Home

Gerechtshof Amsterdam, 22-01-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:127, 23-003714-12

Gerechtshof Amsterdam, 22-01-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:127, 23-003714-12

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22 januari 2016
Datum publicatie
22 januari 2016
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:127
Formele relaties
Zaaknummer
23-003714-12

Inhoudsindicatie

Poging tot uitlokking moord op concurrent in de escortbranche, Verweren met betrekking tot vormverzuimen en schending van beginselen van behoorlijke procesorde verworpen. Hof straft gelet op de ernst van het feit en omstandigheden waaronder begaan hoger dan de rechtbank

Uitspraak

Parketnummer: 23-003714-12

Datum uitspraak: 22 januari 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2012 in de strafzaak onder parketnummer 13/708012-12 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1960,

adres: [adres 1],

thans gedetineerd in P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

25 november 2013, 3 december 2013, 4 februari 2014, 25 april 2014, 27 oktober 2014,

24 november 2014, 9 januari 2015, 19 januari 2015, 29 april 2015, 8 december 2015 en 8 januari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 20 januari 2012 tot en met 8 februari 2012 te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, door geweld en/of bedreiging en/of door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen en/of giften en/of beloften

[betrokkene 1] heeft gepoogd te bewegen een misdrijf te begaan, te weten het (in Amsterdam, in ieder geval in Nederland) tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade een ander, te weten [slachtoffer], van het leven beroven;

immers heeft verdachte en/of een of meer van zijn mededaders, toen en daar:

- aan die [betrokkene 1] een foto getoond van die [slachtoffer] en/of

- aan die [betrokkene 1] het adres gegeven waarop die [slachtoffer] kantoor houdt en/of

- tegen die [betrokkene 1] verteld op welke wijze(n) hij ([betrokkene 1]) het kantoor van die [slachtoffer] kon binnengaan, immers heeft verdachte tegen die [betrokkene 1] gezegd dat hij het kantoor van die [slachtoffer] in moest gaan met een meisje en/of dat hij rustig naar binnen moest gaan en/of rustig spullen moest pakken en/of binnen 5 minuten moest wachten en/of rustig naar buiten moest gaan, zodat de portier er geen erg in heeft en/of

- tegen die [betrokkene 1] gezegd dat hij een geluidsdemper moest hebben en/of gebruiken en/of

- een of meer (grote) geldbedragen (ongeveer 25.000 of 30.000 euro) en/of een of meer goederen in het vooruitzicht gesteld en/of laten stellen voor het plegen en/of laten plegen van de moord op die [slachtoffer] en/of

- tegen die [betrokkene 1] gezegd dat het op een overval en/of een beroving moest lijken en/of

- tegen die [betrokkene 1] gezegd dat hij moest vluchten via de snelweg en/of de Coentunnel en/of Zaandam als het gebeurd is en/of dat die [betrokkene 1] aldaar in een hotel moet schuilhouden en/of

- tegen die [betrokkene 1] gezegd dat hij, verdachte, morgen het geld heeft en/of

- tegenover die [betrokkene 1] heeft bevestigd dat hij, verdachte, die [slachtoffer] echt dood wilde hebben en/of

- tegen die [betrokkene 1] gezegd dat hij, verdachte, over een paar maanden nog een job voor die [betrokkene 1] heeft.

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsman van de verdachte heeft verzocht de tenlastelegging partieel nietig te verklaren, te weten voor wat betreft het gedeelte ‘tezamen en in vereniging’. Hij heeft zich, naar het hof begrijpt, op het standpunt gesteld dat de dagvaarding op dat punt nietig is omdat de voor medeplegen vereiste zinssnede ‘met anderen en/of een ander’ ontbreekt en aldus de tenlastelegging innerlijk tegenstijdig althans onduidelijk is.

Het hof acht dit, evenals de rechtbank, een kennelijke misslag en leest in de vijfde regel van het ten laste gelegde na de woorden ‘tezamen en in vereniging’ de woorden ‘met een ander en/of anderen’ in. De verbeterde lezing van deze misslag schaadt de verdachte niet in zijn verdediging, nu uit de tekst van de tenlastelegging reeds voldoende de bedoeling van het Openbaar Ministerie blijkt. Dat ook in hoger beroep door de advocaat-generaal geen wijziging van de tenlastelegging op dit punt is gevorderd, doet aan het voorgaande niet af.

Voor zover overigens in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Bespreking van een verweer strekkende tot bewijsuitsluiting

De bewijsmiddelen

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Strafbaarheid van de verdachte

Oplegging van straf

Toepasselijke wettelijke voorschriften

BESLISSING