Home

Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

Geldig vanaf 1 februari 2026
Geldig vanaf 1 februari 2026

Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

Besluit BWBW33099-20260201

Versies van huidig besluit

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-02-2026]

Algemeen

In de RWN wordt in sommige artikelen gesproken over ‘Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten’. In andere artikelen is dat vervangen door ‘Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba’. In beide gevallen wordt het Koninkrijk als geheel bedoeld. Dat geldt ook voor soortgelijke terminologie in deze Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

Artikel 1

Paragraaf 1. wettekst artikel 1

  1. In deze Rijkswet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. Onze Minister: Onze Minister van Justitie in zijn hoedanigheid van minister van het Koninkrijk;

    2. meerderjarige: hij die de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt of voordien in het huwelijk is getreden;

    3. moeder: de vrouw tot wie het kind, anders dan door adoptie, in de eerste graad in opgaande lijn in familierechtelijke betrekking staat;

    4. vader: de man tot wie het kind, anders dan door adoptie, in de eerste graad in opgaande lijn in familierechtelijke betrekking staat;

    5. vreemdeling: hij die de Nederlandse nationaliteit niet bezit;

    6. staatloze:

      1. voor zover het betreft toepassing in het Europese deel van Nederland: een persoon die als staatloos kan worden beschouwd op grond van artikel 4 of 5 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid;

      2. voor zover het betreft toepassing in de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd;

    7. toelating: instemming door het bevoegd gezag met het bestendig verblijf van de vreemdeling in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    8. hoofdverblijf: de plaats waar een persoon zijn feitelijke woonstede heeft.

  2. Behoudens voor de toepassing van artikel 15A, onder a, van deze rijkswet wordt mede verstaan onder:

    1. echtgenoot: de partner in een in Nederland geregistreerd partnerschap alsmede de partner in een buiten Nederland geregistreerd partnerschap dat op grond van de artikelen 61 en 62 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek wordt erkend, en

    2. huwelijk: het in Nederland geregistreerd partnerschap alsmede buiten Nederland geregistreerd partnerschap dat op grond van de artikelen 61 en 62 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek wordt erkend.

Verwijzingen

Met ingang van 1 april 2014 verkrijgt ook de vrouwelijke partner van de moeder uit wie het kind is geboren het juridische moederschap. Voor de RWN is de moeder die het kind geadopteerd heeft, niet gelijk gesteld aan de moeder (artikel 1:198 BW).

Overgangsrecht

Geen.

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 2.1. wettekst artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 2.2. algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 6. toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e

Paragraaf 6.1. wettekst artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 7. toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f

Paragraaf 7.1. wettekst artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f

Paragraaf 7.2. algemeen

Paragraaf 8. toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g

Paragraaf 8.2. algemeen

Paragraaf 8.3. toelating

Paragraaf 8.4. ex-geprivilegieerden

Paragraaf 8.5. toelating voor onbepaalde tijd

Paragraaf 8.6. toelating minderjarigen

Paragraaf 8.7. onafgebroken periode(n) van toelating/‘verblijfsgat’

Paragraaf 8.8. procedure afgifte bericht omtrent toelating

Paragraaf 8.8.1. algemeen
Paragraaf 8.8.2. gemeenschapsonderdanen en afgifte bericht omtrent toelating

Paragraaf 8.9. voordeel van de twijfel

Paragraaf 9. toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h

Paragraaf 9.1. wettekst artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h

Paragraaf 9.2. algemeen

Paragraaf 9.3. hoofdverblijf

Paragraaf 10. toelichting bij artikel 1, tweede lid

Paragraaf 10.1. wettekst artikel 1, tweede lid

Paragraaf 10.2. algemeen

Artikel 2

Paragraaf 1. wettekst artikel 2

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 2, eerste lid

Paragraaf 2.1. wettekst artikel 2, eerste lid

Paragraaf 2.2. algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 2, tweede lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 2, tweede lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 2, derde lid

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 2, derde lid

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 4.3. rechtshandelingen minderjarigen door tussenkomst van wettelijke vertegenwoordiger

Paragraaf 4.4. wettelijk vertegenwoordiger

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 2, vierde lid

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 2, vierde lid

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 5.3. zienswijzen bij kinderen

Paragraaf 5.3.1. zienswijze bij kinderen jonger dan 12 jaar
Paragraaf 5.3.2. zienswijze bij kinderen tussen de 12 en de 16 jaar
Paragraaf 5.3.3. instemming kinderen van 16 jaar en ouder

Paragraaf 6. toelichting bij artikel 2, vijfde lid

Paragraaf 6.1. wettekst artikel 2, vijfde lid

Paragraaf 6.2. algemeen

Artikel 3

Paragraaf 1. wettekst artikel 3

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 3, eerste lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 3, eerste lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 3, tweede lid

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 3, tweede lid

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 3, derde lid

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 3, derde lid

Paragraaf 5.2. algemeen

Artikel 4

Paragraaf 1. wettekst artikel 4

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 2.1. algemeen

Paragraaf 2.2. kind geboren vóór 1 januari 1985, Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003

Paragraaf 2.3. kind geboren op of ná 1 januari 1985, Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003

Paragraaf 2.4. kind geboren op of na 1 januari 1985, buitenlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003

Paragraaf 2.5. uitzondering: de vader is geen Nederlander (kind geboren op of na 1 januari 1985; vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003)

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 4, eerste lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 4, eerste lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 4, tweede lid

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 4, tweede lid

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 4, derde lid

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 4, derde lid

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 6. toelichting bij artikel 4, vierde lid

Paragraaf 6.1. wettekst artikel 4, vierde lid

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 7. toelichting bij artikel 4, vijfde lid

Paragraaf 7.1. wettekst artikel 4, vijfde lid

Paragraaf 7.2. algemeen

Paragraaf 8. toelichting bij artikel 4, zesde lid

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 4, zesde lid

Paragraaf 8.2. algemeen

Artikel 5

Paragraaf 1. wettekst artikel 5

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel 5a

Paragraaf 1. wettekst artikel 5a

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 5a, eerste lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 5a, eerste lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 5a, tweede lid

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 5a, tweede lid

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 4.3. bijlage bij artikel 5a RWN

Artikel 5b

Paragraaf 1. wettekst artikel 5b

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 5b, eerste lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 5b, eerste lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 3.3. kern artikel 5b, eerste lid RWN: ‘sterke adoptie’

Paragraaf 3.4. concrete voorwaarden voor de verkrijging van het Nederlanderschap als artikel 10:108 BW in het spel is, zijn

Paragraaf 3.5. uitleg beoordeling erkenning van rechtswege van buitenlandse adoptie ex artikel 10:108 BW.

