College van Beroep voor het bedrijfsleven, 06-02-2024, ECLI:NL:CBB:2024:70, 21/790, 21/791 en 21/1411
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 06-02-2024, ECLI:NL:CBB:2024:70, 21/790, 21/791 en 21/1411
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 6 februari 2024
- Datum publicatie
- 6 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:70
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2021:5464, Overig
- Zaaknummer
- 21/790, 21/791 en 21/1411
Inhoudsindicatie
Hoger beroep. Artikelen 47 en 54 lid 2 onder b Wtt 2018. Aanwijzing aan trustkantoor wegens overtredingen met betrekking tot het cliëntenonderzoek en transactiemonitoring is terecht opgelegd, wel voor één overtreding onvoldoende bewijs. Voldoende grond voor benoeming curator, maar de benoeming is strijd met het evenredigheidsbeginsel. Benoeming curator is bedoeld om een verdergaande greep op de bedrijfsvoering te verkrijgen. Daarom is een benoeming die alleen strekt tot een aansporing om de aanwijzing op te volgen niet toegelaten. Bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.
Uitspraak
uitspraak
zaaknummers: 21/790, 21/791 en 21/1411
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 februari 2024 op de hoger beroepen van:
(gemachtigden: mr. A.J. Boorsma, mr. C. de Rond en mr. W.J. Poot),
Brave Knight Netherlands B.V. en
Exclusive Company Management B.V.,
alle gevestigd te Alkmaar en kantoorhoudend te Amsterdam (BK Groep)
(gemachtigden: mr. F.M.A. 't Hart en mr. L. Stortelder)
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 juni 2021, kenmerk ROT 20/599, ROT 20/4332, ROT 20/6216 en ROT 21/62, in het geding tussen
BK Groep
en
DNB.
Procesverloop in hoger beroep
DNB en BK Groep hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 17 juni 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:5464).
DNB en BK Groep hebben een reactie op elkaars hogerberoepschriften ingediend en daarbij heeft BK Groep incidenteel hoger beroep ingesteld tegen die uitspraak. DNB heeft een reactie op het incidenteel hoger beroep ingediend.
De zitting was op 8 november 2023. Aan die zitting hebben de gemachtigden van BK Groep en DNB deelgenomen. Voor BK Groep waren verder aanwezig [naam 1] en [naam 2] en voor DNB W. Otten, mr. B.A.J. Hagen en mr. L. Ploegstra.
Grondslag van het geschil
Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.
BK Groep bestaat, voor zover hier van belang, uit BK Corporate International B.V. en haar dochtermaatschappijen Brave Knight Netherlands B.V. en Exclusive Company Management B.V.. Zij mogen trustdiensten verlenen in de zin van artikel 1 van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018).
BK Groep kwam in mei 2017 negatief in het nieuws en werd in verband gebracht met het faciliteren van witwaspraktijken. Naar aanleiding daarvan heeft DNB onderzoek verricht bij BK Groep. DNB stelde vast dat BK Groep in twee dossiers artikel 10, eerste lid, Wtt (oud) in samenhang met diverse artikelen uit de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt 2014 (Rib) en de meldplicht op grond van artikel 16, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) heeft overtreden.
DNB heeft in de periode 29 mei 2018 tot en met 1 juni 2018 en op 20 juni 2018 nader onderzoek verricht naar de naleving van de Wtt (oud), de Rib en de Wwft door BK Groep. Daarbij richtte DNB zich op de vraag of BK Groep de risico's op witwassen bij cliënten voldoende onderkent en beheerst door het doen van deugdelijk (verscherpt) cliëntenonderzoek. DNB heeft daartoe zeven cliëntendossiers ( [naam 3] B.V., [naam 4] B.V., [naam 5] B.V., [naam 6] N.V., [naam 7] B.V., [naam 8] B.V. en [naam 9] B.V.) en financiële transacties van deze zakelijke relaties beoordeeld aan de hand van diverse risico-indicatoren. Bij brief van 31 juli 2018 heeft DNB BK Groep in de gelegenheid gesteld te reageren op haar bevindingen van het onderzoek. Bij brief van 1 oktober 2018 heeft BK groep daarop gereageerd. Vervolgens heeft DNB de bevindingen van het onderzoek neergelegd in het definitieve onderzoeksrapport van 29 november 2018 (definitieve onderzoeksrapport).
Op 11 april 2019 heeft DNB BK Groep geïnformeerd over haar voornemen om BK Groep een aanwijzing te geven tot het volgen van een bepaalde gedragslijn en ten aanzien van het bestuur van BK Groep een curator te benoemen. BK Groep heeft daarop gereageerd.
Op 9 juli 2019 heeft DNB aan BK Groep op grond van artikel 47 van de Wtt 2018 een aanwijzing gegeven tot het volgen van een bepaalde gedragslijn (aanwijzingsbesluit) en op grond van artikel 54, eerste en tweede lid, aanhef en onder b, van de Wtt 2018 ten aanzien van het bestuur van BK Groep een curator benoemd (benoemingsbesluit). Daarbij heeft zij meegedeeld dat zij de kosten in verband met deze benoeming bij BK Groep in rekening zal brengen.
