Home

Gerechtshof Amsterdam, 28-01-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:224, 200.246.699/01

Gerechtshof Amsterdam, 28-01-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:224, 200.246.699/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28 januari 2020
Datum publicatie
2 maart 2020
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2020:224
Formele relaties
Zaaknummer
200.246.699/01

Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid notaris en bank. Bouwrecht. Art. 7:768 BW. 5% aanneemsom in depot gestort bij projectnotaris. Ziet depot zowel op privégedeelten als op gezamenlijke gedeelten van in appartementsrechten gesplitst gebouw? Tegen vrijgave depot stelt aannemer bankgarantie met vervaltermijn van bijna 6 maanden in te roepen indien een partijen bindende beslissing is gewezen. Is sprake van vervangende zekerheid? Art. 6:51 lid 2 BW. HR 18 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1607. Onzorgvuldig handelen notaris? Zorgplicht bank bij verstrekken abstracte bankgarantie: dient de bank acht te slaan op onderliggende rechtsverhouding? HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:20155:600.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.246.699/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/624494 / HA ZA 17-214

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 januari 2020

WONINGBORG N.V.,

gevestigd te Gouda,

appellante,

advocaat: mr. R. van Veen te Rotterdam,

tegen

1 ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat: mr. B.W. Wijnstekers, advocaat te Amsterdam,

2. [de curator], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Aannemingsbedrijf [X] B.V.,

kantoorhoudende te [plaats] ,

niet verschenen,

3 [de notaris] ,

kantoorhoudende te [plaats] ,

advocaat: mr. P.J. de Jong Schouwenburg, advocaat te Amsterdam,

geïntimeerden.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Woningborg, de bank, de curator, respectievelijk de notaris genoemd. Aannemingsbedrijf [X] B.V. zal hierna [X] worden genoemd.

Woningborg is bij dagvaardingen van 30 juli 2018 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 mei 2018, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer (ECLI:NL:RBAMS:2018:10105) gewezen tussen Woningborg als eiseres en de bank, de curator en de notaris als gedaagden. Tegen de curator is verstek verleend.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord namens de bank;

- memorie van antwoord namens de notaris, met productie;

- akte houdende wijziging van eis.

Partijen hebben de zaak ter zitting van 18 november 2019 doen bepleiten, Woningborg door mr. Van Veen voornoemd en door mr. W.T. van Dijk, advocaat te Rotterdam, de bank door mr. Wijnstekers voornoemd en de notaris door mr. De Jong Schouwenburg voornoemd en door mr. F.J.T. Werners, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Woningborg heeft bij memorie van grieven geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – alsnog haar vorderingen zal toewijzen, met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van het geding in beide instanties. Haar vorderingen in eerste aanleg behelzen, samengevat:

jegens de bank en de curator:

a. nietigverklaring, althans vernietiging van de vervaltermijn in de door de bank afgegeven bankgarantie, althans een verklaring voor recht dat het beroep op de vervaltermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en dat de bankgarantie voor het overige in stand is gebleven en niet is komen te vervallen;

b. een verklaring voor recht dat Woningborg gerechtigd is de afbouwschade tot een bedrag van € 419.650 te verhalen op de bankgarantie;

jegens de bank en de notaris:

c. hoofdelijke veroordeling om aan Woningborg de door haar geleden schade ad € 419.650 te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding en/of schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

jegens de bank:

d. een verklaring voor recht dat de bank bij de afgifte van de bankgarantie met een einddatum van 1 juni 2016 onrechtmatig jegens de appartementseigenaren/Woningborg heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de schade die hiervan het gevolg is;

jegens de curator:

e. een verklaring voor recht dat [X] door de afgifte van de bankgarantie met vervaltermijn jegens de appartementseigenaren en in het verlengde daarvan jegens Woningborg toerekenbaar is tekortgeschoten en/of onrechtmatig jegens dezen heeft gehandeld

jegens de notaris:

f. een verklaring voor recht dat de notaris zijn zorgplicht jegens de appartementseigenaren en/of Woningborg heeft geschonden door een bankgarantie met vervaltermijn te accepteren;

alles vermeerderd met wettelijke rente en proces- en nakosten met rente.

De bank en de notaris hebben ieder geconcludeerd tot bekrachtiging, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten.

Bij akte wijziging van eis heeft Woningborg haar eis onder c. aldus gewijzigd, dat ‘de door haar geleden schade ad € 419.650 te betalen’ wordt gewijzigd in: ‘de schade van Woningborg c.q. de door middel van de cessie door de appartementseigenaren aan Woningborg overgedragen schade ad € 419.650 te betalen’.

De bank heeft bezwaar gemaakt tegen de wijziging van de eis. Het hof verwerpt dit bezwaar. Het oorspronkelijke petitum, ertoe strekkend dat de bank en de notaris worden veroordeeld de door Woningborg geleden schade te betalen verzet zich niet tegen de uitleg dat deze schade mede betrekking heeft op de aan Woningborg gecedeerde schadevorderingen van de appartementseigenaren. Blijkens de memorie van grieven, nr. 78, 105 en 130 moet het petitum in elk geval in hoger beroep aldus worden verstaan, dat dit mede strekt tot vergoeding van de schade van de verkrijgers. Tegen die achtergrond moet de bij akte geherformuleerde eis niet worden begrepen als een nieuwe grief, maar als een verduidelijking van haar reeds ingestelde eis. Het hof zal dan ook beslissen op het bij akte verduidelijkte petitum.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

3 Beoordeling

4 Beslissing