Gerechtshof Amsterdam, 12-12-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5155, 200.203.323/01
Gerechtshof Amsterdam, 12-12-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5155, 200.203.323/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 december 2017
- Datum publicatie
- 2 juli 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:5155
- Zaaknummer
- 200.203.323/01
Inhoudsindicatie
IPR. Kort geding. Executie van dwangsommen opgelegd door Ondernemingskamer (ECLI:NL:GHAMS:2014:2767). Art. 55 herschikte EEX-verordening (Brussel I bis). Anders dan de eerste rechter kennelijk heeft aangenomen, is de voorzieningenrechter niet bevoegd tot definitieve bepaling van beloop dwangsommen op de voet van art. 438 lid 2 Rv.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.203.323/01 KG
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/612685/ KG ZA 16-915
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 12 december 2017
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. Y. Ersoy te Amsterdam,
tegen
1 LEADERLAND TTM B.V.,
2. LEADERLAND TTM I B.V.,
3. LEADERLAND TTM II B.V.,
4. LEADERLAND TTM III B.V.,
alle gevestigd te Hilversum,
geïntimeerden,
advocaat: mr. M.W.E. Evers te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna [appellant] respectievelijk Leaderland c.s. genoemd.
[appellant] is bij dagvaarding van 31 oktober 2016 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2016 onder bovenvermeld zaak-/rolnummer in kort geding gewezen tussen Leaderland c.s. als eiseressen in conventie, verweersters in reconventie en [appellant] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, met producties.
Partijen hebben hun zaak ter zitting van het hof van 4 oktober 2017 doen bepleiten, [appellant] door mr. Ü. Arslan, advocaat te Den Haag, en Leaderland door mr. Evers voornoemd, alsmede door mr. R.Q. Potter, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.
Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen, de vorderingen van Leaderland c.s. alsnog zal afwijzen, met beslissing over de proceskosten, met nakosten en rente.
Leaderland c.s. hebben geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen, met beslissing over de proceskosten, met nakosten en rente.
2 Feiten
De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.9 de feiten vermeld die zij bij de beoordeling van het geschil van partijen tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. De feiten worden hierna onder 3.1 weergegeven.