Paragraaf 3.6. concrete voorwaarden voor de verkrijging van het Nederlanderschap als artikel 10:109 BW in het spel is

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 5b, tweede lid

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 5b, tweede lid

Paragraaf 4.2. kern artikel 5b, tweede lid RWN: ‘zwakke adoptie’

Paragraaf 4.3. concrete voorwaarden voor de verkrijging van het Nederlanderschap als artikel 10:111 BW in het spel is

Paragraaf 5. bijlage bij artikel 5b RWN

Artikel 5c

Paragraaf 1. wettekst artikel 5c

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel 6

Paragraaf 1. wettekst artikel 6

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 5.3. erkenning en wettiging van minderjarigen vóór 1 april 2003

Paragraaf 5.4. vereiste van opvoeding en verzorging door de Nederlandse man

Paragraaf 5.4.1. algemeen
Paragraaf 5.4.2. bewijslast opvoeding en verzorging
Paragraaf 5.4.3. bewijsmiddelen

Paragraaf 5.5. erkenning en wettiging vanaf 1 maart 2009

Paragraaf 5.6. naamskeuze voor/door de optant

Paragraaf 5.7. overgangsrecht

Paragraaf 6. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 6.3. gezamenlijk gezag

Paragraaf 6.3.1. gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:253t BW
Paragraaf 6.3.2. gezamenlijk gezag bij geboorte op grond van artikelen 1.253aa en 1:253sa BW

Paragraaf 7. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e

Paragraaf 7.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e

Paragraaf 7.2. algemeen

Paragraaf 8. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f

Paragraaf 8.2. algemeen

Paragraaf 8.3. oud-Nederlander of oud-Nederlands onderdaan-niet-Nederlander

Paragraaf 8.4. overgangsregeling

Paragraaf 9. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g

Paragraaf 9.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g

Paragraaf 9.2. algemeen

Paragraaf 10. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder h

Paragraaf 10.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder h

Paragraaf 10.2. algemeen

Paragraaf 11. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i

Paragraaf 11.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i

Paragraaf 11.2. algemeen

Paragraaf 11.3. geboorte vóór 1 januari 1985

Paragraaf 11.4. bezit Nederlandse nationaliteit moeder ten tijde van geboorte van kind

Paragraaf 11.5. gehuwde vrouwen

Paragraaf 11.5.1. gevolgen van het huwelijk voor de nationaliteit van de vrouw
Paragraaf 11.5.2. gehuwde vrouw: huwelijk in periode tot 1 maart 1964
Paragraaf 11.5.3. getrouwde vrouw: huwelijk in periode na 1 maart 1964

Paragraaf 11.6. geboorte uit een ongehuwde vrouw met een Nederlandse nationaliteit

Paragraaf 11.7. de vader is niet-Nederlander ten tijde van geboorte van kind

Paragraaf 11.8. voorbeelden: welke situaties vallen onder de optiemogelijkheid

Paragraaf 11.9. niet eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen door optie

Paragraaf 11.10. vereiste documenten

Paragraaf 11.11. de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 12 december 1892

Paragraaf 11.12. verkrijging van de Nederlandse nationaliteit onder de WNI 1892

Paragraaf 11.13. andere verliesgronden dan verbonden aan het sluiten van een huwelijk met een niet-Nederlander onder de WNI 1892

Paragraaf 12. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder j

Paragraaf 12.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder j

Paragraaf 12.2. algemeen

Paragraaf 12.3. verkrijging Nederlanderschap door adoptie onder de WNI

Paragraaf 12.4. adoptie vóór 1 januari 1985 binnen het Koninkrijk van een minderjarige

Paragraaf 12.5. bezit Nederlandse nationaliteit adoptiefmoeder ten tijde van onherroepelijk uitspraak

Paragraaf 12.6. niet eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen door optie

Paragraaf 12.7. vereiste documenten

Paragraaf 13. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k

Paragraaf 13.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k

Paragraaf 13.2. algemeen

Paragraaf 13.3. afstamming door geboorte

Paragraaf 13.4. eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder

Paragraaf 13.5. vereiste documenten

Paragraaf 14. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder l

Paragraaf 14.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder l

Paragraaf 14.2. algemeen

Paragraaf 14.3. erkenning kind jonger dan zeven jaar

Paragraaf 14.4. Eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder

Paragraaf 14.5. vereiste documenten

Paragraaf 15. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder m

Paragraaf 15.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder m

Paragraaf 15.2. algemeen

Paragraaf 15.2. afstamming door erkenning als minderjarige van zeven jaar of ouder

Paragraaf 15.3. bewijs biologisch vaderschap erkenner

Paragraaf 15.4. eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder

Paragraaf 15.5. vereiste documenten

Paragraaf 16. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder n

Paragraaf 16.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder n

Paragraaf 16.2. algemeen

Paragraaf 16.3. afstamming door gerechtelijke vaststelling ouderschap

Paragraaf 16.4. eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder

Paragraaf 16.5. vereiste documenten

Paragraaf 17.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder o

Paragraaf 17.2. algemeen

Paragraaf 17.3. afstamming door adoptie binnen het Koninkrijk van een minderjarige

Paragraaf 17.4. eerst verkrijging van het Nederlanderschap door optiegerechtigde ouder

Paragraaf 17.5. vereiste documenten

Paragraaf 18. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder p

Paragraaf 18.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder p

Paragraaf 18.2. algemeen

Paragraaf 18.3. toets aan unierechtelijk evenredigheidsbeginsel na van rechtswege verlies van het Unieburgerschap

Paragraaf 18.3.1. algemeen
Paragraaf 18.3.2. rechten Unieburgerschap
Paragraaf 18.3.3. personele en territoriale werkingssfeer
Paragraaf 18.3.4. peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets
Paragraaf 18.3.5. mee te wegen rechten en factoren
Paragraaf 18.3.5.1. algemeen
Paragraaf 18.3.5.2. beroep op schending van het familie- of gezinsleven en het belang van het kind
Paragraaf 18.3.6. wettelijke doelstelling: enkelvoudige nationaliteit

Paragraaf 18.4. procedure voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel

Paragraaf 18.4.1. exclusieve procedure
Paragraaf 18.4.2. bewijslast
Paragraaf 18.4.3. soorten bewijsmiddelen
Paragraaf 18.4.4. benodigde informatie van de bevoegde instantie ten behoeve van de evenredigheidstoets
Paragraaf 18.4.5. bezwaar: bij nova eventueel nieuw advies IND

Paragraaf 19. toelichting bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q

Paragraaf 19.1. wettekst artikel 6, eerste lid, aanhef en onder q

Paragraaf 19.2. algemeen

Paragraaf 19.3. stabiel hoofdverblijf

Paragraaf 19.4. het in redelijkheid niet kunnen verkrijgen van andere nationaliteit

Paragraaf 19.5. peilmoment stabiel hoofdverblijf

Paragraaf 19.6. bewijslast

Paragraaf 19.7. bezwaar: bij nova eventueel nieuw advies IND

Paragraaf 20. toelichting bij artikel 6, tweede lid

Paragraaf 20.1. wettekst artikel 6, tweede lid

Paragraaf 20.2. algemeen

Paragraaf 20.3. optanten die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen

Paragraaf 20.4. ondertekenen bereidverklaring (model 1.36)

Paragraaf 20.5. afleggen verklaring van verbondenheid (zie ook de toelichting bij artikel 6, derde lid, paragraaf 21.3.12.4, HRWN)

Paragraaf 20.6. niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid (artikel 60a, derde lid, BVVN en de toelichting bij artikel 6, derde lid, paragraaf 21.3.12.4, HRWN)

