Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-03-2025, ECLI:NL:CBB:2025:130, 23/952

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-03-2025, ECLI:NL:CBB:2025:130, 23/952

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
4 maart 2025
Datum publicatie
4 maart 2025
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:130
Formele relaties
Zaaknummer
23/952
Relevante informatie
Warenwet [Tekst geldig vanaf 12-07-2025]

Inhoudsindicatie

Hoger beroep slaagt. De rechtbank heeft de boetes ten onrechte gematigd. Geen sprake van bijzondere omstandigheden die tot matiging van de boetes zouden moeten leiden. De boetes zijn passend en geboden.

Uitspraak

uitspraak

zaaknummer: 23/952

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nu: de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (staatssecretaris)

(gemachtigden: mr. H. Ibrahim en mr. I.C.M. Nijland),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 maart 2023, kenmerk 22/3490, in het geding tussen

en

(gemachtigde: H. Veenema)

Procesverloop in hoger beroep

De staatssecretaris heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 1 maart 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:1716) (ook wel aangevallen uitspraak).

De vennootschap heeft een reactie op het hogerberoepschrift ingediend.

De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.

De zitting was op 23 januari 2025. Aan de zitting hebben deelgenomen: namens de vennootschap [naam 2] , bijgestaan door de gemachtigde van de vennootschap en namens de staatssecretaris de gemachtigden van de staatssecretaris.

Grondslag van het geschil

1.1

Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.

1.2

Een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een controle verricht in de winkel van de vennootschap. De bevindingen van dit controlebezoek zijn neergelegd in een rapport van bevindingen. Hierin is uiteengezet dat in de vitrine onder de kassa en in een winkelmandje bij de kassa vijf verschillende cosmetische producten lagen die de stof hydrochinon in een concentratie van 2% of de stof betamethasone dipropionate USP (een corticosteroïde), in concentraties van 0,643 mg of 0,05% w/w, bevatten.

1.3

Met het besluit van 11 februari 2022 (boetebesluit) heeft de staatssecretaris vanwege de overtredingen, die naar aanleiding van het rapport van bevindingen zijn vastgesteld, op grond van de artikelen 32a en 32b van de Warenwet in samenhang met de bijlage van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten (Wbb) vijf boetes van in totaal € 2.625,- (per overtreding € 525,-) aan de vennootschap opgelegd.

2 Met het besluit van 15 juni 2022 (bestreden besluit), waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft de staatssecretaris het bezwaar tegen het boetebesluit ongegrond verklaard.

Uitspraak van de rechtbank

3.1

De rechtbank heeft het beroep van de vennootschap gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover dat ziet op de hoogte van de boetes en het boetebesluit herroepen voor zover dat ziet op de hoogte van de boetes en het boetebedrag vastgesteld op in totaal € 1.312,50.

3.2

De rechtbank heeft, voor zover voor het hoger beroep van belang, het volgende overwogen. De staatssecretaris had in de door de vennootschap aangevoerde omstandigheden aanleiding moeten zien om de evenredigheid van de boetes, rekening houdend met de mate van verwijtbaarheid, nader te beoordelen. De rechtbank heeft de boetes vanwege normale verwijtbaarheid met 50% gematigd. Volgens de rechtbank heeft de vennoot de overtredingen niet opzettelijk begaan, maar kan hem wel worden verweten dat hij niet op de hoogte was van de regelgeving, die stoffen als hydrochinon en corticosteroïde in cosmetische producten verbiedt. In de financiële situatie van de vennootschap of de vennoten heeft de rechtbank, bij gebrek aan onderbouwing, geen aanleiding gezien voor een verdere matiging.

Beoordeling van het geschil in hoger beroep