan.

Artikel 1.3. (Uitgaven normdocumenten)

Hoofdstuk 2. Kwaliteit van de uitvoering

Artikel 2.1. (aanwijzing van werkzaamheden)

Artikel 2.2. (vereiste van een erkenning bodemkwaliteit)

Artikel 2.3. (certificatie, accreditatie)

Artikel 2.4. (persoonsregistratie)

Artikel 2.5. (aanwijzing website voor lijsten met erkende personen en instellingen)

Artikel 2.6. (werkzaamheden die in onafhankelijkheid moeten worden verricht)

Artikel 2.7. (aanvraagformulieren)

Hoofdstuk 3. Bepaling van het type materiaal

Afdeling 3.1. Bouwstoffen

Paragraaf 3.1.1. Bepaling of sprake is van een bouwstof

Artikel 3.1. (bepaling of sprake is van een bouwstof)
Artikel 3.2. (monsterneming en voorbehandeling)
Artikel 3.3. (monsterneming en voorbehandeling: elementen en proefstukken)
Artikel 3.4. (analyse)
Artikel 3.5. (rapportage)

Paragraaf 3.1.2. Bepaling of een bouwstof vormgegeven is

Artikel 3.6. (criteria voor vormgegeven bouwstoffen)
Artikel 3.7. (bepaling volume kleinste eenheid op basis van afmetingen)
Artikel 3.8. (bepaling volume kleinste eenheid op basis van zeefproef)
Artikel 3.9. (bepaling duurzame vormvastheid)
Artikel 3.10. (rapportage)

Paragraaf 3.3. Grond en baggerspecie

Artikel 3.11. (bepaling of sprake is van grond of baggerspecie)
Artikel 3.12. (rapportage)

Hoofdstuk 4. Het afgeven van een milieuverklaring bodemkwaliteit voor partijen bouwstoffen

Paragraaf 4.1. Verklaring op grond van een partijkeuring

Artikel 4.1. (toepassingsgebied)

Artikel 4.2. (omschrijving partijkeuring)

Artikel 4.3. (grootte van de partij)

Artikel 4.4. (monsterneming en voorbehandeling)

Artikel 4.5. (bepaling emissies)

Artikel 4.6. (bepaling emissies uit slecht doorlatende bouwstoffen)

Artikel 4.7. (bepaling samenstelling)

Artikel 4.8. (toetsing)

Artikel 4.9. (rapportage partijkeuring)

Artikel 4.10. (voorwaarden voor het afgeven van een verklaring op grond van een partijkeuring)

Artikel 4.11. (inhoud verklaring op grond van een partijkeuring)

Artikel 4.12. (samenvoeging van partijen)

Artikel 4.13. (splitsing van een partij)

Paragraaf 4.2. Erkende kwaliteitsverklaring

Artikel 4.14. (toepassingsgebied)

Artikel 4.15. (voorwaarden voor het afgeven van een erkende kwaliteitsverklaring)

Artikel 4.16. (vereisten voor het toelatingsonderzoek)

Artikel 4.17. (toelatingsonderzoek: productcontrole)

Artikel 4.18. (toelatingsonderzoek: beoordeling systeem van kwaliteitsbewaking)

Artikel 4.19. (toelatingsonderzoek: keuringsfrequentie voor in bijlage A vermelde stoffen)

Artikel 4.20. (toelatingsonderzoek: bijzondere bepalingsmethoden voor de keuringsfrequenties voor in bijlage A vermelde stoffen)

Artikel 4.21. (toelatingsonderzoek: keuringsfrequenties voor niet in bijlage A vermelde stoffen en andere parameters)

Artikel 4.22. (toelatingsonderzoek: rapportage)

Artikel 4.23. (aanvraag van een erkenning bodemkwaliteit voor het produceren van bouwstoffen)

Artikel 4.24. (recht op afgifte van een erkende kwaliteitsverklaring)

Artikel 4.25. (inhoud erkende kwaliteitsverklaring)

Artikel 4.26. (afleverbon)

Artikel 4.27. (splitsing van een partij)

Artikel 4.28. (bewaarplicht)

Artikel 4.29. (verificatiekeuring)

Artikel 4.30. (verificatiekeuring: bijzondere keuringsfrequenties)

Artikel 4.31. (verificatiekeuring: wisseling van keuringsfrequentie)