Paragraaf 21. toelichting bij artikel 6, derde lid

Paragraaf 21.1. wettekst artikel 6, derde lid

Paragraaf 21.2. algemeen

Paragraaf 21.3. procedure

Paragraaf 21.3.1. Informatieverstrekking
Paragraaf 21.3.2. afleggen van de optieverklaring
Paragraaf 21.3.2.1. vormvereisten: afleggen in persoon
Paragraaf 21.3.2.1.1. meerderjarige optant
Paragraaf 21.3.2.1.2. minderjarige optant
Paragraaf 21.3.2.1.3. kinderen van de optant
Paragraaf 21.3.2.1.4. wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder
Paragraaf 21.3.2.1.5. gemachtigde
Paragraaf 21.3.2.2. uitsluitend schriftelijk optieverklaring afleggen
Paragraaf 21.3.2.3. te verstrekken gegevens
Paragraaf 21.3.2.4. af te leggen verklaringen
Paragraaf 21.3.2.4.1. bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 1.36)
Paragraaf 21.3.2.4.2. waarheidsverklaring
Paragraaf 21.3.2.4.3. verklaring verblijf en gedrag
Paragraaf 21.3.2.4.4. bereidheidsverklaring afstand
Paragraaf 21.3.2.5. over te leggen documenten
Paragraaf 21.3.2.5.1. algemeen
Paragraaf 21.3.2.5.2. buitenlands reisdocument/aantonen bezit vreemde nationaliteit
Paragraaf 21.3.2.5.3. buitenlandse akten van de burgerlijke stand
Paragraaf 21.3.2.5.4. in het verleden overgelegde buitenlandse akten
Paragraaf 21.3.2.5.5. verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
Paragraaf 21.3.2.5.6. bewijsnood of inwilliging met toepassing van art. 4:84 Awb: geldig buitenlands reisdocument (paspoort) en of geboorteakte
Paragraaf 21.3.3. inontvangstneming optieverklaring
Paragraaf 21.3.3.1. bevoegdheid burgemeester
Paragraaf 21.3.3.2. ontvangstbevestiging
Paragraaf 21.3.3.3. beoordeling verschuldigdheid optiegelden
Paragraaf 21.3.3.4. beoordeling volledigheid optieverklaring/inverzuimstelling
Paragraaf 21.3.4. voorbereiding van de beslissing
Paragraaf 21.3.4.1. toetsing juistheid verstrekte gegevens
Paragraaf 21.3.4.2. beoordeling of aan de (overige) voorwaarden wordt voldaan
Paragraaf 21.3.4.2.1. bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij optieverklaringen afgelegd op of ná 1 maart 2009)
Paragraaf 21.3.4.2.2. verblijfsrechtelijke status optant
Paragraaf 21.3.4.2.3. geen gevaar voor de openbare orde, etc.
Paragraaf 21.3.4.2.4. naamsvaststelling en naamskeuze bij optie
Paragraaf 21.3.4.2.5. onderzoek naar zienswijze kind/wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
Paragraaf 21.3.4.2.6. adviesprocedure bij optieverklaring op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder p, RWN
Paragraaf 21.3.5. bevestiging
Paragraaf 21.3.6. administratieve verwerking van de bevestiging
Paragraaf 21.3.6.1. algemeen
Paragraaf 21.3.6.2. administratieve handeling na de afstandsprocedure (zie artikel 30c BVVN)
Paragraaf 21.3.7. archivering
Paragraaf 21.3.8. weigering bevestiging
Paragraaf 21.3.8.1. weigering bevestiging verklaring van de optant
Paragraaf 21.3.8.2. bevestiging ten aanzien van de ouder/weigering bevestiging medeverkrijging
Paragraaf 21.3.9. bezwaar
Paragraaf 21.3.9.1. de burgemeester beslist
Paragraaf 21.3.9.2. afhandeling van de beslissing
Paragraaf 21.3.9.2.1. bezwaarschrift gegrond
Paragraaf 21.3.9.2.2. bezwaarschrift tegen weigering medeverkrijging Nederlanderschap door kind gegrond
Paragraaf 21.3.9.3. bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond
Paragraaf 21.3.10. (hoger) beroep
Paragraaf 21.3.11. verhuizing van de optant tijdens de procedure
Paragraaf 21.3.12. naturalisatieceremonie
Paragraaf 21.3.12.1. algemeen
Paragraaf 21.3.12.2. de oproeping
Paragraaf 21.3.12.3. de uitreiking/naturalisatieceremonie
Paragraaf 21.3.12.4. afleggen verklaring van verbondenheid
Paragraaf 21.3.12.5. zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
Paragraaf 21.3.12.5.1. zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
Paragraaf 21.3.12.5.2. mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
Paragraaf 21.3.12.6. procedurele aspecten na uitreiking

Paragraaf 22. toelichting bij artikel 6, vierde lid

Paragraaf 22.1. wettekst artikel 6, vierde lid

Paragraaf 22.2. algemeen

Paragraaf 22.2.1. algemeen
Paragraaf 22.2.2. weigering optiebevestiging wegens strafrechtelijk(e) delict(en)
Paragraaf 22.2.3. weigering van de optiebevestiging wegens meervoudige huwelijken
Paragraaf 22.2.4. bijlage 1

Paragraaf 23. toelichting bij artikel 6, vijfde lid

Paragraaf 23.1. wettekst artikel 6, vijfde lid

Paragraaf 23.2. algemeen

Paragraaf 24. toelichting bij artikel 6, zesde lid

Paragraaf 24.1. wettekst artikel 6, zesde lid

Paragraaf 24.2. algemeen

Paragraaf 25. toelichting bij artikel 6, zevende lid

Paragraaf 25.1. wettekst artikel 6, zevende lid

Paragraaf 25.2. algemeen

Paragraaf 26. toelichting bij artikel 6, achtste lid

Paragraaf 26.1. wettekst artikel 6, achtste lid

Paragraaf 26.2. algemeen

Paragraaf 27. toelichting bij artikel 6, negende lid

Paragraaf 27.1. wettekst artikel 6, negende lid

Paragraaf 27.2. algemeen

Artikel 6a

Paragraaf 1. wettekst artikel 6a

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 6a, eerste lid

Paragraaf 2.1. wettekst artikel 6a, eerste lid

Paragraaf 2.2. algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 6. toelichting bij artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.1. wettekst artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 7. toelichting bij artikel 6a, derde lid

