Home

Gerechtshof Amsterdam, 17-10-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4221, 200.163.942/01 en 200.166.450/01

Gerechtshof Amsterdam, 17-10-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4221, 200.163.942/01 en 200.166.450/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17 oktober 2017
Datum publicatie
2 juli 2018
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2017:4221
Zaaknummer
200.163.942/01 en 200.166.450/01

Inhoudsindicatie

Appel van ECLI:NL:RBAMS:2015:93. Vastgoedontwikkeling in Duitsland. Uitleg van bepaling over looptijd van een lening. Dwaling? Achterstelling? Grotendeels bekrachtiging.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummers: 200.163.942/01 en 200.166.450/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/551787/ HA ZA 13-1583

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 oktober 2017

in de zaak met nummer 200.163.942/01 van

1 de commanditaire vennootschap naar Duits recht GERMAN DEVELOPMENT

GROUP GmbH & CO.KG,

gevestigd te Düsseldorf, Duitsland,

2. 5R VASTGOED B.V.,

gevestigd te Venray,

3. H3R PROJECTONTWIKKELING B.V.,

gevestigd te IJsselstein,

4. de vennootschap naar Duits recht GDG GmbH,

gevestigd te Düsseldorf, Duitsland,

5. de vennootschap naar Duits recht DUNO MANAGEMENT GmbH,

gevestigd te Dessau-Roβlau, Duitsland,

6. de vennootschap naar Duist recht MCB VERMÖGENSVERWALTUNGS

GmbH,

gevestigd te Düsseldorf, Duitsland,

7. de commanditaire vennootschap naar Duits recht MAXIMILIAN CENTER

BONN GmbH & CO.KG,

gevestigd te Düsseldorf, Duitsland

8. de commanditaire vennootschap naar Duits recht EISLEBEN KASSELER

STRASSE GmbH & CO.KG,

gevestigd te Düsseldorf, Duitsland,

9. de commanditaire vennootschap naar Duits recht ALTHOMBERGER GmbH &

CO.KG,

gevestigd te Düsseldorf, Duitsland,

10. [appellant 10],

wonend te [woonplaats] ,

11. [appellant 11],

wonend te [woonplaats] ,

12. [appellant 12],

wonend te [woonplaats] ,

13. [appellant 13],

wonend te [woonplaats] ,

appellanten,

tevens incidenteel geïntimeerden,

advocaat: mr. E.M. van Zelm te Utrecht,

tegen

[geïntimeerde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

tevens incidenteel appellante,

advocaat: mr. P. Bavelaar te Amsterdam,

en in de zaak met nummer 200.166.450/01 van

1 ARBEO REAL ESTATE V B.V,

gevestigd te Venray,

2. E.R.S. VASTGOED III B.V.,

gevestigd te Venray,

appellanten,

tevens incidenteel geïntimeerden,

advocaat: mr. E.M. van Zelm te Utrecht,

tegen

[geïntimeerde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

tevens incidenteel appellante,

advocaat: mr. P. Bavelaar te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

in de zaak met nummer 200.163.942/01

Principaal appellanten worden hierna gezamenlijk GDG c.s. genoemd, voorts zullen principaal appellanten sub 10 tot en met 13 ook afzonderlijk worden aangeduid als [appellant 10] , [appellant 11] , [appellant 11] en [appellant 13] . Principaal geïntimeerde wordt [geïntimeerde] genoemd.

GDG c.s. zijn bij dagvaardingsexploot van 21 januari 2015 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Amsterdam, gewezen onder bovenvermeld zaak-/rolnummer tussen [geïntimeerde] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en onder meer GDG c.s. als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie en uitgesproken op 5 maart 2014, 25 juni 2014 en 7 januari 2015.

GDG c.s. hebben een memorie van grieven, met producties genomen.

Gelijktijdig is door hen een incidentele memorie houdende provisionele vordering tot staking van de executie ingediend. Daarop is door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord in het incident houdende provisionele vordering tot staking van executie, onder overlegging van een productie, gereageerd. GDG c.s. hebben vervolgens een akte uitlating productie genomen. De provisionele vordering is bij incidenteel arrest van 12 mei 2015 afwezen.

