Gerechtshof Amsterdam, 19-09-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3799, 200.190.762/01
Gerechtshof Amsterdam, 19-09-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3799, 200.190.762/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 september 2017
- Datum publicatie
- 19 februari 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:3799
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:236, Meerdere afhandelingswijzen
- Zaaknummer
- 200.190.762/01
Inhoudsindicatie
Ondernemingsrecht; huurgarantie vennootschap. Onbekendheid met een rechtsregel kan van belang zijn voor de mate van verwijtbaarheid van een bestuurder. Appellant heeft op het betreffende oordeel van de rechtbank in het geheel niet gerespondeerd.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.190.762/01
zaak//rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/590201 / HA ZA 15-631
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 september 2017
inzake
BELEGGINGS- EN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ NIEUWBUREN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
1 [geïntimeerde sub 1] ,
en
2. [geïntimeerde sub 2],
beiden wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. M.R. Meijer te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna Nieuwburen genoemd en [geïntimeerden] , of de laatsten ieder afzonderlijk [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] .
Nieuwburen is bij dagvaarding van 29 april 2016 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2016, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen Nieuwburen als eiseres en [geïntimeerden] als gedaagden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, met producties;
- akteverzoek van Nieuwburen, met producties;
- antwoordakte (houdende uitlating producties) van [geïntimeerden]
Ten slotte is arrest gevraagd.
Nieuwburen heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog [geïntimeerden] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van € 343.866 ten titel van schadevergoeding bestaande in gederfde huurpenningen over de periode 1 juni 2009 tot en met maart 2010, vermeerderd met de wettelijke consumentenrente van (ten tijde van de appeldagvaarding) 2% per jaar vanaf 1 november 2009, met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van beide instanties.
[geïntimeerden] hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis en veroordeling van Nieuwburen in de kosten van het hoger beroep.
[geïntimeerden] hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
2 Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 t/m 2.7 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof tot uitgangspunt.