Paragraaf 7.1. wettekst artikel 6a, derde lid

Paragraaf 7.2. algemeen

Paragraaf 8. toelichting bij artikel 6a, vierde lid

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 6a, vierde lid

Paragraaf 8.2. algemeen

Paragraaf 9. toelichting bij artikel 6a, vijfde lid

Paragraaf 9.1. wettekst artikel 6a, vijfde lid

Paragraaf 9.2. algemeen

Paragraaf 10. toelichting bij artikel 6a, zesde lid

Paragraaf 10.1. wettekst artikel 6a, zesde lid

Paragraaf 10.2. algemeen

Artikel 7

Paragraaf 1. wettekst artikel 7

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 7

Paragraaf 2.1. algemeen

Paragraaf 2.2. nadere regelgeving in het BVVN

Paragraaf 2.3. procedure naturalisatie

Paragraaf 2.3.1. voorlichtingsfase
Paragraaf 2.3.2. indiening verzoek om naturalisatie
Paragraaf 2.3.2.1. meerderjarige verzoeker
Paragraaf 2.3.2.2. zelfstandig verzoek van minderjarigen (artikelen 10 en 11, vierde lid, RWN)
Paragraaf 2.3.2.3. medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)
Paragraaf 2.3.2.4. wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
Paragraaf 2.3.2.5. gemachtigde
Paragraaf 2.3.2.6. uitsluitend schriftelijk verzoek
Paragraaf 2.3.3. te verstrekken gegevens
Paragraaf 2.3.4. af te leggen verklaringen
Paragraaf 2.3.4.1. bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 2.30)
Paragraaf 2.3.4.2. waarheidsverklaring
Paragraaf 2.3.4.3. verklaring verblijf en gedrag
Paragraaf 2.3.4.4. bereidheidsverklaring afstand
Paragraaf 2.3.5. over te leggen documenten
Paragraaf 2.3.5.1. algemeen
Paragraaf 2.3.5.2. buitenlands reisdocument/aantonen bezit vreemde nationaliteit
Paragraaf 2.3.5.3. buitenlandse akten van de burgerlijke stand
Paragraaf 2.3.5.4. in het verleden overgelegde buitenlandse akten
Paragraaf 2.3.5.5. verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten
Paragraaf 2.3.5.6. bewijsnood of inwilliging met toepassing van art. 4:84 Awb: geldig buitenlands reisdocument (paspoort) en of geboorteakte
Paragraaf 2.3.6. inontvangstneming verzoek / bevoegdheid burgemeester
Paragraaf 2.3.7. beoordeling volledigheid van het verzoek
Paragraaf 2.3.7.1. beoordeling bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij verzoeken om naturalisatie ingediend op of ná 1 maart 2009)
Paragraaf 2.3.7.2. beoordeling verschuldigdheid naturalisatiegelden
Paragraaf 2.3.7.3. beoordeling verplichting afleggen naturalisatietoets
Paragraaf 2.3.7.4. buitenbehandelingstelling
Paragraaf 2.3.8. voorbereiding advies
Paragraaf 2.3.8.1. onderzoek juistheid verstrekte persoonsgegevens
Paragraaf 2.3.8.2. toetsing voorwaarden (mede)naturalisatie/naamsvaststelling en naamswijziging
Paragraaf 2.3.8.3. verhuizing tijdens de adviesfase
Paragraaf 2.3.9. uitbrengen advies
Paragraaf 2.3.10. beslissing op het verzoek
Paragraaf 2.3.11. bezwaar
Paragraaf 2.3.12. (hoger) beroep
Paragraaf 2.3.13. naturalisatieceremonie
Paragraaf 2.3.13.1. algemeen
Paragraaf 2.3.13.2. de oproeping
Paragraaf 2.3.13.3. de uitreiking/naturalisatieceremonie
Paragraaf 2.3.13.4. afleggen verklaring van verbondenheid
Paragraaf 2.3.13.5. zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid
Paragraaf 2.3.13.5.1. zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen
Paragraaf 2.3.13.5.2. mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen
Paragraaf 2.3.13.6. procedurele aspecten na uitreiking
Paragraaf 2.3.13.7. bijlage tabel oproepen en uitreiken

Artikel 8

Paragraaf 1. wettekst artikel 8

Paragraaf 2. Toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bijartikel 8, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bijartikel 8, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 4.3. verblijfsvergunningen en verblijfsdocumenten

Paragraaf 4.3.1. verblijfsvergunningen en verblijfsdocumenten op grond van Vw 2000
Paragraaf 4.3.2. overig verblijfsrecht

Paragraaf 4.4. (geen) bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd

Paragraaf 4.4.1. algemeen
Paragraaf 4.4.2. beoordelingsmoment
Paragraaf 4.4.3. reden tot intrekking/niet-verlenging van het verblijfsrecht
Paragraaf 4.4.4. aanspraken op een ander (sterker) verblijfsrecht; geen fictietoets
Paragraaf 4.4.5. vreemdelingen die verblijfsrecht aan het Unierecht ontlenen of die verblijfsrecht ontlenen aan het Terugtrekkingsakkoord tussen VK en EU.
Paragraaf 4.4.5.1. inleiding
Paragraaf 4.4.5.2. Algemeen
Paragraaf 4.4.5.3. vreemdelingen die verblijfsrecht aan Richtlijn 2004/38/EG ontlenen, aan het VWEU of aan Verordening 492/2011
Paragraaf 4.4.5.4. Britten met verblijfsrecht onder het Terugtrekkingsakkoord
Paragraaf 4.4.6. diplomaten en andere geprivilegieerden
Paragraaf 4.4.6.1. algemeen
Paragraaf 4.4.6.2. niet duurzaam verblijvend personeel
Paragraaf 4.4.6.3. duurzaam verblijvend personeel
Paragraaf 4.4.7. Molukkers
Paragraaf 4.4.8. buiten het Koninkrijk ingediende verzoeken
Paragraaf 4.4.9. medeverlening aan minderjarigen met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (vva-bep)

Paragraaf 4.5. bijlage 1

Paragraaf 4.6. bijlage 2

Paragraaf 4.7. bijlage 3

Paragraaf 4.8. bijlage 7

Paragraaf 5. toelichting bijartikel 8, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 6. toelichting bijartikel 8, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.1. wettekst artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 6.2.1. inleiding
Paragraaf 6.2.2. historie
Paragraaf 6.2.3. het inburgeringsexamen
Paragraaf 6.2.4. inburgeringsplichtigen en niet-inburgeringsplichtigen

Paragraaf 6.3. procedure

Paragraaf 6.3.1. algemeen
Paragraaf 6.3.1.1. inleiding
Paragraaf 6.3.1.2. de voorlichtingsfase
Paragraaf 6.3.1.3. de aanvraagfase
Paragraaf 6.3.2. vrijstelling van de naturalisatietoets (het inburgeringsexamen)
Paragraaf 6.3.2.1. inleiding
Paragraaf 6.3.2.2. volledige vrijstelling van de naturalisatietoets
Paragraaf 6.3.2.3. gedeeltelijke vrijstelling
Paragraaf 6.3.3. ontheffing van het inburgeringsexamen
Paragraaf 6.3.3.1. inleiding
Paragraaf 6.3.3.2. psychische of lichamelijke belemmering
Paragraaf 6.3.3.3. ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen
Paragraaf 6.3.3.4. toetscriteria aantoonbaar geleverde inspanningen
Paragraaf 6.3.3.5. procedure advies ontheffing aantoonbaar geleverde inspanningen
Paragraaf 6.3.4. opneming in de Nederlandse samenleving
Paragraaf 6.3.4.1. inleiding
Paragraaf 6.3.4.2. polygamie
Paragraaf 6.3.4.3. beoordeling buitenlandse verstotingsakten
Paragraaf 6.3.4.4. weigering tot opneming in de Nederlandse samenleving

Paragraaf 7. toelichting bijartikel 8, eerste lid, aanhef en onder e

Paragraaf 7.1. wettekst artikel 8, eerste lid, aanhef en onder e

Paragraaf 7.2. algemeen

Paragraaf 7.3. verzoekers die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN, paragraaf 2.3.4.1, HRWN Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)

