Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2032, 200.224.067/01
Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2032, 200.224.067/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 juli 2020
- Datum publicatie
- 18 augustus 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2032
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:1990, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
- Zaaknummer
- 200.224.067/01
Inhoudsindicatie
Verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging Zweedse arbitrale vonnissen. Eindbeschikking.
Arbitrage op grond van Energiehandvest. Verdrag van New York. Procedureel bedrog?
Misleiding arbiters en wezenlijke invloed vermeende misleiding op arbitrale vonnissen is niet vast komen te staan.
Arbiter is niet in strijd met geldende regels benoemd. Geen andere grond voor weigering.
Hof wijst verzoek toe.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.224.067/01
beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 juli 2020
inzake
1 [verzoeker sub 1] ,
wonend te [woonplaats] , [land] ,
2. [verzoeker sub 2],
wonend te [woonplaats] , [land] ,
3. ASCOM GROUP S.A.,
gevestigd te Chisinau, Moldavië, en
4. TERRA RAF TRANS TRAIDING LTD.,
gevestigd te Gibraltar,
verzoekers,
advocaat: mr. K.J. Krzeminski te Rotterdam,
en
1 REPUBLIEK KAZACHSTAN,
zetelend te Astana, Kazachstan,
waaronder mede begrepen:
REPUBLIEK KAZACHSTAN (NATIONAL FUND OF THE REPUBLIC OF KAZACHSTAN),
zetelend te Astana, Kazachstan,
advocaat: mr. A.W.P. Marsman te Amsterdam, en
2. SAMRUK-KAZYNA JSC,
gevestigd te Astana, Kazachstan,
advocaat: mr. H.F. van Druten te Amsterdam,
verweerders.
1 Het verdere procesverloop
Partijen worden hierna respectievelijk [verzoeker sub 1 en sub 2] (verzoekers gezamenlijk), Kazachstan, National Fund en Samruk genoemd.
In deze zaak heeft het hof op 6 november 2018 een tussenbeschikking uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar deze tussenbeschikking. In de tussenbeschikking is bij vergissing niet vermeld dat [verzoeker sub 1 en sub 2] nadere producties genummerd 9 tot en met 38 hebben ingediend, door het hof ontvangen op 15 juni 2018.
Kazachstan heeft vervolgens een akte na tussenbeschikking ingediend, met bijlagen genummerd 39 tot en met 111, ingekomen op 5 februari 2019.
[verzoeker sub 1 en sub 2] hebben daarop eveneens een akte na tussenbeschikking genomen, met bijlagen genummerd 46 tot en met 122, ingekomen op 16 april 2019.
Kazachstan heeft bij brief van 2 augustus 2019 met bijlage verzocht [verzoeker sub 1 en sub 2] te veroordelen in de werkelijke proceskosten om redenen als in die brief toegelicht.
Kazachstan heeft nadere producties ingediend, ontvangen ter griffie van het hof op 16 augustus 2019 (producties 112 tot en met 119), 20 augustus 2019 (producties 120 tot en met 122) en 27 augustus 2019 (productie 123).
Van de zijde van Kazachstan is voorts een (beveiligde) usb-stick in het geding gebracht, echter zonder de bijbehorende toegangscode zodat het hof geen kennis heeft kunnen nemen van de gegevens op die usb-stick.
[verzoeker sub 1 en sub 2] hebben nadere producties ingediend, ontvangen ter griffie van het hof op 19 augustus 2019 (producties 165 tot en met 167).
De voortgezette mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2019. Bij die gelegenheid zijn aan de zijde van [verzoeker sub 1 en sub 2] verschenen mr. Krzeminski voornoemd, mr. M. van de Hel-Koedoot, advocaat te Amsterdam, en mr. T.R. Vaal, advocaat te Rotterdam, aan de zijde van Kazachstan mr. Marsman voornoemd en mrs. M. Gerrits, I.S. Timman en R.W. Ledeboer, allen advocaat te Amsterdam, en aan de zijde van Samruk mr. H.F. van Druten, advocaat te Amsterdam. Kazachstan enerzijds en [verzoeker sub 1 en sub 2] anderzijds hebben hun standpunten nader toegelicht aan de hand van aan het hof overgelegde pleitaantekeningen. Aan de zijde van [verzoeker sub 1 en sub 2] is voorts verschenen E. Dzhazoijan, advocaat bij King & Spalding te Londen.
Vervolgens is uitspraak bepaald.