De in het aanwijzingsbesluit gegeven gedragslijn luidt, voor zover nog van belang, als volgt:
“De gedragslijn behelst dat BK [lees: BK Groep] uiterlijk op 10 januari 2020:
I. alle cliëntendossiers - waaronder de cliëntendossiers van de inactieve cliënten – heeft gereviseerd en de betreffende cliëntendossiers aantoonbaar in overeenstemming heeft gebracht met het wettelijk vereist cliëntenonderzoek conform artikelen 27 en 33 Wtt 2018 dan wel aantoonbaar en formeel de zakelijke relatie heeft beëindigd.
II. alle transacties die via de doelvennootschappen met een hoog risicoprofiel vanaf 1 september 2017 zijn verricht aan een onderzoek heeft onderworpen op basis van factoren die kunnen wijzen op een ongebruikelijk karakter, met inachtneming van artikel 35 Wtt 2018. Indien BK hierdoor ongebruikelijke transacties heeft gedetecteerd, dan dient BK deze transacties in samenhang te bezien met alle transacties die vóór september 2017 zijn verricht en ook deze transacties aan een dergelijk onderzoek te hebben onderworpen.(...)”
De in het benoemingsbesluit aan de curator gegeven opdracht luidt als volgt:
“De curator dient zich te laten leiden door het belang van de naleving van de Wtt 2018, de beheersing van integriteitsrisico’s, in het bijzonder de poortwachtersfunctie die BK [lees: BK Groep] dient te vervullen.
• De curator dient zich ervoor in te spannen dat BK de gedragslijn uit de aanwijzing adequaat, tijdig en volledig opvolgt. In het bijzonder dient de curator - met inachtneming van het plan van aanpak – erop toe te zien dat de revisie van alle cliëntendossiers en de (her)beoordelingen van transacties integraal (dus met voldoende diepgang) zullen worden uitgevoerd waardoor BK haar poortwachtersfunctie naar behoren vervult.
• De curator dient tweewekelijks, of zoveel vaker indien concrete ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, aan DNB te rapporteren over de relevante ontwikkelingen.”
Met het besluit van 17 juli 2019 (aanvullend benoemingsbesluit) heeft DNB BK Groep meegedeeld dat – kort gezegd – haar bestuur wordt toegestaan om zonder goedkeuring van de curator te verrichten: (-) alle rechtshandelingen die nodig zijn om BK Groep als trustkantoor in stand te houden en (-) alle rechtshandelingen die BK Groep als bestuurder/gevolmachtigde van een doelvennootschap verricht en nodig zijn voor de instandhouding, de reguliere bedrijfsvoering en/of administratie van de doelvennootschap.
Met het besluit van 25 juli 2019 (wijzigingsbesluit) heeft DNB het aanvullend benoemingsbesluit gewijzigd in die zin dat het bestuur van BK Groep alle rechtshandelingen zonder goedkeuring van de curator mag verrichten, met uitzondering van rechtshandelingen die verband houden met de opvolging van de aanwijzing.
Met het besluit van 20 december 2019 (bestreden besluit 1), waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft DNB het bezwaar van BK Groep tegen het aanwijzingsbesluit en het benoemingsbesluit zoals aangevuld en gewijzigd met het aanvullend benoemingsbesluit en het wijzigingsbesluit ongegrond verklaard.
Met het besluit van 9 januari 2020 (verlengingsbesluit) heeft DNB de aan het aanwijzingsbesluit en het benoemingsbesluit verbonden termijnen verlengd tot 20 maart 2020.
Met het besluit van 7 juli 2020 (bestreden besluit 2), waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft DNB het bezwaar van BK Groep tegen het verlengingsbesluit ongegrond verklaard.
Met het besluit van 4 mei 2020 (kostenbesluit 1) heeft DNB bij BK Groep de kosten van de curator over de periode juli tot en met december 2019 in rekening gebracht.
Met het besluit van 15 oktober 2020 (bestreden besluit 3), waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft DNB het bezwaar van BK Groep tegen kostenbesluit 1 ongegrond verklaard.
Met het besluit van 12 augustus 2020 (kostenbesluit 2) heeft DNB bij BK Groep de kosten van de curator over de periode 1 januari tot en met 20 maart 2020 in rekening gebracht.
BK Groep heeft tegen het kostenbesluit 2 bezwaar gemaakt. DNB heeft ingestemd met rechtstreeks beroep als bedoeld in artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard en de bestreden besluiten voor zover haar oordeel daartoe aanleiding gaf en het kostenbesluit 2 vernietigd. Voor zover hier nog van belang heeft de rechtbank het benoemingsbesluit, het verlengingsbesluit voor zover dat ziet op de benoeming van de curator en het kostenbesluit 1 herroepen. Het College zal de relevante overwegingen van de rechtbank hierna (gerangschikt naar onderwerp) weergeven.