Home

Centrale Raad van Beroep, 20-01-2026, ECLI:NL:CRVB:2026:66, 23/2928 TONK

Centrale Raad van Beroep, 20-01-2026, ECLI:NL:CRVB:2026:66, 23/2928 TONK

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20 januari 2026
Datum publicatie
28 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:66
Formele relaties
Zaaknummer
23/2928 TONK

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening van de uitspraak van 27 juli 2023. Geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 Awb.

Uitspraak

23/2928 TONK

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 juli 2023, 22/1973 TONK-V

Partijen:

[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (dagelijks bestuur)

Datum uitspraak: 20 januari 2026

In deze zaak gaat het om een verzoek om herziening van een uitspraak van de Raad. Verzoeker heeft redenen aangevoerd waarom de Raad die uitspraak moet herzien. De Raad is van oordeel dat daarin geen feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) besloten liggen. De Raad wijst het verzoek daarom af.

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 juli 2023, 23/1973-V TONK1 (eerdere uitspraak).

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 25 november 2025. Verzoeker is verschenen. Het dagelijks bestuur heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Met een brief van 21 november 2025 heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat die keuze is gebaseerd op de wijze waarop verzoeker zijn medewerkers en gemachtigden bejegent en schoffeert. Volgens het dagelijks bestuur schroomt verzoeker niet om die medewerkers en gemachtigden digitaal in hun privéleven te benaderen en/of een tuchtzaak te beginnen, wat het dagelijks bestuur belemmert in de uitoefening van het werk en het verkrijgen van procesondersteuning. De handelswijze van verzoeker wordt daarnaast door diverse medewerkers als onveilig ervaren.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de zaken met kenmerk 22/3981 BBZ, 24/1790 PW, 24/1791 PW, 24/1792 PW, 24/1793 PW, 24/1794 PW, 24/1795 PW en 24/2181 PW. In deze zaken wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Voor de aanleiding en achtergrond van onderhavige procedure wordt verwezen naar de eerdere uitspraak, waarvan herziening wordt verzocht.

2. Met de eerdere uitspraak heeft de Raad het verzet ongegrond verklaard tegen zijn uitspraak van 15 november 2022,2 waarbij de Raad zich met toepassing van artikel 8:54 van de Awb onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak op verzet van de rechtbank Rotterdam van 11 mei 2022.3 Daartoe heeft de Raad – samengevat weergegeven – overwogen dat geen sprake is van schending van een fundamenteel rechtsbeginsel. De Raad heeft in dat verband vastgesteld dat verzoeker in de verzetszaak waartegen hij hoger beroep heeft ingesteld op zitting is gehoord. Dat verzoeker niet voor een tweede keer op zitting is gehoord nadat, na heropening, nieuwe informatie door het bestuursorgaan is ingebracht, maakt dat niet anders. De Raad heeft verder overwogen dat ook overigens geen grond bestaat voor doorbreking van het appelverbod.

3. Verzoeker heeft zich, samengevat weergegeven, op het standpunt gesteld dat de Raad in de eerdere uitspraak ten onrechte heeft overwogen dat hij geen hoorrecht in de verzetprocedure zou hebben en dat dit geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel zou opleveren.

Het oordeel van de Raad

Conclusie en gevolgen

BESLISSING