Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-07-2013, ECLI:NL:CBB:2013:107, AWB 09/1368

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-07-2013, ECLI:NL:CBB:2013:107, AWB 09/1368

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
17 juli 2013
Datum publicatie
12 september 2013
ECLI
ECLI:NL:CBB:2013:107
Zaaknummer
AWB 09/1368

Inhoudsindicatie

intrekking restitutie, bevoegdheid Productschap, art. 78 CDW, analysemethode, begrip "vlees en vet", plasmapoeder, drip, verjaring, Verordening 800/1999, Verordening 2988/95, vergissing van de bevoegde autoriteit, wettelijke rente

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 09/1368 17 juli 2013

7200

Uitspraak in de zaak van:

Zwanenberg Food Group B.V., te Almelo, appellante,

gemachtigden: mr. N.J. Helder en mr. G. Danilović, beiden advocaat te Amsterdam,

tegen

het Productschap Vee en Vlees, verweerder,

gemachtigden: mr. B.M.J. Kloppenburg en M.H. Makkinje, beiden werkzaam bij verweerder.

1 De procedure

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 30 september 2009, kenmerk JZ/bk/jk/09.00102977.

Bij dit besluit heeft verweerder beslist op de bezwaren van appellante gericht tegen een besluit van 15 september 2003, kenmerk uitvoer/mmakkin 010880 (hierna: het terugvorderingsbesluit, nadien door verweerder aangeduid met zaaknummer Vm‐03/081). Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder aan appellante toegekende restitutie voor de uitvoer van vleesconserven ingetrokken en teruggevorderd.

Verweerder heeft verweer gevoerd.

Op 30 maart 2011 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij de gemachtigden van partijen zijn verschenen. Nadien is het onderzoek heropend. Aan partijen is bij griffiersbrief gevraagd hun standpunten te kennen te geven over bij het College gerezen vragen. Partijen hebben hierop schriftelijk gereageerd.

Op 29 juni 2012 heeft een tweede zitting plaatsgehad, waarbij de gemachtigden van partijen zijn verschenen.

2 De aanleiding van het geschil

Verweerder heeft aan appellante restituties verstrekt ter zake van uitvoer van door haar geproduceerde vleesconserven. Nadien heeft bij appellante een boekhoudkundige controle plaatsgevonden, de zogeheten '4045‐controle', op grond van Verordening (EG) nr. 4045/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lid-Staten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van Richtlijn 77/435/EEG. Deze controle werd uitgevoerd door de Algemene Inspectiedienst van het toenmalige Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: AID). Op basis van het daarover opgemaakte controleverslag met verslagnummer 1841/01/012, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de restitutie ten onrechte is toegekend. Volgens verweerder had appellante voor de vleesconserven destijds een andere restitutiecode moeten vermelden. Voor vleesconserven onder die andere restitutiecode is geen restitutietarief vastgesteld.

Op basis van dit standpunt heeft verweerder het terugvorderingsbesluit genomen. Het besluit ziet op restitutie die is verleend op aangiften ten uitvoer in het jaar 1999. Bij het besluit heeft verweerder, voor zover hier van belang, de verleende restitutie ingetrokken en het restitutiebedrag van € 41.629,10 teruggevorderd, vermeerderd met wettelijke rente en een sanctie van 50% over de teveel aangevraagde restitutie.

Bij de beslissing op bezwaar heeft verweerder, voor zover hier van belang, dat besluit gehandhaafd.

3 Algemeen rechtskader

3.1

Met ingang van 1 augustus 2008 zijn de Algemene douanewet en de Aanpassingswet Algemene douanewet (hierna: Aanpassingswet) in werking getreden. Ingevolge artikel XLVI, aanhef en onder b, van de Aanpassingswet is de In- en uitvoerwet ingetrokken. Ingevolge artikel XLVII, aanhef en onder a, van de Aanpassingswet, voor zover hier van belang, blijven de bij artikel XLVI ingetrokken wetten, alsmede de daarop berustende bepalingen - met inbegrip van bepalingen van overgangsrecht - van toepassing zoals zij golden voor de inwerkingtreding van deze wet voor zover zij betrekking hebben op de rechten bij uitvoer waarvan de feiten die aanleiding geven tot het ontstaan van de verschuldigdheid van die rechten bij uitvoer zich hebben voorgedaan vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet. Nu de beslissing op bezwaar ziet op feiten van vóór 1 augustus 2008, is terecht toepassing gegeven aan de In- en uitvoerwet en de daarop berustende bepalingen.

3.2

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is een beleidsterrein, waarop de bevoegdheid is verdeeld tussen de Europese Unie en de lidstaten. De controles op de landbouwers en andere marktdeelnemers worden in beginsel uitgeoefend overeenkomstig de nationale regels. Unierechtelijke bepalingen strekken er voornamelijk toe de kaders aan te geven en een minimum aantal verplichtingen aan de marktdeelnemers op te leggen. Daarnaast is in het belang van de marktdeelnemers de verjaring geregeld. Voor het overige geldt dat de unierechtelijke bepalingen, waaronder die op het gebied van de restituties, ertoe strekken vast te leggen tot welke controles de lidstaten jegens de unie gehouden zijn. Andere en verdergaande controlehandelingen zijn zonder meer mogelijk. Deze bepalingen strekken er dus niet toe om de gecontroleerden aanspraken te verlenen tegenover de ingevolge nationaal recht met controlebevoegdheden toegeruste instanties. Het College verwijst in dit verband naar de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) van 13 juni 2013 in de zaken C-3/12 (Syndicat OP 84) en C-671/11 e.v. (FranceAgrimer) en de conclusie van de Advocaat-generaal N. Jääskinen in eerstgenoemde zaak.

4 Beoordeling van het geschil

5 De beslissing