Gerechtshof Amsterdam, 16-10-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3786, 200.223.734/01
Gerechtshof Amsterdam, 16-10-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3786, 200.223.734/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2018
- Datum publicatie
- 20 november 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:3786
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:2099, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
- Zaaknummer
- 200.223.734/01
Inhoudsindicatie
Pensioenverzekering. Uitvoeringsovereenkomst werkgever met pensioenverzekeraar inzake belegging pensioengelden. Gesepareerd beleggingsdepot. Bijstortingen in beleggingsdepot wegens te lage dekkingsgraad. Bijstortingen in strijd met de pensioenwet? Gezag van gewijsde van ECLI:NL:GHAMS:2016:862. Zie ook ECLI:NL:HR:2017:480.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.223.734/01
rolnummer rechtbank Amsterdam: CV 15-20024
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 oktober 2018
inzake
1 IV-GROEP B.V.,
2. IV-INFRA B.V.
3. IV-CONSULT
4. NEVSBU B.V.
5. IV-OIL & GAS B.V.
6. IV-WATER B.V.
7. IV-INDUSTRIE B.V.
8. ESCHER PROCES MOUDULES B.V.
9. IV-BOUW B.V.
alle gevestigd te Papendrecht,
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. R.F. van der Ham te Rotterdam,
tegen:
SRLEV N.V.,
gevestigd te Alkmaar, kantoorhoudende te Amstelveen,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. R.H. Maatman te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Appellanten worden hierna gezamenlijk in enkelvoud IV-Groep genoemd en geïntimeerde wordt hierna met Zwitserleven aangeduid.
IV-Groep is bij dagvaarding van 10 augustus 2017 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam, sector kanton (hierna: de kantonrechter), van 16 mei 2017, onder het hierboven genoemde rolnummer gewezen tussen IV-Groep als eiseres en Zwitserleven als gedaagde.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 4 juni 2018 doen bepleiten, IV-Groep door mr. Van der Ham, voornoemd, en Zwitserleven door mr. Maatman, voornoemd, en door mr. M.J. Schenk, advocaat te Amsterdam, allen aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Bij deze gelegenheid hebben beide partijen nog producties overgelegd (IV-Groep de producties 22 tot en met 29 en Zwitserleven de producties 77 tot en met 84).
Ten slotte is arrest gevraagd.
IV-Groep heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en uitvoerbaar bij voorraad alsnog haar vorderingen overeenkomstig haar in hoger beroep gewijzigde eis zal toewijzen, met veroordeling van Zwitserleven in de proceskosten, met nakosten en rente.
Zwitserleven heeft in het principale hoger beroep geconcludeerd tot verwerping daarvan en in zoverre tot bekrachtiging van het bestreden vonnis en in het incidentele hoger beroep tot gedeeltelijke vernietiging daarvan, met veroordeling van IV-Groep in de proceskosten, vermeerderd met nakosten en rente en uitvoerbaar bij voorraad.
In het incidentele hoger beroep heeft IV-Groep geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Zwitserleven in de proceskosten, vermeerderd met nakosten en rente en uitvoerbaar bij voorraad.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
2 Feiten
De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder het kopje ‘feiten’ de feiten opgesomd die tussen partijen vaststaan. Grief 1 is gericht tegen hetgeen de kantonrechter heeft vastgesteld omtrent een bespreking die op 16 augustus 2013 tussen partijen heeft plaatsgevonden. Met deze grief zal rekening worden gehouden bij de hierna volgende weergave van de feiten die tussen partijen in hoger beroep niet in geschil zijn.
Zwitserleven is een pensioenverzekeraar. IV-Groep heeft voor haar werknemers een pensioenregeling. Het betreft een gegarandeerd pensioen volgens een eindloonregeling. De pensioenaanspraken zijn vastgesteld in een pensioenreglement. Ter uitvoering daarvan heeft IV-Groep met Zwitserleven in de loop van de tijd uitvoeringsovereenkomsten gesloten. Door Zwitserleven is een gesepareerd beleggingsdepot (hierna: GBD) ingericht. De aankoop van de beleggingen (financiële instrumenten) in het GBD wordt gefinancierd met de door IV-Groep betaalde premies. IV-Groep heeft inspraak in de beleggingssamenstelling van het GBD.
Partijen hebben eerder een procedure gevoerd over de uitvoeringsovereenkomst die op 2 juni 2010 door partijen is gesloten en een looptijd had tot en met 31 december 2014 (hierna: de uitvoeringsovereenkomst). In de uitvoeringsovereenkomst is onder andere bepaald bij welke dekkingsgraad (waarschuwingsniveau of actieniveau) Zwitserleven extra zekerheden van IV-Groep kan verlangen of de beleggingsmix van het GBD eenzijdig kan aanpassen. Aanleiding voor het geschil was de verkoop door Zwitserleven op 18 april 2013 van de in het GBD aanwezige aandelen waarbij de opbrengst is aangewend voor de aankoop van participaties in de Long Duration Fondsen van Zwitserleven. Bij arrest van 8 maart 2016 heeft dit hof het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2014 bekrachtigd waarbij de door IV-Groep tegen Zwitserleven ingestelde vorderingen zijn afgewezen. Het tegen dit arrest van het hof van 8 maart 2016 ingestelde cassatieberoep is bij arrest van 8 september 2017 door de Hoge Raad met toepassing van artikel 81 RO verworpen (ECLI:NL:HR:2017:2276).
Het onderhavige geschil is met name gerezen na de brief van 2 december 2013 van Zwitserleven aan IV-Groep (hierna: de afsprakenbrief). In deze brief heeft Zwitserleven de op 4 november 2013 tijdens een overleg tussen partijen gemaakte afspraken op hoofdlijnen vastgelegd en meer in detail uitgewerkt. IV-Groep heeft deze brief op 3 december 2013 voor akkoord getekend.