Artikel 4.32. (opschorting van recht op afgifte van een erkende kwaliteitsverklaring)

Paragraaf 4.3. Fabrikant-eigenverklaring

Artikel 4.33. (toepassingsgebied)

Artikel 4.34. (verplichting om toelatingsonderzoek te verrichten)

Artikel 4.35. (toelatingsonderzoek: productcontrole)

Artikel 4.36. (toelatingsonderzoek: eerdere productcontrole)

Artikel 4.37. (toelatingsonderzoek: beoordeling systeem van kwaliteitsbewaking)

Artikel 4.38. (toelatingsonderzoek: rapportage)

Artikel 4.39. (recht op afgifte van een fabrikant-eigenverklaring)

Artikel 4.40. (inhoud fabrikant-eigenverklaring)

Artikel 4.41. (afleverbon)

Artikel 4.42. (splitsing van een partij)

Artikel 4.43. (bewaarplicht)

Artikel 4.44. (verlenging)

Artikel 4.45. (tussentijdse wijzigingen)

Hoofdstuk 5. Het afgeven van een milieuverklaring bodemkwaliteit voor partijen grond en baggerspecie

Paragraaf 5.1. Verklaring op grond van een partijkeuring

Artikel 5.1. (toepassingsgebied)

Artikel 5.2. (omschrijving partijkeuring)

Artikel 5.3. (grootte van de partij)

Artikel 5.4. (uitvoering vooronderzoek)

Artikel 5.5. (rapportage vooronderzoek)

Artikel 5.6. (uitvoering onderzoek)

Artikel 5.7. (monsterneming en voorbehandeling)

Artikel 5.8. (bepaling samenstelling)

Artikel 5.9. (omrekening voor lutum en organische stof)

Artikel 5.10. (bepaling emissies)

Artikel 5.11. (indeling in een kwaliteitsklasse)

Artikel 5.12. (toetsing specifieke kwaliteit)

Artikel 5.13. (rapportage partijkeuring)

Artikel 5.14. (voorwaarden voor het afgeven van een verklaring op grond van een partijkeuring)

Artikel 5.15. (inhoud verklaring op grond van een partijkeuring)

Artikel 5.16. (splitsing van een partij)

Paragraaf 5.2. Verklaring op grond van een bodemonderzoek

Artikel 5.17. (toepassingsgebied)

Artikel 5.18. (omschrijving bodemonderzoek)

Artikel 5.19. (uitvoering vooronderzoek)

Artikel 5.20. (rapportage vooronderzoek)

Artikel 5.21. (uitvoering bodemonderzoek)

Artikel 5.22. (bepaling samenstelling)

Artikel 5.23. (omrekening voor lutum en organische stof)

Artikel 5.24. (bepaling emissies)

Artikel 5.25. (indeling van een partij grond of baggerspecie in een kwaliteitsklasse)

Artikel 5.26. (toetsing specifieke kwaliteit)

Artikel 5.27. (rapportage bodemonderzoek)

Artikel 5.28. (voorwaarden voor het afgeven van een verklaring op grond van een bodemonderzoek)

Artikel 5.29. (inhoud verklaring op grond van een bodemonderzoek)

Artikel 5.30. (Splitsing van een partij)

Paragraaf 5.3. Verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart

Artikel 5.31. (toepassingsgebied)

Artikel 5.32. (voorwaarden voor gebruik van de bodemkwaliteitskaart)

Artikel 5.33. (uitvoering vooronderzoek en aanvullend onderzoek)

Artikel 5.34. (rapportage vooronderzoek en aanvullend onderzoek)

Artikel 5.35. (voorwaarden voor het afgeven van een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart)

Artikel 5.36. (inhoud verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart)

Artikel 5.37. (splitsing van een partij)

Paragraaf 5.4. Erkende kwaliteitsverklaring

Artikel 5.38. (toepassingsgebied)

Artikel 5.39. (voorwaarden voor het afgeven van een erkende kwaliteitsverklaring)

Artikel 5.40. (vereisten voor toelatingsonderzoek)

Artikel 5.41. (toelatingsonderzoek: productcontrole)

Artikel 5.42. (toelatingsonderzoek: beoordeling systeem van kwaliteitsbewaking)

Artikel 5.43. (toelatingsonderzoek: keuringsfrequentie voor in bijlage B vermelde stoffen)