Bij arrest van 28 april 2015 in het incident tot voeging in de zaak met zaaknummer 200.166.450/01 zijn de in de kop van dit arrest vermelde zaken gevoegd.

[geïntimeerde] heeft een (in beide zaken gelijkluidende) memorie van antwoord in principaal, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel, tevens houdende vermeerdering van eis, met producties genomen.

GDG c.s. hebben daarop (tezamen met Arbeo Real Estate B.V. en ERS Vastgoed III B.V.) bij memorie van antwoord in het incidenteel appel, met een productie, gereageerd.

Partijen hebben hun zaak ter zitting van het hof van 25 september 2015 door hun hierboven vermelde advocaten doen bepleiten aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

Ten slotte is arrest gevraagd.

GDG c.s. hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen, de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen en die van GDG c.s. alsnog zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten.

[geïntimeerde] heeft geconcludeerd in het principaal appel dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen en in het incidenteel appel dat het hof - uitvoerbaar bij voorraad - de in haar memorie geformuleerde (vermeerderde) vordering zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten, zoveel mogelijk op basis van de daadwerkelijke kosten.

GDG c.s. hebben in het incidenteel appel geconcludeerd tot verwerping, met

- uitvoerbaar bij voorraad - beslissing over de proceskosten.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

in de zaak met nummer 200.166.450/01

Principaal appellanten zullen hierna gezamenlijk ERS Vastgoed III c.s. en afzonderlijk ERS Vastgoed III en Arbeo Real Estate worden genoemd. Principaal geïntimeerde wordt aangeduid als [geïntimeerde] .

ERS Vastgoed III c.s. zijn bij dagvaardingsexploot van 26 februari 2015 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Amsterdam, gewezen onder bovenvermeld zaak-/rolnummer tussen [geïntimeerde] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en onder meer ERS Vastgoed III c.s. als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie en uitgesproken op 5 maart 2014, 25 juni 2014 en 7 januari 2015.

Deze zaak is bij arrest van 28 april 2015 in het incident tot voeging gevoegd met de zaak met nummer 200.163.942/01.

ERS Vastgoed III c.s. hebben een memorie van grieven genomen, met wijziging van eis.

ERS Vastgoed III c.s. hebben naar aanleiding van een rolbeslissing een akte uitlatingen genomen.

[geïntimeerde] heeft een (in beide zaken gelijkluidende) memorie van antwoord in principaal, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel, tevens houdende vermeerdering van eis, met productie genomen.

ERS Vastgoed III c.s. hebben daarop (tezamen met GDG c.s.) bij memorie van antwoord in het incidenteel appel, met een productie, gereageerd.

Partijen hebben hun zaak ter zitting van het hof van 25 september 2015 door hun hierboven vermelde advocaten doen bepleiten aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

Daarbij is onder meer aan de orde geweest dat de aanvankelijke verstekverlening tegen [geïntimeerde] op een misverstand berust en mr. Bavelaar geacht moet worden zich te hebben gesteld en voornoemde memorie te hebben genomen ook in de onderhavige zaak.

Ten slotte is arrest gevraagd.

ERS Vastgoed III c.s. hebben geconcludeerd, naar het hof mede uit de toelichting op de grieven begrijpt, dat het hof, voor zover jegens ERS Vastgoed III c.s. gewezen, het bestreden eindvonnis zal bekrachtigen met dien verstande echter dat [geïntimeerde] alsnog - uitvoerbaar bij voorraad - in de in eerste aanleg aan hun zijde gevallen proceskosten zal worden veroordeeld, die van de incidenten daaronder begrepen, met beslissing over de proceskosten in hoger beroep.

[geïntimeerde] heeft geconcludeerd in het principaal appel dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen en in het incidenteel appel dat het hof - uitvoerbaar bij voorraad - de in haar memorie geformuleerde (vermeerderde) vordering zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten, zoveel mogelijk op basis van de daadwerkelijke kosten.

GDG c.s. hebben in het incidenteel appel geconcludeerd tot verwerping, met

- uitvoerbaar bij voorraad - beslissing over de proceskosten.

[geïntimeerde] heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.

2 Feiten

3 Beoordeling

4 Beslissing