Paragraaf 7.4. ondertekenen bereidverklaring (model 2.30) (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN, paragraaf 2.3.4.1, HRWN Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)

Paragraaf 7.5. Afleggen verklaring van verbondenheid

Paragraaf 7.6. uitzonderingen (zie ook artikel 7, paragraaf 2.3.13.5.2, HRWN Uitzondering (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid

Paragraaf 7.7. niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid (zie tevens artikel 60b, derde lid, BVVN en de toelichting bij artikel 7, paragraaf 2.3.13.4 Afleggen verklaring van verbondenheid)

Paragraaf 8. toelichting bijartikel 8, tweede lid

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 8, tweede lid

Paragraaf 8.2. algemeen

Paragraaf 8.2.1. algemeen
Paragraaf 8.2.2. oud-Nederlanders en voormalig Nederlands onderdanen-niet-Nederlander
Paragraaf 8.2.3. drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

Paragraaf 9. toelichting bijartikel 8, derde lid

Paragraaf 9.1. wettekst artikel 8, derde lid

Paragraaf 9.2. Algemeen

Paragraaf 10. toelichting bijartikel 8, vierde lid

Paragraaf 10.1. wettekst artikel 8, vierde lid

Paragraaf 10.2. algemeen

Paragraaf 10.3. geprivilegieerden

Paragraaf 10.4. staatloosheid

Paragraaf 11. toelichting bijartikel 8, vijfde lid

Paragraaf 11.1. wettekst artikel 8, vijfde lid

Paragraaf 11.2. algemeen

Paragraaf 12. toelichting bijartikel 8, zesde lid

Paragraaf 12.1. wettekst artikel 8, zesde lid

Paragraaf 12.2. algemeen

Artikel 9

Paragraaf 1. wettekst artikel 9

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN

Paragraaf 3.2. samenvatting openbare-ordebeleid

Paragraaf 3.3. afwijzing indien ten aanzien van de verzoeker is geconcludeerd dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is

Paragraaf 3.4. afwijzing als de verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet 2000 kan worden ingetrokken

Paragraaf 3.5. afwijzing als er serieuze verdenkingen bestaan dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd waarop nog een sanctie kan volgen

Paragraaf 3.6. afwijzing als in de periode van vijf jaar direct voorafgaande aan het verzoek om naturalisatie of optieverklaring (of de beslissing daarop) een sanctie ter zake van een misdrijf is opgelegd of ten uitvoer gelegd

Paragraaf 3.6.1. algemeen
Paragraaf 3.6.2. misdrijven
Paragraaf 3.6.3. transacties en strafbeschikkingen
Paragraaf 3.6.4. cumulatie van sancties
Paragraaf 3.6.5. voeging
Paragraaf 3.6.6. taakstraffen
Paragraaf 3.6.7. buitenlandse feiten
Paragraaf 3.6.8. jeugdigen
Paragraaf 3.6.9. vijfjaartermijn
Paragraaf 3.6.10. geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straffen
Paragraaf 3.6.11. sepots en voorwaardelijke sepots
Paragraaf 3.6.12. schadevergoeding
Paragraaf 3.6.13. gratie

Paragraaf 3.7. afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden

Paragraaf 3.8. afwijzing als ernstige vermoedens bestaan dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de veiligheid van het Koninkrijk

Paragraaf 3.9. procedure bij naturalisatie

Paragraaf 3.9.1. algemeen
Paragraaf 3.9.2. verklaring verblijf en gedrag
Paragraaf 3.9.3. gegevens van de Justitiële documentatiedienst
Paragraaf 3.9.4. bericht van de Korpschef

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 4.3. hoofdregel: afstand van de oorspronkelijke nationaliteit

Paragraaf 4.4. uitzonderingscategorieën

Paragraaf 4.4.1. algemeen
Paragraaf 4.4.2. verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat, wier wetgeving bepaalt dat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit leidt tot het verlies van die nationaliteit. Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen
Paragraaf 4.4.3. verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat wier wetgeving of rechtspraktijk geen afstand van nationaliteit toestaat Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen
Paragraaf 4.4.4. volgens de nationaliteitswetgeving van veel Staten geldt dat eerst dan afstand van de nationaliteit kan worden gedaan nadat een andere nationaliteit is verkregen (bijvoorbeeld ter voorkoming van staatloosheid)
Paragraaf 4.4.4.1. algemeen
Paragraaf 4.4.4.2. verzoeker zal – naar hij aantoont – voor het doen van afstand een bedrag aan leges moeten betalen van zodanige hoogte dat hij daardoor een substantieel financieel nadeel zal lijden
Paragraaf 4.4.4.2.1. algemeen
Paragraaf 4.4.4.2.2. minimum en maximum financieel nadeel
Paragraaf 4.4.4.2.3. vaststelling van het inkomen en vermogen
Paragraaf 4.4.4.2.4. niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)
Paragraaf 4.4.4.2.5. zelfstandigen
Paragraaf 4.4.4.3. de verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden
Paragraaf 4.4.4.3.1. algemeen
Paragraaf 4.4.4.3.2. minimum en maximum financieel nadeel
Paragraaf 4.4.4.3.3. vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen
Paragraaf 4.4.4.3.4. substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)
Paragraaf 4.4.5. de verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit
Paragraaf 4.4.6. voor de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij zich wendt tot de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, geldt de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet
Paragraaf 4.4.7. de verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit
Paragraaf 4.4.8. een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend
Paragraaf 4.4.9. meerderjarige verzoeker die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht
Paragraaf 4.4.10. verzoeker die meerderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht

Paragraaf 4.5. bewijsstukken

Paragraaf 4.6. procedure afstandsverplichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN

Paragraaf 4.6.1. de verzoeker valt onder uitzonderingscategorie van paragraaf 4.4.2, 4.4.3 of 4.4.8
Paragraaf 4.6.2. de verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie van paragraaf 4.4.2, 4.4.3 of 4.4.8 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen van paragraaf 4.4.4 tot en met 4.4.7.
Paragraaf 4.6.3. de betrokkene is wél bereid afstand te doen

Paragraaf 4.7. overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 6. toelichting bij artikel 9, tweede lid

Paragraaf 6.1. wettekst

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 7. toelichting bij artikel 9, derde lid

Paragraaf 7.1. wettekst artikel 9, derde lid

Paragraaf 7.2. algemeen

Paragraaf 8. toelichting bij artikel 9, derde lid, aanhef en onder a

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 9, derde lid, aanhef en onder a