Artikel 5.44. (toelatingsonderzoek: bijzondere bepalingsmethoden voor de keuringsfrequenties voor in bijlage B vermelde stoffen en andere parameters)

Artikel 5.45. (toelatingsonderzoek: keuringsfrequenties voor niet in bijlage B vermelde stoffen en andere parameters)

Artikel 5.46. (rapportage toelatingsonderzoek)

Artikel 5.47. (aanvraag van een erkenning bodemkwaliteit voor het produceren van grond of baggerspecie)

Artikel 5.48. (recht op afgifte van een erkende kwaliteitsverklaring)

Artikel 5.49. (inhoud erkende kwaliteitsverklaring)

Artikel 5.50. (afleverbon)

Artikel 5.51. (splitsing van een partij)

Artikel 5.52. (bewaarplicht)

Artikel 5.53. (verificatiekeuring)

Artikel 5.54. (verificatiekeuring: bijzondere keuringsfrequenties)

Artikel 5.55. (verificatiekeuring: wisseling van keuringsfrequentie)

Artikel 5.56. (opschorting van het recht op afgifte van een erkende kwaliteitsverklaring)

Paragraaf 5.5. Fabrikant-eigenverklaring

Artikel 5.57. (toepassingsgebied)

Artikel 5.58. (verplichting om toelatingsonderzoek te verrichten)

Artikel 5.59. (toelatingsonderzoek: productcontrole)

Artikel 5.60. (toelatingsonderzoek: eerdere productcontrole)

Artikel 5.61. (toelatingsonderzoek: beoordeling systeem van kwaliteitsbewaking)

Artikel 5.62. (rapportage toelatingsonderzoek)

Artikel 5.63. (recht op afgifte van een fabrikant-eigenverklaring)

Artikel 5.64. (inhoud fabrikant-eigenverklaring)

Artikel 5.65. (afleverbon)

Artikel 5.66. (splitsing van een partij)

Artikel 5.67. (bewaarplicht)

Artikel 5.68. (verlenging)

Artikel 5.69. (tussentijdse wijzigingen)

Hoofdstuk 6. Het afgeven van een milieuverklaring bodemkwaliteit voor partijen mijnsteen en vermengde mijnsteen ten behoeve van toepassing in de voormalige mijnbouwgebieden

Artikel 6.1. (toepassingsgebied)

Artikel 6.2. (van overeenkomstige toepassing verklaring van paragraaf 5.1 )

Artikel 6.3. (van overeenkomstige toepassing verklaring van paragraaf 5.2 )

Artikel 6.4. (van overeenkomstige toepassing verklaring van paragraaf 5.4 )

Hoofdstuk 7. Het afgeven van een milieuverklaring bodemkwaliteit voor de ontvangende bodem

Paragraaf 7.1. Verklaring op grond van een bodemonderzoek

Artikel 7.1. (toepassingsgebied)

Artikel 7.2. (omschrijving bodemonderzoek)

Artikel 7.3. (uitvoering vooronderzoek)

Artikel 7.4. (rapportage vooronderzoek)

Artikel 7.5. (uitvoering bodemonderzoek)

Artikel 7.6. (bepaling samenstelling)

Artikel 7.7. (omrekening voor lutum en organische stof)

Artikel 7.8. (indeling van de bodemlocatie in een kwaliteitsklasse)

Artikel 7.9. (rapportage bodemonderzoek)

Artikel 7.10. (voorwaarden voor het afgeven van een verklaring op grond van een bodemonderzoek)

Artikel 7.11. (inhoud verklaring op grond van een bodemonderzoek)

Paragraaf 7.2. Verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart

Artikel 7.12. (toepassingsgebied)

Artikel 7.13. (voorwaarden waaraan de bodemkwaliteitskaart moet voldoen)

Artikel 7.14. (uitvoering vooronderzoek)

Artikel 7.15. (rapportage vooronderzoek)

Artikel 7.16. (voorwaarden voor het afgeven van een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart)

Artikel 7.17. (inhoud verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart)

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 8.1. (intrekking Regeling bodemkwaliteit )

Artikel 8.2. (inwerkingtreding)

Artikel 8.3. (citeertitel)

Bijlage A. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage B. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage C. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage D. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage E. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage F. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage G. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage H. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage I. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage J. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage K. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022

Bijlage L. bij de Regeling bodemkwaliteit 2022