Home

Gerechtshof Amsterdam, 13-07-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, 200.191.713/01

Gerechtshof Amsterdam, 13-07-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, 200.191.713/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13 juli 2018
Datum publicatie
13 juli 2018
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2018:2422
Zaaknummer
200.191.713/01

Inhoudsindicatie

Wet collectieve afwikkeling massaschade Fortis/Ageas. Art. 7:907 e.v. BW, art. 1013 e.v. Rv. Vervolg van de tussenbeschikkingen van 16 juni 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:2257) en 5 februari 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:368).

Verbindendverklaring WCAM-overeenkomst tussen Ageas en belangenorganisaties. De schikkingsovereenkomst voorziet in een compensatie voor de voormalig aandeelhouders van het Belgisch/Nederlandse Fortis. De schikking is gesloten in verband met gebeurtenissen in 2007 en 2008 bij het voormalige Fortis die van invloed kunnen zijn geweest op de koers van de aandelen. Het gaat met name om de communicatie (of het gebrek daaraan) en het beleid van Fortis ten aanzien van haar financiële positie, de overname van ABN AMRO en de opsplitsing van Fortis, zoals nader omschreven in de schikkingsovereenkomst. Vergoedingen kunnen worden verkregen voor gekochte en gehouden aandelen in drie specifieke periodes die in de overeenkomst zijn genoemd. Daarnaast biedt de overeenkomst een aanvullende vergoeding voor iedereen die in de periode van 28 februari 2007 tot en met 14 oktober 2008 aandeelhouder was van Fortis. De compensatieregeling voor de aandelen als geheel is redelijk geoordeeld. De vergoedingen voor de belangenbehartigers zijn niet onredelijk.

De aandeelhouders die hebben geprocedeerd tegen Fortis/Ageas of zich hebben aangesloten bij een belangenorganisatie worden actieve aandeelhouders genoemd en krijgen een extra vergoeding van 25% naast de vergoedingen voor de aandelen die voor iedereen gelijk zijn. Het hof heeft die extra vergoeding redelijk gevonden, behalve voor de leden van VEB (Vereniging van Effectenbezitters). Voor de leden van de VEB geldt, anders dan voor aandeelhouders die zich hebben aangesloten bij een commerciële belangenorganisatie, dat er geen nadeel is dat gecompenseerd moet worden. De Opt out-termijn (art. 7:908 lid 2 BW) is vastgesteld op 5 maanden.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.191.713/01

beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 13 juli 2018

inzake het verzoek tot verbindendverklaring van een overeenkomst als bedoeld in artikel 7:907 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

1 AGEAS S.A./N.V.,

gevestigd te Brussel, België,

advocaat: mr. H.J. de Kluiver te Amsterdam,

2. VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS,

gevestigd te Den Haag,

advocaat: mr. P.W.J. Coenen te Den Haag,

3. DRS BELGIUM C.V.B.A.,

gevestigd te Brussel, België,

advocaat: mr. K. Rutten te Utrecht,

4. STICHTING INVESTOR CLAIMS AGAINST FORTIS,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat: mr. J.H.B. Crucq te Amsterdam,

5. STICHTING FORTISEFFECT,

gevestigd te Utrecht,

advocaat: mr. A.J. de Gier te Utrecht,

6. STICHTING FORSETTLEMENT,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat: mr. M.H. de Boer te Amsterdam,

verzoeksters,

tegen

1 [H] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [D],

wonende te [woonplaats 2] ,

3. [L],

wonende te [woonplaats 3] ,

4. verweerders, zoals vermeld op een op 10 februari 2017 ontvangen lijst,

woonplaats kiezende te Bleiswijk,

advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk,

5 [A] ,

wonende te [woonplaats 4] , [land] ,

6. verweerders, zoals vermeld op een op 10 februari 2017 ontvangen lijst,

woonplaats kiezende te Bleiswijk,

advocaat: mr. E. Sonneveld te Bleiswijk,

verweerders.

Verzoeksters worden hierna afzonderlijk aangeduid als Ageas, VEB, Deminor, SICAF, FortisEffect en de Stichting. Verzoeksters sub 2 tot en met 5 worden hierna ook gezamenlijk de belangenorganisaties genoemd.

Verweerders sub 1 tot en met 4 worden hierna [H] c.s. genoemd, verweerders sub 5 en 6 worden met [A] c.s. aangeduid.

1 Het verdere procesverloop

2 De verdere beoordeling

3 Aanpassing van de overeenkomst

4 De compensatieregeling zoals vervat in de overeenkomst

5 De beoordeling van de overeenkomst

6 Overige punten

7 Formele vereisten: de afwijzingsgronden van artikel 7:907 lid 3 BW

8 Slotsom

9 Opt out

10 Terinzagelegging en kennisgeving van de verbindendverklaring

11 Beslissing