Paragraaf 8.2. algemeen

Paragraaf 9. toelichting bij artikel 9, derde lid, aanhef en onder b

Paragraaf 9.1. wettekst artikel 9, derde lid, aanhef en onder b

Paragraaf 9.2. algemeen

Paragraaf 10. toelichting bij artikel 9, derde lid, aanhef en onder c

Paragraaf 10.1. wettekst artikel 9, derde lid, aanhef en onder c

Paragraaf 10.2. algemeen

Paragraaf 11. toelichting bij artikel 9, derde lid, aanhef en onder d

Paragraaf 11.1. wettekst artikel 9, derde lid, aanhef en onder d

Paragraaf 11.2. algemeen

Paragraaf 12. toelichting bij artikel 9, vierde lid

Paragraaf 12.1. wettekst

Paragraaf 12.2. algemeen

Paragraaf 13. toelichting bij artikel 9, vijfde lid

Paragraaf 13.1. wettekst artikel 9, vijfde lid

Paragraaf 13.2. algemeen

Artikel 10

Paragraaf 1. wettekst artikel 10

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 7

Paragraaf 2.1. algemeen

Paragraaf 2.2. voorbeelden van bijzondere gevallen

Paragraaf 2.2.1. algemeen
Paragraaf 2.2.2. Nederlands belang (staatsbelang, economisch en cultureel)
Paragraaf 2.2.3. humanitaire redenen
Paragraaf 2.2.4. ambtelijk verzuim
Paragraaf 2.2.5. na-naturalisatie
Paragraaf 2.2.6. niet bijzondere gevallen

Paragraaf 2.3. topsporters

Paragraaf 2.3.1. algemeen
Paragraaf 2.3.2. advisering
Paragraaf 2.3.3. niveau van sportbeoefening
Paragraaf 2.3.4. blokkeringstermijnen
Paragraaf 2.3.5. advies VWS
Paragraaf 2.3.6. beslissing

Artikel 11

Paragraaf 1. wettekst artikel 11

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 11

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 11, eerste lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 11, eerste lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 11, tweede lid

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 11, tweede lid

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 11, derde lid

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 11, derde lid

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 6. toelichting bij artikel 11, vierde lid

Paragraaf 6.1. wettekst artikel 11, vierde lid

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 7. toelichting bij artikel 11, vijfde lid

Paragraaf 7.1. wettekst artikel 11, vijfde lid

Paragraaf 7.2. algemeen

Paragraaf 8. toelichting bij artikel 11, zesde lid

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 11, zesde lid

Paragraaf 8.2. algemeen

Paragraaf 9. toelichting bij artikel 11, zevende lid

Paragraaf 9.1. wettekst artikel 11, zevende lid

Paragraaf 9.2. algemeen

Paragraaf 10. toelichting bij artikel 11, achtste lid

Paragraaf 10.1. wettekst artikel 11, achtste lid

Paragraaf 10.2. algemeen

Artikel 12

Paragraaf 1. wettekst artikel 12

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 12

Paragraaf 2.1. algemeen

Paragraaf 2.2. geslachtsnaam gehuwde vrouwen

Paragraaf 2.3. geslachtsnaam minderjarige kinderen

Paragraaf 2.4. Nederlandse kinderen

Paragraaf 2.5. correctie van kennelijke misslagen in het koninklijk besluit

Paragraaf 2.6. weigering de geslachtsnaam te laten vaststellen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 12, eerste lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 12, eerste lid

Paragraaf 3.2. namenreeks of naamsketen

Paragraaf 3.3. de naam slechts bestaat uit één bestanddeel (zogenaamde roepnaam)

Paragraaf 3.4. de namen worden op uiteenlopende wijze gespeld in documenten van gelijke rangorde

Paragraaf 3.5. naamsvaststelling bij kinderen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 12, tweede lid

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 12, tweede lid

Paragraaf 4.2. overbrenging naar in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens

Paragraaf 4.3. naamswijziging

Paragraaf 4.4. wijziging van uitsluitend voornamen

Paragraaf 4.5. naamswijziging bij kinderen

Artikel 13

Paragraaf 1. wettekst artikel 13

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 13, eerste lid

Paragraaf 2.1. wettekst artikel 13, eerste lid

Paragraaf 2.2. algemeen

Paragraaf 2.3. optiegelden

Paragraaf 2.3.1. tarieven
Paragraaf 2.3.2. categoriale vrijstelling van optiegelden
Paragraaf 2.3.3. ontheffing van optiegelden
Paragraaf 2.3.4. in een enkel geval geen optiegelden verschuldigd

Paragraaf 2.4. naturalisatiegelden

Paragraaf 2.4.1. tarieven naturalisatiegelden
Paragraaf 2.4.2. tarieven D en E
Paragraaf 2.4.3. tarieven F en G
Paragraaf 2.4.4. tarief H
Paragraaf 2.4.5. categoriale vrijstelling van leges
Paragraaf 2.4.6. ontheffing van naturalisatiegelden

Paragraaf 2.5. betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden

Paragraaf 2.6. afdracht naturalisatiegelden

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 13, tweede lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 13, tweede lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Artikel 14

Paragraaf 1. wettekst artikel 14

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 14, eerste lid

Paragraaf 2.1. wettekst artikel 14, eerste lid

Paragraaf 2.2. intrekkingsmogelijkheid bij fraude beperkt tot 12 jaar na uitvaardigen koninklijk besluit

Paragraaf 2.3. algemeen

Paragraaf 2.3.1. valse verklaringen of bedrog
Paragraaf 2.3.2. gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie
Paragraaf 2.3.3. bijzondere omstandigheden
Paragraaf 2.3.4. naturalisatiebesluit van op of na 1 april 2003

Paragraaf 2.4. intrekking Nederlanderschap wegens valse verklaringen, bedrog of verzwijging van relevante feiten

Paragraaf 2.5. belangenafweging

Paragraaf 2.6. gevolgen voor kinderen

Paragraaf 2.7. evenredigheidstoets verlies Unieburgerschap

Paragraaf 2.7.1. algemeen
Paragraaf 2.7.2. rechten Unieburgerschap
Paragraaf 2.7.3. bewijslast
Paragraaf 2.7.4. individueel belang
Paragraaf 2.7.5. algemeen belang
Paragraaf 2.7.6. peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets
Paragraaf 2.7.7. weging belangen

Paragraaf 2.8. administratieve handelingen voorafgaand aan het intrekkingsbesluit

Paragraaf 2.9. procedure tot intrekking van het Nederlanderschap

Paragraaf 2.9.1. voornemenprocedure
Paragraaf 2.9.2. besluit tot intrekking van het Nederlanderschap
Paragraaf 2.9.3. vreemdelingrechtelijke gevolgen van intrekking van het Nederlanderschap

Paragraaf 2.10. administratieve handelingen na intrekking Nederlanderschap

Paragraaf 2.10.1. verzending, uitreiking en publicatie van het intrekkingsbesluit
Paragraaf 2.10.2. administratieve verwerking van het besluit tot intrekking door de ontvangende autoriteit
Paragraaf 2.10.3. gevolgen van de intrekking voor de namen van betrokkene

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 14, tweede lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 14, tweede lid

Paragraaf 3.2. algemene wettelijke uitgangspunten

Paragraaf 3.2.1. algemeen
Paragraaf 3.2.2. overgangsrecht
Paragraaf 3.2.3. intrekking geen terugwerkende kracht

Paragraaf 3.3. algemeen

Paragraaf 3.3.1. inleiding
Paragraaf 3.3.2. misdrijven bedoeld in het tweede lid
Paragraaf 3.3.2.1. algemeen
Paragraaf 3.3.2.2. misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a
Paragraaf 3.3.2.3. misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b
Paragraaf 3.3.2.3.1. artikel 83 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
Paragraaf 3.3.2.3.2. artikel 134a van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
Paragraaf 3.3.2.3.3. artikel 205 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
Paragraaf 3.3.2.4. misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c
Paragraaf 3.3.2.5. misdrijven bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder d
Paragraaf 3.3.3. in mindere mate een belangenafweging in het kader van artikel 14, tweede lid RWN
Paragraaf 3.3.4. het Nederlanderschap van het minderjarige kind van degene wiens Nederlanderschap wordt ingetrokken op grond van artikel 14, tweede lid RWN
Paragraaf 3.3.5. evenredigheidstoets Unieburgerschap
Paragraaf 3.3.5.1. algemeen
Paragraaf 3.3.5.2. rechten Unieburgerschap
Paragraaf 3.3.5.3. bewijslast
Paragraaf 3.3.5.4. individueel belang
Paragraaf 3.3.5.5. algemeen belang
Paragraaf 3.3.5.6. peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets
Paragraaf 3.3.5.7. weging belangen

Paragraaf 3.4. procedure tot intrekking van het Nederlanderschap en de afwikkeling

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 14, derde lid

Paragraaf 4.1. wettekstartikel 14, derde lid

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 4.3. intrekking wegens vreemde krijgsdienst

Paragraaf 4.3.1. algemeen
Paragraaf 4.3.2. belangenafweging
Paragraaf 4.3.3. evenredigheidstoets Unieburgerschap
Paragraaf 4.3.3.1. algemeen
Paragraaf 4.3.3.2. rechten Unieburgerschap
Paragraaf 4.3.3.3. bewijslast
Paragraaf 4.3.3.4. individueel belang
Paragraaf 4.3.3.5. algemeen belang
Paragraaf 4.3.3.6. peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets
Paragraaf 4.3.3.7. weging belangen

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 14, vierde lid

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 14, vierde lid

Paragraaf 5.2. algemene wettelijke uitgangspunten

Paragraaf 5.3. voorwaarden intrekking van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid

Paragraaf 5.3.1. belangenafweging
Paragraaf 5.3.2. evenredigheidstoets Unieburgerschap
Paragraaf 5.3.2.1. rechten Unieburgerschap
Paragraaf 5.3.2.2. bewijslast
Paragraaf 5.3.2.3. individueel belang
Paragraaf 5.3.2.4. algemeen belang
Paragraaf 5.3.2.5. peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets
Paragraaf 5.3.2.6. weging belangen

Paragraaf 5.4. procedure tot intrekking van het Nederlanderschap

Paragraaf 5.4.1. administratieve handelingen

Paragraaf 6. toelichting bij artikel 14, vijfde lid

Paragraaf 6.1. wettekstartikel 14, vijfde lid

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 7. toelichting bij artikel 14, zesde lid

Paragraaf 7.1. wettekst artikel 14, zesde lid

Paragraaf 7.2. algemeen

Paragraaf 7.3. overgangsrecht artikel 14, zesde lid

Paragraaf 8. toelichting bij artikel 14, zevende lid

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 14, zevende lid

Paragraaf 8.2. algemeen

Paragraaf 9. toelichting bij artikel 14, achtste lid

Paragraaf 9.1. wettekst artikel 14, achtste lid

Paragraaf 9.2. algemeen

Paragraaf 10. toelichting bij artikel 14, negende lid

Paragraaf 10.1. wettekst artikel 14, negende lid

Paragraaf 11. toelichting bij artikel 14, tiende lid

Paragraaf 11.1. wettekst artikel 14, tiende lid

Paragraaf 11.2. algemeen

Artikel 15

Paragraaf 1. wettekst artikel 15

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.2. vrijwillige verkrijging

Paragraaf 3.2.1. algemeen
Paragraaf 3.2.2. verlies Nederlanderschap wegens niet (tijdig) verwerpen van een (te) ontvangen vreemde nationaliteit
Paragraaf 3.2.3. ondanks vrijwillige verkrijging andere nationaliteit geen verlies Nederlanderschap
Paragraaf 3.2.4. een andere nationaliteit /statenopvolging
Paragraaf 3.2.5. statenopvolging bij de toepassing van artikel 15, lid 2 RWN

Paragraaf 3.3. rijkswet inperking gevolgen Brexit (terugtreden Verenigd Koninkrijk uit de EU)

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 4.3. tot inontvangstneming bevoegde autoriteit

Paragraaf 4.4. wijze van afleggen van de verklaring van afstand

Paragraaf 4.5. delen van kinderen in de afstand

Paragraaf 4.6. opmaken verklaring en ontvangstbevestiging

Paragraaf 4.7. berichtgeving aan andere autoriteiten

Paragraaf 4.8. verdere administratieve afhandeling

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 5.3. stuiting van de verliestermijn

Paragraaf 5.4. verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap

Paragraaf 5.5. onderbreking van het hoofdverblijf langer dan een jaar

Paragraaf 5.6. overgangsrecht

Paragraaf 6. toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.1. wettekst artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 6.3. intrekking van het Nederlanderschap

Paragraaf 6.4. evenredigheidstoets verlies Unieburgerschap

Paragraaf 6.4.1. algemeen
Paragraaf 6.4.2. rechten Unieburgerschap
Paragraaf 6.4.3. bewijslast
Paragraaf 6.4.4. individueel belang
Paragraaf 6.4.5. algemeen belang
Paragraaf 6.4.6. peilmoment unierechtelijke evenredigheidstoets
Paragraaf 6.4.7. weging belangen

Paragraaf 6.5. procedure tot intrekking van het Nederlanderschap

Paragraaf 6.6. gevolgen van de intrekking

Paragraaf 6.7. verzending, uitreiking en publicatie van het intrekkingsbesluit

Paragraaf 6.8. administratieve verwerking van het intrekkingsbesluit

Paragraaf 6.9. feitelijk afstand van de oorspronkelijke nationaliteit voor datum intrekkingsbesluit

Paragraaf 6.10. bezwaar tegen het intrekkingsbesluit

Paragraaf 6.11. afstand tijdens bezwaarprocedure maar na intrekking van het Nederlanderschap

Paragraaf 6.12. ontheffing van het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit na het koninklijk besluit

Paragraaf 7. toelichting bij artikel 15, aanhef en onder e

Paragraaf 7.1. wettekst artikel 15, aanhef en onder e

Paragraaf 7.2. algemeen

Paragraaf 8. toelichting bij artikel 15, tweede lid

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 15, tweede lid

Paragraaf 8.2. algemeen

Paragraaf 9. toelichting bij artikel 15, derde lid

Paragraaf 9.1. wettekst artikel 15, derde lid

Paragraaf 9.2. algemeen

Paragraaf 10. toelichting bij artikel 15, vierde lid

Paragraaf 10.1. wettekst artikel 15, vierde lid

Paragraaf 10.2. algemeen

Artikel 15a

Paragraaf 1. wettekst artikel 15a

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 15a, aanhef en sub a (Verdrag van Straatsburg)

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 15a, aanhef en sub a

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 15a, aanhef en onder b (Toescheidingsovereenkomst Nederland/Suriname)

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 15a, aanhef en onder b

Paragraaf 4.2. algemeen

Artikel 16

Paragraaf 1. wettekst artikel 16

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.1. wettekst

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 4.3. afleggen verklaring van afstan4

Paragraaf 4.3.1. algemeen
Paragraaf 4.3.2. minderjarigen tot 12 jaar
Paragraaf 4.3.3. minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar
Paragraaf 4.3.3.1. algemeen
Paragraaf 4.3.2.2. horen minderjarige over bedenkingen tegen het verlies van het Nederlanderschap
Paragraaf 4.3.2.3. horen ouder die geen wettelijk vertegenwoordiger is over bedenkingen tegen het verlies van het Nederlanderschap van de minderjarige tussen de 12 en 16 jaar
Paragraaf 4.3.2.4. mogelijke situaties ná het horen

Paragraaf 4.4. minderjarigen van 16 jaar en ouder

Paragraaf 4.5. geen verlies Nederlanderschap

Paragraaf 4.6. geen verlies Nederlanderschap omdat de procedure inzake bedenkingen tegen afstand nog niet is afgerond

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 6. toelichting bij artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.1. wettekst artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 7. toelichting bij artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e

Paragraaf 7.1. wettekst artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e

Paragraaf 7.2. algemeen

Paragraaf 8. toelichting bij artikel 16, tweede lid

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 16, tweede lid

Paragraaf 8.2. algemeen

Paragraaf 9. toelichting bij artikel 16, tweede lid, aanhef en onder a

Paragraaf 9.1. wettekst artikel 16, tweede lid, aanhef en onder a

Paragraaf 9.2. algemeen

Paragraaf 10. toelichting bij artikel 16, tweede lid, aanhef en onder b

Paragraaf 10.1. wettekst artikel 16, tweede lid, aanhef en onder b

Paragraaf 10.2. algemeen

Paragraaf 11. toelichting bij artikel 16, tweede lid, aanhef en onder c

Paragraaf 11.1. wettekst artikel 16, tweede lid, aanhef en onder c

Paragraaf 11.2. algemeen

Paragraaf 12. toelichting bij artikel 16, tweede lid, aanhef en onder d

Paragraaf 12.1. wettekst artikel 16, tweede lid, aanhef en onder d

Paragraaf 12.2. algemeen

Paragraaf 13. toelichting bij artikel 16, tweede lid, aanhef en onder e

Paragraaf 13.1. wettekst artikel 16, tweede lid, aanhef en onder e

Paragraaf 13.2. algemeen

Paragraaf 14. toelichting bij artikel 16, tweede lid, aanhef en onder f

Paragraaf 14.1. wettekst artikel 16, tweede lid, aanhef en onder f

Paragraaf 14.2. algemeen

Paragraaf 15. toelichting bij artikel 16, tweede lid, aanhef en onder g

Paragraaf 15.1. wettekst artikel 16, tweede lid, aanhef en onder g

Paragraaf 15.2. algemeen

Artikel 16a

Paragraaf 1. wettekst artikel 16a

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel 17

Paragraaf 1. wettekst artikel 17

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel 18

Paragraaf 1. wettekst artikel 18

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel 19

Paragraaf 1. wettekst artikel 19

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel 20

Paragraaf 1. wettekst artikel 20

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel 21

Paragraaf 1. wettekst artikel 21

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel 22

Paragraaf 1. wettekst artikel 22

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 22, eerste lid

Paragraaf 2.1. wettekst artikel 22, eerste lid

Paragraaf 2.2. algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 22, tweede lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 22, tweede lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Artikel 22a

Paragraaf 1. wettekst artikel 22a

Artikel 22b

Paragraaf 1. wettekst artikel 22b

Artikel 22c

Paragraaf 1. wettekst artikel 22c

Artikel 23

Paragraaf 1. wettekst artikel 23

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 23, eerste lid

Paragraaf 2.1. wettekst artikel 23, eerste lid

Paragraaf 2.2. algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 23, tweede lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 23, tweede lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 23, derde lid

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 23, derde lid

Paragraaf 4.2. algemeen

Artikel 24

Paragraaf 1. wettekst artikel 24

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel 25

Paragraaf 1. wettekst artikel 25

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel 26

Paragraaf 1. wettekst artikel 26

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 26, eerste lid

Paragraaf 3.1. wettekst 26, eerste lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 26, tweede lid

Paragraaf 5. toelichting bij artikel 26, derde lid

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 26, derde lid

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 5.3. procedure

Paragraaf 5.4. administratieve afhandeling

Paragraaf 5.5. voorbeelden

Artikel 27

Paragraaf 1. wettekst artikel 27

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 27, eerste lid

Paragraaf 3.1. wettekst artikel 27, eerste lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 27, tweede lid

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 27, tweede lid

Paragraaf 4.2. algemeen

Artikel 28

Paragraaf 1. wettekst artikel 28

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 28, eerste lid

Paragraaf 2.1. wettekst artikel 28, eerste lid

Paragraaf 2.2. algemeen

Paragraaf 2.2.1. inleiding
Paragraaf 2.2.2. terugwerkende kracht verkrijging Nederlanderschap
Paragraaf 2.2.3. kinderen
Paragraaf 2.2.4. procedure
Paragraaf 2.2.5. voorbeelden

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 28, tweede lid

Paragraaf 3.1. wettekst 28, tweede lid

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 4. toelichting bij artikel 28, derde lid

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 28, derde lid

Paragraaf 4.2. algemeen

Artikel 29

Paragraaf 1. wettekst artikel 29

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel II. RRWN

Paragraaf 1. wettekst artikel II RRWN

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel III. RRWN

Paragraaf 1. wettekst artikel III RRWN

Paragraaf 2. toelichting bij artikel 14, tweede lid, RWN

Paragraaf 3. toelichting bij artikel 16, tweede lid, onder a, b, c en d, RWN

Artikel IV. RRWN

Paragraaf 1. wettekst artikel IV RRWN

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel V. RRWN

Paragraaf 1. wettekst artikel V RRWN

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel V, eerste lid, RRWN

Paragraaf 4. toelichting bij artikel V, tweede lid, RRWN

Paragraaf 4.1. wettekst artikel V, tweede lid, RRWN

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 4.3. voorbeelden

Artikel VI. RRWN

Paragraaf 1. wettekst artikel VI RRWN

Paragraaf 2. toelichting algemeen

Artikel VII. RRWN

Paragraaf 1. wettekst artikel VII RRWN

Paragraaf 2. toelichting bij artikel VII, eerste lid, RRWN

Paragraaf 2.1. wettekst artikel VII, eerste lid, RRWN

Paragraaf 2.2. algemeen

Paragraaf 3. toelichting bij artikel VII, tweede lid, RRWN

Paragraaf 3.1. wettekst artikel VII, tweede lid, RRWN

Paragraaf 3.2. verzoeken ingediend vóór inwerkingtreding van de RRWN (1 april 2003)

Paragraaf 3.3. overgangsregeling voor verzoeken ingediend ná inwerkingtreding van de RRWN

Paragraaf 3.4. mede van toepassing op artikel 8, derde, vierde en vijfde lid

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

Bijlage 3. Modellen met betrekking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap